|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Tabou Combo (New York/Haiti)
Wanneer: 20 mei 2005 | Waar: De Melkweg, Amsterdam | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Een
kat met negen levens"
Het is zeker 10 jaar geleden dat zij voor het
laatst in Nederland optraden. Niettemin blijken zij in Nederland
nog steeds over een enthousiaste achterban te beschikken. Honderden
mensen dromden samen rond het podium van de grote zaal van het Amsterdamse
Melkwegtheater en lieten zich wiegen door de deinende conpasmuziek
van Tabou Combo. Voor de band die zijn thuisbasis heeft in New York
en regelmatig Haïti, Parijs en Panama aandoet, was het een
hartverwarmend weerzien. Het uit overwegend Haïtianen
samengestelde orkest stond met maar liefst 13 man op het podium.
Drie zangers, drie blazers, drie percussionisten, een toetsenist,
twee gitaristen en een bassist. Artiesten van verschillende generaties
en achtergronden, zowel blank als zwart. Als band bestaat Tabou
Combo inmiddels zo'n 35 jaar. De artiesten die in deze
rubriek naar voren zijn gehaald, zou je ruwweg kunnen onderverdelen
in een jonge en een oude garde. De jonkies zijn getalenteerd, hebben
hun eerste successen inmiddels gevierd en bruisen van ambities.
De oudjes doen het nog best, zijn geroutineerd maar hebben heel
andere oriëntatiepunten dan die jonkies. De jonkies denken
dat het een kwestie is van alleen een machtige platenmaatschappij
en een vette videoclip. Na 35 jaar in dit wereldje te hebben rondgezworven
en te staan waar ze nu staan, kijken de door de wol geverfde artiesten
van Tabou Combo daar toch iets genuanceerder tegenaan.
Volgens Yves Joseph, beter bekend als Fan Fan en één
van de vier overgebleven leden van de originele bezetting, is het
allemaal niet zo simpel. Succes is mensen aan je te binden. Of je
hoofd er naar staat, het is optreden na optreden een prestatie leveren
waardoor die mensen met een goed gevoel huiswaarts gaan. Ook hebben ze inmiddels
geleerd hun lot niet zonder meer aan dat van een platenmaatschappij
te verbinden. Verdwijnt de maatschappij, dan verdwijnen zijzelf
mee. Dan moet je alles weer van voor af aan gaan opbouwen. Maar
in zee gaan met een grote maatschappij is ook niet alles. Het betekent
dat jij je aan hun commerciële strategie hebt aan te passen.
Zij verlangen van jou je identiteit los te laten en je roots te
verloochenen. Je wordt een speelbal van gewiekste zakenlui en commerciële
belangen. Zij kunnen er over meepraten. "New York City"
was indertijd een hit, gepusht en geplugd door een machtig platenlabel.
Dat label maakte het succes maar nam het ook meteen weer af.
EMI vond dat Tabou goed was voor een zomerhit, maar ook niet meer
dan dat. Zij kregen die ene hit maar moesten daarna wel weer terug
naar "af". Fan Fan heeft het allemaal meegemaakt. Toen
hij met zijn vrienden Tabou Combo begonnen, had niemand het idee
dat het 't begin van een professionele carrière zou worden.
Zij waren niet meer dan een groepje middelbare scholieren dat samen
op school zat en samen sportte. Net als in de rest van de wereld
raakten zij in de ban van The Beatles en The Rolling Stones. En
net als alle andere kinderen van die tijd probeerden zij met gitaren
hun liedjes na te zingen. Toen het klikte hebben ze in 1968 een
bandje gevormd. Het zal niemand verbazen
dat het bandje waarmee ze toen in Petion-Ville, een buitenwijk van
Port-au-Prince zijn begonnen, een getrouwe kopie was van de bands
van hun idolen: twee slaggitaren, een basgitaar en een drumstel.
Nationale bekendheid kwam al in 1969 toen ze in Haïti de eerste
prijs wonnen tijdens een talentenjacht op televisie. Om verschillende
redenen viel het orkest niet veel later weer uit elkaar; één
van de oprichters, Albert Chancy, mocht van zijn ouders niet verder
in de showbiz! De meeste bandleden vertrokken in 1970 naar Amerika.
Tijdens een onverwachte reünie in New York was het de gitarist
Jean-Claude Jean die de band nieuw leven in blies.
Het werd meer leven dan zij ooit hadden kunnen vermoeden. Met "New
York City" scoren zij in 1975 een monsterhit. Hiervoor is al
aangegeven dat de samenwerking met EMI van korte duur was. Toch
markeert deze periode bij Fan Fan de omslag van muziek als bijzaak
naar muziek als hoofdzaak. De bekendheid die zij verwierven met
"New York City" maakte het mogelijk met hun reguliere
werk te stoppen en beroepsmuzikant te worden. Fan Fan is dat tot
op de dag van vandaag gebleven. Ook in de mindere periodes
met weinig werk is hij altijd wel op één of andere
wijze beroepsmatig met muziek bezig geweest. Sinds jaar en dag is
hij zakelijk de stuwende kracht achter Tabou Combo. Maar niet alleen
zakelijk, ook artistiek draagt hij zijn steentje bij. Lange tijd
stond hij verscholen achter de conga's, componeerde liedjes en produceerde
albums. In 1989 leende hij zijn stem voor één van
de liedjes. Het bleek niet voor dovemans oren en korte tijd later
kreeg hij naast Shoubou een vaste plaats achter de microfoons. Tot
op de dag van vandaag is Fan Fan gek op The Stones en laat zich
door hun muziek inspireren. Bij tijd en wijlen komt deze muziek
dan ook terug in de muziek die ze zelf spelen. Hij blijkt bijzonder
te zijn gecharmeerd van de teksten van Queen. De Haïtiaanse
compas heeft ook lijnen met de Congolese rumba en soukous. Ook deze
muziek is Fan Fan niet onbekend. Hij blijkt namelijk een tijd als
vertaler voor de Congolese afgevaardigden in de Verenigde Naties
te hebben gewerkt. Hij heeft in deze periode veel van deze muziek
gehoord en Franco is zijn favoriet. Dit werk heeft overigens niets
te maken met de latere bijdrage van Shoubou aan de albums van Africando. Dat was gewoon een commerciële
zet van de producers die naar bekende stemmen zochten. Al die invloeden
hebben hun sporen nagelaten.
Zo heeft de zoektocht naar hun Afrikaanse
roots de percussiesectie veranderd en is deze geleidelijk aan uitgebreid.
Met name de muziek van Earth Wind and Fire en The Commodores heeft
gemaakt dat er ook een blazerssectie werd toegevoegd. Na 35 jaar
in de V.S. voelt Fan Fan zich nog steeds betrokken bij Haïti.
Hij wil op alle mogelijke manieren een bijdrage leveren aan de ontwikkeling
van zijn land. En één ding weet hij zeker: hij gaat
terug. Hij heeft er inmiddels de nodige zakelijke belangen en is
aan het investeren. Hij hoopt er een rustige oude dag te kunnen
doorbrengen. Hij beschrijft Haïti als in een bekende televisiereclame
voor rum. Het gemoedelijke ritme daar in scherp contrast met het
felle ritme van New York. Haïti is familie, vrienden en stranden
maar ook geldzorgen. New York is voor hem hard werken en in je werk
hard zijn. Eén en al kille
zakelijkheid dus. Maar New York heeft ook zijn goede kanten. Je
wordt er "volwassen", je leert jouw intelligentie te gebruiken
en bovenal, het leert je over het leven en het leert je te overleven.
Je wilt er eigenlijk niet zijn, maar je bent er voor het volgen
van een soort open onderwijs aan een school waar hij nu al 35 jaar
op zit. Vanuit diezelfde betrokkenheid bij zijn vaderland komt het
gesprek als vanzelf op politiek. Eigenlijk, zo ontboezemt Fan Fan,
zouden niet politici maar musici het land moeten regeren. Politici
bakken er niets van. Musici staan meer in de maatschappij. Musici
appelleren aan mensen; het publiek heeft er geld voor over om ze
te horen spelen. Geen mens betaalt om een politicus te horen praten.
In zekere zin kreeg Tabou Combo ook hier een unieke kans: Herman
Nau werd in 2001 minister van sport. Helaas moest hij al na een
jaar het veld ruimen. Schertsend merkt Fan Fan op dat dit komt omdat
hij de steun van de band ontbeerde. Meer serieus wil hij daarover kwijt dat de politiek
de goede naam en faam van Tabou Combo heeft willen gebruiken.
Het was nooit de bedoeling Herman een serieuze rol in het parlement
te geven. Fan Fan zegt zelf geen specifieke voorkeur voor een
president of partij te hebben. Hij beoordeelt de regeringen en
presidenten op hun daden. Maar bij deze boude uitspraken past
een relativering. Tijdens de viering van 200 jaar onafhankelijk
Haïti hadden zij in Haïti moeten optreden. Helaas is
dat optreden niet doorgegaan. Onderlinge onenigheid maakte dat
ze helemaal nergens naar toe zijn gegaan. Fan Fan heeft daarop
thuis een feestje voor wat vrienden georganiseerd. Tegen middernacht
zong hij het volkslied en mijmerde wat over deze gemiste kans
over wat Tabou Combo voor dat land had kunnen doen. Hij wil er
een lied over schrijven. Maar ondanks de goede bedoelingen ben
ik bang dat Tabou Combo als politieke coalitie niet langer stand
zal houden dan elke andere coalitie in de Haïtiaanse politiek.
Het zijn en blijven tenslotte gewone mensen. Na 35 jaar kennen zij elkaar
van haver tot gort.
Ze hoeven niet bij elkaar te kruipen; ieder
heeft zijn eigen gezin en zijn eigen bedoening. Maar om na 35 jaar
te staan waar zij staan, moet je veel saamhorigheid hebben, tegenslagen
kunnen incasseren en doorzettingsvermogen hebben. Jij en je maatjes
worden door de tijd als een familie met alles wat zich binnen een
familie afspeelt. Wat dat betreft is Tabou Combo als een kat met
negen levens. Je brengt goede albums uit en je krijgt roem, je brengt
een minder goed album uit en je oogst kritiek. Het brengt goede
en slechte tijden. Je smijt het aan de kant en treedt een tijd niet
op. Maar dan pak je het weer op en beklimt opnieuw het podium. Niet
in de laatste plaats blijken de fans een stuwende kracht te zijn
om zich door al deze problemen heen te bijten en door te gaan waar
anderen zouden afhaken. Maar de Stille Kracht die hen bij elkaar
houdt, ligt misschien nog het meest besloten in hun eigen naam en
de uitleg die Fan Fan daarvan geeft: Tabou is iets geheimzinnigs;
combo is een combinatie. Samengetrokken betekent het "geheime
combinatie". Wat die combinatie ook moge wezen, hij werkt na
35 jaar nog steeds. |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|