|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Willie Panama (Panama)
Wanneer: 30 juli 2005 | Waar: Zomercarnaval, Rotterdam | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Geest
uit fles"
Dit verhaal begint in 1903. Na een periode van
politieke intriges waarin de Verenigde Staten een hoofdrol vervulden,
scheidde Panamá zich dat jaar van Colombia af. Deze afscheiding
hield vooral verband met plannen om dwars door dit smalste stukje
Midden-Amerika een kanaal te graven. Dit kanaal moest een korte
en veilige scheepvaartroute creëren van Amerika's oostkust
naar de westkust en vice versa natuurlijk. Voor de Verenigde Staten
stonden daarmee grote financiële belangen op het spel. In 2003 bestond Panamá dus
een eeuw en dat feit zou door de Panamese gemeenschap in de BeNeLux
met een groots feest worden herdacht. Er werd een keur aan Panamese
artiesten opgetrommeld om het feest luister bij te zetten. Op het
programmaboekje prijkte ook de naam van Willie Panamá. Het
optreden zou voor deze artiest zijn internationale doorbraak betekenen.
Als goede wijn had zijn talent ergens in een donkere hoek lang liggen
rijpen. Maar na het trekken van de kurk was de geest uit de fles.
Sinds dit optreden timmert Willie in muzikaal opzicht harder aan
de weg dan ooit tevoren. Nederland en België worden daarbij
gebruikt als springplank.
Zijn optreden tijdens het
Rotterdamse zomercarnaval van 2005 was wat hem betreft niet meer
dan een voorproefje van vele goede dingen die nog komen gaan. Willie
pakt het handig aan. Zijn carrière verloopt totaal anders
dan die van een gemiddelde artiest. Voltrekt zo'n carrière
zich normaal gesproken volgens het schema: lokale bekendheid ->
album -> nationale bekendheid -> nog meer albums -> internationale
bekendheid. Die van Willie is als volgt: lokale bekendheid ->
internationale bekendheid -> album. Wellicht komt het omdat wij
hier te maken hebben met "el Sonero Ragamofin de la Salsa".
Het woord "Ragamofin" is slang afkomstig uit Jamaica.
Het is een aanduiding voor iemand waarvoor "streetwise"
nog een te geringschattende typering zou zijn. Een "professor
van de straat" zou voor zo iemand wellicht een betere duiding
zijn. Precies zo ziet Willie zichzelf binnen de salsascène.
Hij weet wat er te koop is. Hem zul je dan ook geen knollen voor
citroenen kunnen verkopen. Alles wat hij doet is onderdeel van een
gerichte strategie om het in de scène te gaan maken. Willies eigenlijke naam
is William Levington Duguid Bryan. Hij is in 1959 geboren in Calidonia,
een volksbuurt in Panama City. Zijn naam alleen al is een verbeelding
van de kleurrijke geschiedenis van dit kleinste land van Midden-Amerika.
Als je hem zo ziet, zou je het hem niet toedichten. Maar heus waar,
zijn overgrootvader was een Schotse marineofficier uit Aberdeen.
Op enig moment moest deze voorvader met de marine taken uitvoeren
in het Caribisch gebied. En hoewel keurig getrouwd, kon de goede
man de verleiding niet weerstaan. Op Barbados ontmoette hij een
sensuele negerin met als onvermijdelijk resultaat William's grootvader.
De kleine jongen werd meegenomen en kreeg een degelijke opvoeding
in Engeland. Het kille, klamme klimaat kon hem echter niet bekoren.
Zodra het kon, keerde hij terug naar de zon op Barbados. Lang moet
hij daar niet hebben gezeten. Hij ging namelijk naar Cuba om daar
aan de slag te gaan op één van de vele suikerrietplantages.
Na enkele jaren dat werk te hebben gedaan, hoorde hij over het graven
van het Panamakanaal. Indertijd een immense onderneming
waaruit veel werkgelegenheid voortvloeide. Grootvader pakte zijn
spullen en ging opnieuw zijn geluk beproeven. Uiteindelijk werd
hij voorman bij het aanbrengen van infrastructurele werken in Colón. Ook de andere voorzaten
van Willie waren emigranten, die vanwege het kanaal in deze contreien
terecht waren gekomen. Bijgevolg bestaat zijn stamboom uit een bonte
mengelmoes van emigranten uit Barbados, China en Jamaica. De voertaal
thuis bij zijn grootouders was daarom Engels met hier en daar een
woordje Chinees. Dit kreeg muzikaal een heel eigen vertaling. Terwijl
de mannelijke lijn zich qua muzikale voorkeur richtte op hun (ei)land
van herkomst, ging de vrouwelijke lijn voor de Cubaanse muziek.
De mannen hielden het aldus bij ska en calypso. De vrouwen gingen
daarentegen voor artiesten als Olga Guillot, Celia Cruz en La Lupe.
Dat je als gekleurde vrouw een ster kon zijn, was voor hen een openbaring.
En hoewel zelf Engelstalig, zongen de dames alle nummers in het
Spaans mee. Gelet op hoe het thuis toeging, moet volgens Willie
de eerste muziek die hij als kind heeft gehoord ska of calypso zijn
geweest. Pas vanaf zijn achtste jaar is hij zich bewust met muziek
gaan bezighouden. Tijdens muziekonderricht op school kreeg hij toen
een soort tuba in de handen gedrukt. Hij vond het instrument een wat sullige uitstraling
hebben en ruilde het in voor een stoerdere trombone. Maar dat
was het ook niet. Na enkele maanden gaf hij de trombone terug
en wist het uiteindelijk zo te plooien dat hij drummer werd in
de militaire band van de school. Hier leerde hij de grondbeginselen
van percussie. Het zou hem jaren later van pas komen. Willie groeide op in een
periode waarin de New Yorkse salsa haar hoogtepunt beleefde. Het
was ongekend populair bij de toen opgroeiende Latino generatie.
Ook Willie had zijn sterren. Niet Rubén Blades zoals je van
iemand uit Panamá zou verwachten. Natuurlijk was hij trots
op deze artiest en vond zijn teksten geweldig. Zijn helden waren
echter Justo Betancourt, Luis "Perico" Ortiz en Louie
Ramirez met Ray de la Paz. Bij het aanbod Amerikaanse artiesten
werd zijn aandacht getrokken door trompettist Luis Armstrong en
zanger Bing Crosby. Bij die laatste naam gaat het Willie om de "swing"
die Bing in zijn muziek wist te leggen. Het was precies die jazzy
swing waarvan Willie droomde deze ooit aan Spaanstalige muziek te
kunnen meegeven.
Dat was toen, lang geleden. In de loop der jaren heeft hij zijn
vizier aardig wat klikjes bijgesteld. Want hoe leuk hij de muziek
ook vond, een carrière zat er toen niet in. Zijn ouders wilden
dat hij een academische studie zou volgen in grafische kunst. Die
studie heeft hij afgerond maar verder heeft hij er nooit wat mee
gedaan. Op zijn zeventiende jaar
vertrok Willie namelijk naar de Verenigde Staten om daar zijn toekomst
te zoeken. Hij tekende voor het leger. Van 1978 tot 1985 was hij
bij de US Marines. Toen hij afzwaaide, kreeg hij een betrekking
bij het Ministerie van Justitie in New York. Overdag had hij daarmee
genoeg om handen, maar 's nachts zocht hij ontspanning in het nachtleven.
Als Latino kwam hij vanzelf terecht in de salsascène en deed
wat hij altijd graag had willen doen: spelen en zingen. Geleidelijk
aan ontwikkelde hij zich tot een veelgevraagd corozanger. De lijst
artiesten waarmee hij in deze rol op het podium heeft gestaan, is
indrukwekkend. Door de jaren heen is hij met al deze artiesten persoonlijk
bevriend geraakt. Maar als je altijd achteraan staat, wil je natuurlijk
ook eens vooraan staan. Ook dat ging hem niet onverdienstelijk af.
Naarmate hij binnen de scène bekender raakte, werd hij vaak
zomaar tijdens een optreden uitgenodigd om even op het podium te
komen en een nummer mee te zingen. Hoe leuk ook, het was voor Willie
al die jaren niet meer dan hobby en ontspanning. Na ruim elf jaar bij het
Ministerie van Justitie te hebben gewerkt, ging Willie voor zichzelf
verder en vestigde zich in Miami. Om te ontspannen van zijn zakelijke
beslommeringen zette hij voort wat hij in New York deed: zingen
en spelen in de salsascène. Toch kreeg de hobby in Miami
een serieuze wending. Hij produceerde er namelijk "Narganá",
een door hem zelf geschreven en gearrangeerd nummer. Het is latin
jazz en de naam verwijst naar een eiland voor de kust van Panamá.
Het nummer is opgedragen aan alle indianen in Midden- en Zuid-Amerika.
Het nummer lijkt de apotheose van iets dat in zijn jeugd is gaan
sluimeren tijdens het drummen voor de militaire schoolband.
Toen hij nog in New York woonde, zeker vijftien jaar na die drumlessen
voor de schoolband, had Willie het namelijk in zijn hoofd gehaald
om timbales te gaan spelen. Hij was bevangen geraakt door de muziek
van Mike Collazo, Angel Duende en Pete Escobar. Hij kocht een set
timbales en nam lessen bij Ralph Irizarry, destijds de timbalero
van "Seis del Solar", de vroegere begeleidingsband van
Rubén Blades. Zich verdiepend in de oorsprong
van de muziek van zijn voorbeelden, kreeg hij in de gaten dat deze
grote percussionisten eigenlijk een tweede generatie waren. Zoekende
naar de eerste generatie, de voorbeelden dus van zijn voorbeelden,
is hij terechtgekomen bij het fenomeen Tito Puente. Willie beschrijft
Tito als een origineel die meer deed dan alleen voortreffelijk spelen.
Hij bezat een scheppende kracht. Met componeren en arrangeren gaf
Tito gestalte aan de muziek die hij speelde. Daarin onderscheidde
Tito zich wat Willie betreft van de meeste andere percussionisten.
Geïnspireerd door Tito ging Willie vervolgens ook voor een
totaalpakket met arrangeren, componeren en percussie. Dit hele project,
de ambitie om scheppend bezig te zijn met door percussie gedragen
muziek, leidde uiteindelijk tot de creatie van "Narganá". Maar er gebeurde meer in
Miami. Op een dag toen hij zich weer eens had laten verleiden tot
een spontaan optreden in een restaurant, werd hij aangesproken door
Omar Alfanno. Wat artiesten als Richie Ray en Bobby Cruz hem al
eens eerder hadden gezegd, bracht deze Omar Alfanno nog maar eens
opnieuw onder zijn aandacht. Met zijn kwaliteiten was hij het hobbystadium
al lang voorbij. Eigenlijk moest hij alleen nog maar voor het echte
werk gaan. Dit uiteraard ook voor een professionele beloning. Willie
heeft de raad van Omar ter harte genomen. Voor hem vanaf dat moment
geen spontane impulsen meer.
Hij ging werken aan kwaliteit. Willie zou in het vervolg niet meer
als lokale artiest voor elk niemendalletje optreden. Hij ging alleen
nog maar voor concerten die aan zijn prestige zouden bijdragen.
Hij kan het zich permitteren kieskeurig te zijn. Economisch drijft
hij op een andere dobber en hoeft daarom niet elke klus aan te nemen.
Momenteel wordt er hard gewerkt aan een eerste volwaardig album
onder eigen naam. Gelet op waar het bij zijn strategie allemaal
om draait, is het niet verwonderlijk dat het album de titel "Perfect
timing" heeft meegekregen. Een viertal teksten is van zijn
hand. Samen met Diego Galé heeft hij alle nummers gearrangeerd,
minus de bewerking van La Murga. Alles is daarmee op zijn lijf
geschreven en sluit daardoor naadloos aan op zijn stijl en uitstraling.
Ondanks zijn goede contacten met Omar Alfanno zijn er geen bijdragen
van hem aan dit album. Omar schrijft voor een romantische stijl,
die niet goed past bij wat Willie voor ogen staat. Zijn oriëntatiepunt
is de New Yorkse salsa waarin hij zoveel jaren actief is geweest.
Hij houdt van salsa met een jazzy inslag. Zelf omschrijft hij
het geluid van het album als New Yorkse salsa verweven met Colombiaanse
swing en de essentie van zijn eigen cultuur. Tot dat laatste rekent
hij ook zijn uitstapjes naar reggaeton. De fundamenten voor de
reggaeton zijn wat hem betreft gelegd in de jaren tachtig. In Panamá
wel te verstaan. Panamese artiesten als Chichoman, Renato, Nando
Boom en later El General waren de eersten die met Spaanstalige reggae
aan het experimenteren waren. Hoe populair ook, hun muziek heeft
desondanks niet kunnen uitgroeien tot een brede stroming zoals reggaeton
dat nu wel aan het worden is. Volgens Willie komt het doordat deze
artiesten het exclusief voor zichzelf hielden, juist op een moment
dat zij het breder hadden moeten trekken. Maar wat deze artiesten
lieten liggen, hebben de Puertoricanen opgepakt. Destijds traden
in Panamá tijdens het jaarlijkse carnaval veel Puertoricaanse
artiesten op met veel Spaanstalige rap en hip hop in het repertoire.
Toen zij merkten hoe het publiek reageerde op het aanstekelijke
ritme van deze reggae werd het direct door deze artiesten geadopteerd.
Eenmaal terug in Puerto Rico en terugkijkend aan de hand van gemaakte
video-opnamen en geluidsbanden, is het ritme ook daar ontdekt en
is men erop gaan voortborduren. Wat Willie betreft is reggaeton niet iets nieuws;
wie het ook claimt, de beat is onmiskenbaar afkomstig uit Panamá.
Ondanks zijn muzikale aspiraties is Willie ook bijzonder trots
op de bijrolletjes die hij in een tweetal speelfilms heeft mogen
spelen. Zo zien wij hem even in beeld in "Malcom X",
een film met Denzel Washington uit 1992. Jaren later, in 1999,
zien wij hem nog een keer, maar dan in "Any given Sunday"
van Oliver Stone. Toch ambieert hij heel bewust geen filmcarrière.
Natuurlijk, als het zo loopt, gaat hij het niet uit de weg. Maar als acteur vindt hij zichzelf een kameleon.
Je moet steeds weer in de huid van een ander kruipen om uiteindelijk
een boodschap van de regisseur te brengen.
Als muzikant is hij
zichzelf en kan hij zijn eigen boodschap aan het publiek overbrengen.
Die eigen boodschap is wat hem betreft respect, ook voor de minder
bedeelden. 10% van de opbrengsten van zijn optredens gaat dan
ook naar een goed doel.
Al met al een opmerkelijk verhaal over een
totaal onbekende artiest. Zonder een album op zijn naam te hebben
staan en doodleuk in zijn eentje is Willie naar Nederland gekomen.
Gesteund door een groep in Nederland spelende freelance musici
wordt hij uit het niets de hoofdact van één van
grootse evenementen in Nederland. Daarna maakt hij nog even een
bliksemtour langs een aantal festivals in België. Zijn bijnaam
"el Explosivo de la Salsa" heeft hij eer aangedaan.
Zelf is hij al weer lang en breed terug naar waar hij vandaan
is gekomen. De podia dreunen echter nog steeds na. Hij komt terug,
zoveel staat vast. |
| |
|
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|