|

|
Interviews 2004
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Soneros de Verdad (Cuba) - Musica Cubana - Sons of Buena Vista
Wanneer: 16 & 17 juli 2004 | Waar: Docklands, Amsterdam | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
 |
| José Lusson
Bueno |
 |
| |
 |
| |
 |
| Dionicio Glacier |
 |
| Ricardo Quevedo Martinez |
 |
| |
 |
|
"Musica
Cubana - Sons of Buena Vista"
De wervelwind die momenteel onder de naam Musica
Cubana - Sons of Buena Vista over Europa waait, heeft een totaal
andere aanpak gekregen dan hetgeen wij tot nu toe gewend zijn geweest
van alles wat onder de vlag van de Buena Vista Social Club gebeurde.
Geen subtiele son-muziek met akoestische instrumenten of een ingetogen
romantisch repertoire met bolero's. Neen, in plaats daarvan is gekozen
voor aanstekelijke up-tempo dansmuziek.
Dit alles hangt
samen met het feit dat Pio niet zoals de andere leden van de Buena
Vista Social Club onder contract staat van World Circuit Records
en de coaching krijgt van Ry Cooder. Pio is verbonden aan het Duitse
Termidor label. Samen met zijn kinderen en een aantal andere Cubaanse
muzikanten benaderen zij de Europese markt onder de naam "Soneros
de Verdad". Overigens veelal met een verwijzing naar Buena
Vista, de wijk in Havana die sinds het Social Club-gebeuren het
centrum is geworden van dit genre Cubaanse muziek. Een
goede formule blijkens het succes van de verschillende albums en
optredens. Toch krijgt dit orkest in het hele perscircus rond de
concerten van Pio Leiva relatief weinig aandacht. Onterecht, want
ook zij hebben een verhaal te vertellen. In een trendy outfit en
met zijn tomeloze energie is de 56 jaar oude José Lusson
Bueno de grote animator van elk optreden. (foto linksboven): José
Lusson Bueno)
Deze in Santiago de Cuba geboren zanger
beschikt over een gerijpte stem, toont ervaring en pakt het publiek
moeiteloos voor zich in.
Wat mij betreft zou een optreden van dit orkest met alleen hem al
volstaan. Jaren geleden, in 2001 in Delft om precies te zijn, stond
hij al eens op een Nederlands podium, maar toen als één
van de zangers van Chappottin y sus Estrellas. Daarvoor heeft hij
in nog tal van andere orkesten gezongen, waaronder Orquesta Karachi
en Orquesta Chepin-Choven. Hij heeft zijn muzikale aanleg niet van
een vreemde; zijn vader was als beroepsmuzikant verbonden aan het
Conjunto de Esteban Salas. Zelf rolde hij op zijn
dertiende jaar in de muziek.
Echter niet als zanger van een Cubaans
repertoire zoals men zou verwachten, maar van een Mexicaans repertoire.
Beïnvloedt door grote Cubaanse zangers zoals Beny Moré,
Miguelito Cuni, Carlos Embale en Raúl Planas is hij toch
nog op het goede (Cubaanse) pad terechtgekomen. Ook zijn zoon blijkt
over muzikale aanleg te beschikken. Na enige tijd samen met hem
te hebben opgetreden, heeft hij zijn bij Chappottin opengevallen
plek aan hem overgedragen. In de meest letterlijke zin "zo
vader zo zoon". Naast dat dit project hem een buitenkans biedt
om meer op de voorgrond te treden met de geplande producties voor
het Termidor-label, vindt hij in Pio Leiva een nieuwe bron van inspiratie.
Hij vertelt mij het ook zo te willen doen en zijn grootste ambitie
is uiteindelijk op hoge leeftijd net als hem in het harnas te mogen
sterven. Op het podium weet José Lusson zich in de rug gesteund
door Dionicio Glacier. (foto: links)
Hij zingt coro en schraapt
en ritselt er lustig op los met een arsenaal aan kleinere percussie-instrumenten
dat in geen Cubaans orkest mag ontbreken. Zijn stem is duidelijk
anders van kaliber als die van José Lusson. Niet verwonderlijk
want de instrumenten van zijn stiel zijn gitaar en bas. Toch vervult
hij op die bescheiden tweede plaats een spilfunctie want hij blijkt
vanuit deze positie het hele orkest te leiden. Daarnaast tekent
hij met composities en arrangementen voor de nodige artistieke inbreng.
Ook hij komt uit een muzikale familie en is geschoold aan het conservatorium.
Hij is inmiddels 41 jaar en zijn inbreng in de Soneros de Verdad
betekende zijn internationale doorbraak. Toch ziet hij dit project
niet als zijn eindpunt. Muziek, zeker op Cuba, bestrijkt een breed
terrein en hij wil zich voor de toekomst niet op een specifiek genre
vastpinnen. Dit hangt samen met zijn toekomstvisie dat niet één
van de bestaande genres er op lange termijn specifiek zal uitspringen.
Hij verwacht eerder dat
als gevolg van fusions tussen verschillende genres nieuwe stijlen
zullen ontstaan die hij nu nog niet kan benoemen. Datgene waar Dionicio
Glacier feitelijk mee bezig is, vertoont opvallende parallellen
met de aspiraties van Ricardo Quevedo Martinez. (foto: links)
Deze in 1965 in Havana geboren bassist wil zijn plek achteraan graag
verruilen voor die van de leadzanger om zich te kunnen koesteren
in de schijnwerpers. Na te hebben gespeeld met Guillermo Rubalcaba
raakte hij verzeild in las Estrellas Afro Cuba.
Dit gezelschap onder leiding van Luis Frank bracht hem in contact
met nog andere artiesten van de oude garde zoals Teresa Garcia Caturla,
Manuel "Puntillita" Licea en nu dan Pio Leiva. De kennis
en ervaring van deze oude garde is ook voor hem een bron van inspiratie.
Ondertussen is ook hij bezig zich met het schrijven van liedjes
en arrangementen om zich artistiek te profileren. Tot
zover het verhaal van een drietal artiesten, vertegenwoordigers
van een nieuwe generatie die onder eigen naam bekend wil raken,
internationaal wil doorbreken en op latere leeftijd de zelfde erkenning
wil krijgen die de oude generatie nu ten deel valt.
Ik heb ze er niet naar gevraagd, maar ik neem zonder meer aan dat
de overige leden van het orkest soortgelijke aspiraties hebben. |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|