|

|
Interviews 2004
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Tune (Curacao)
Wanneer: 6 augustus 2004 | Waar: Polé Polé Beach, Duinbergen | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| Tune - (Curaçao) |
Website: niet bekend |
Fotografie: Kati van Helden |
| Wanneer: 6 augustus 2004 |
Waar: Polé
Polé Beach, Duinbergen |
Tekst: Otto & Caroline |
|
|
"Ondanks
schipbreuk op weg naar internationale wateren"
Het is tekenend
voor de ambities van TUNE dat dit Antilliaanse orkest naar buiten
treedt met een manager. De geestelijk vader van dit orkest, Tico
Libiee wil dit orkest meer laten zijn dan alleen een lokale band.
Samen met manager Robert "Paco" Nahr sleutelen zij aan
een internationaal concept.
Dit concept heeft inmiddels het "ritmo TUNE" opgeleverd,
een amalgaam ritme waarin zowel Antilliaanse als Cubaanse en andere
populaire ritmes uit de Cariben zijn verwerkt.
Het
is een nieuw geluid dat er uitspringt en wordt opgemerkt, getuige
de spontane reacties van het publiek tijdens het Belgische Polé
Polé Beach Festival. TUNE is op het eerste gezicht zoals vele andere orkesten
op de Nederlandse Antillen. Oorspronkelijk begonnen als een vijftienkoppig
orkest, dan volgde een periode met elf man en nu alweer lange tijd
met veertien man. Vrijwel alle leden van het orkest zijn beroepsmuzikant. Anders dan bij Cubaanse
orkesten waarvan de leden over het algemeen aan het conservatorium
zijn geschoold, hebben deze muzikanten hun stiel in de praktijk
moeten leren. Ook de platenproductie ligt hoger dan bij de bekende
orkesten op Cuba, New York of Colombia. Naar zeggen van orkestleider
Tico Libiee (1968) vanwege de beperkte omvang van de muziekscène
op de eilanden. De muziek op de hitlijsten moet zich door het jaar
heen kunnen "verversen" en dit is niet mogelijk wanneer
alle groepen slechts één enkel album per jaar zouden
uitbrengen.
Tico draait al heel wat jaartjes mee. In de tijd dat Juan Luis Guerra
internationaal furore maakte met zijn formatie 4.40, probeerde Tico
samen met Jesús Martínez aandacht te trekken met hun
band "Orkesta 220". Deze formatie bleek slechts een kort
leven beschoren en tijden lang was Tico vaste zanger van GIO, een
in de meest letterlijke zin toonaangevend orkest op de Nederlandse
Antillen. Maar Tico´s ambities reikten verder. Hij
wachtte alleen tot het moment waarop hij zich er "klaar"
voor zou voelen: een eigen band die op het hoogste niveau zou meespelen.
Over de wijze hoe hij dat aanpakte, is zijn toelichting op de naam
"TUNE" veelzeggend. Het verwijst namelijk niet alleen
naar het afstemmen van een radio op de juiste frequentie, overdrachtelijk
dus voor het afstemmen op het juiste orkest, maar ook naar het zorgvuldig
zoeken en selecteren van de muzikanten voor het orkest.
Tico wou alleen de besten en luisterde zorgvuldig bij andere orkesten
naar wie hij voor zijn eigen orkest het meest geschikt achtte. Deze
muzikanten werden vervolgens benaderd en geworven.
Gewetenswroeging
over dit ronselen bij collega-orkesten heeft hij niet; zo gaat het
nu eenmaal in dit wereldje toe. December 1999 was het allemaal rond
en een maand later, op 28 januari 2000, trad hij voor het eerst
officieel naar buiten met een eigen orkest. Voor
zichzelf stelde hij als doel dat het orkest binnen 6 maanden een
tournee door Nederland moest maken. Hij heeft zich aan zijn eigen
voornemen gehouden maar het heeft hem lelijk opgebroken. Achteraf
bezien is het te geforceerd geweest. Een aantal leden zag het niet
in Nederland zitten, verlieten het orkest en keerden op eigen gelegenheid
terug naar Curaçao. Het orkest wankelde maar is de
klap te boven gekomen. Tico blijkt van het gebeuren veel te hebben
geleerd. Als binnen een bedrijf voert hij met de leden van het orkest
periodiek overleg. Tijdens dat overleg worden klokken gelijkgesteld,
kan ieder ideeën spuien en verder houdt het 't orkest op koers:
"stret konstant". Die koers is richting internationale
erkenning en het roer bij dit alles blijft stevig in handen van
Tico Libiee en Paco Nahr. Met het eigen "ritmo TUNE" heeft
het orkest een eigen internationaal geluid. Wat verder nodig is,
is een goede song, een single met videoclip en een push van een
grote platenmaatschappij. Hij werkt met een manager,
in zijn ogen niet echt nodig als je alleen mikt op Curaçao.
Maar wil je verder zoals hij, dan is het hebben van een manager
een vereiste.De schipbreuk die hij leed tijdens zijn eerste Nederlands
avontuur heeft hem er niet van weerhouden terug te komen.
Hij ziet Nederland zelfs als een essentiële schakel voor zijn
plannen. Het is groter dan Curaçao, er zijn meer richtingen
en faciliteiten en er zijn de contacten die hij voor zijn plannen
nodig heeft. Maar het is niet alleen Nederland. Inmiddels heeft
hij ook al optredens in Miami en Jamaica achter de rug. Het zijn
optredens waarvan je waarvan je naast de kick en goede herinneringen
iets oppikt en meeneemt: een nieuw geluid, een act of een contact. Precies zo bekijkt hij
zijn optreden tijdens het Polé Polé Festival, de plaats
waar wij hem aan de tand voelen. Steeds terugkerend thema in onze
conversatie is Tico's streven naar een internationaal geluid en
- niveau. Opmerkelijk is het volgende voorval, later die avond,
tijdens het optreden van TUNE.
Marlon Suart, de stille kracht achter dansschool Salsipuedes en
april dit jaar nog gelauwerd voor zijn werk voor de Brabantse salsascène,
stond van hun optreden te genieten. Hoewel hij niets afwist van
ons interview en nog minder van wat in dat kader allemaal over tafel
is gegaan, vertrouwde hij ons toe aangenaam te zijn verrast door
het "internationale geluid" van de groep. Wellicht hadden
wij het hele gesprek niet hoeven te houden; eigenlijk hoefden wij
alleen maar te luisteren om de boodschap te begrijpen. |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
| |
|
|