NAVIGATIEBALK
naar homepage
 
index interviews 2005
Ajiaco
Alfredo de la Fé
Asere
Azucar Negra
Doble Impacto
El Nene
Eva Ayillon
Gabriel Rios
Grupo Azul
Jimmy Bosch
Herman Olivera
Israel Gonzalez
Izaline Calister
Kekele
K-Liber
Kuifje op Cuba
Masalsa
Mercadonegro
Miguel Osorio y la Parranda
Obanjoko
Orquesta de la Luz
Plena Libre
Raíces Cubanas
Romy Rick
Septeto Santiagero
Sierra Maestra
Sonora Carruseles
Tabou Combo
Willie Panama
 
koppelingen
 
 
 
 

Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten


In de reeks van "Interview met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck & Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en internationale artiesten geinterviewd.
Sierra Maestra (Cuba)
Wanneer: 29 oktober 2005 | Waar: La Vida, Tilburg | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden
 
Wie: - Eduardo Himely, 1954, Havana (directeur, bas)- José Antonio Rodriguez, 1953, Holguín (vocalist, gitaar)- Alejandro Suarez, 1955, Havana (bongocero)- Carlos Puisseaux, 1954, Guantanamo (güiro en handpercussie)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
" Muzikale revolutie"

Op een continent vol generalísimo's, junta's en guerillero's mag een groepje muzikale rebellen niet ontbreken. Rebellen die zich afzetten tegen een gevestigde orde. Meestal eisen rebellen vernieuwing. In dit geval was eerder het tegenovergestelde het geval. Het was een appél aan tradities als reactie op de muzikale vernieuwingsdrift die destijds hoogtij vierde. Dat destijds waren de jaren zeventig in Cuba. Een periode waarin instrumenten zoals de elektrische bas en de synthesizer op grote schaal hun intrede in de Cubaanse muziek deden. De toen opgroeiende generatie zette alle bestaande conventies op hun kop.

Een groep studenten wilde ook muziek maken maar niet met deze stroom meedrijven. Wat zij wilden brengen moest totaal anders klinken. Ze besloten terug te grijpen op de instrumenten en muziek van hun grootvaders, de muziek van de septeto's uit de jaren dertig. Het was in die tijd zeer gedurfd om tegenover jouw medestudenten te stellen dat een tres en akoestische bas minstens zo cool zijn als welke slag- of basgitaar dan ook. Ten lange leste heeft hun volharding een complete revival van deze in onbruik geraakte instrumenten en muziek teweeggebracht. Het absolute hoogtepunt van die revival is natuurlijk het succes van de Buena Vista Social Club. Het is niet verwonderlijk dat de heren van Sierra Maestra - want daar hebben wij het over - ook met dat project het nodige van doen hebben gehad. Nu heet het, dat buideldieren zoals kangoeroes twee keer worden geboren. De eerste keer is vanzelfsprekend de natuurlijke geboorte. Het diertje komt echter niet zoals anderen stoer op eigen benen in de natuur te staan, maar nestelt zich veilig in moeders buidel. De tweede geboorte is het moment waarop die kleine kangoeroes voldoende moed hebben om die warme buidel te verlaten en dan toch op eigen benen gaan staan. Het verhaal rond de oprichting van Sierra Maestra is als het verhaal over de geboorte van zo´n kangoeroebaby. Voor wie er naar vraagt, wordt als oprichtingsdatum van het orkest 20 oktober 1976 aangegeven. Maar eigenlijk is deze datum een slag in de lucht. Niemand kan zich meer de precieze datum van de eerste repetitie herinneren. Het enige dat zij nog weten, is dat het ergens rond die 20ste oktober moet zijn geweest. Die datum is op Cuba namelijk el Día de Cultura Nacional, een feestdag waarop bijvoorbeeld het samen musiceren wordt gepromoot. De vriendenkring waaruit het latere Sierra Maestra is voortgekomen moet ergens rond die datum bevlogen aan de slag zijn gegaan.
De moederbuidel voor deze muzikale kangoeroebaby was de universiteit waar zij in een beschermde omgeving konden optreden. Maar de datum waarop deze kangoeroebaby uit deze veilige buidel is gefloept en door salsaland is gaan hoppen, kunnen de heren zich herinneren als de dag van gisteren. Dat was maanden later. Op 26 december 1976 legden zij namelijk voor het eerst contact met hun grote voorbeeld, het Septeto Nacional de Ignacio Piñeiro. Van alle sexteto's en septeto's die er zijn geweest, werd dit orkest door hen als het meest representatieve voor het genre beschouwd. Het klikte, en met name Rafael Ortiz en Lazaro Herrera, zanger/gitarist, respectievelijk trompettist van dit Septeto Nacional, ontfermden zich over hun adepten en onderwezen hen in de technieken en tradities. Zij werden hun belangrijkste leermeesters en de heren van Sierra Maestra zijn hier machtig trots op. De vriendenkring bestond uit een groepje studenten dat in Havana voor het merendeel studeerde voor ingenieur. Slechts enkelen van hen, Jesús Alemañy en Eduardo Himely, studeerden muziek aan het prestigieuze Amadeo Roldán. Sommigen van hen, zoals Juan de Marcos González en Eduardo Himely kenden elkaar al van kinds af aan. Als zoveel jongens in die tijd hadden zij zichzelf in een instrument bekwaamd en omdat in het kader van hun culturele vorming het maken van muziek werd gestimuleerd, hadden de meesten van hen al in orkestjes in de buurt of op school gespeeld.

In muzikaal opzicht hadden deze de meest uiteenlopende achtergronden. Zo speelde bijvoorbeeld Juan de Marcos González in een rockband en José Antonio Rodríguez in een orkest dat zich toelegde op bolero's. De vrienden hebben heel wat afgepraat over hoe hun orkestje moest gaan klinken. Het moest kwaliteit hebben, dat stond voorop. Ook moest het duidelijk anders zijn dan wat de anderen deden. Op Cuba was er in die tijd veel aandacht voor stromingen als feelin en nueva trova. Tradities werden losgelaten omwille van het experiment. Maar hoe konden zij in dit klimaat anders dan anderen zijn? In de VS beleefde de salsa haar hoogtepunt, maar dit was niet direct datgene waar de heren aan dachten. In diezelfde periode ging er ook veel invloed uit van Braziliaanse muziek. Dit was niet aan Cuba voorbij gegaan. Uiteindelijk vatten zij daarom het plan op om samba te gaan spelen. Volgende stap was het krijgen van de benodigde instrumenten. Veel keuze was er niet. Op Cuba kom je dan al gauw uit op een set met claves, maraca's, bongó, tres enz. Maar ja, hoe ga je samba spelen met deze set instrumenten? Het was de vader van Juan de Marcos die de jongens overtuigde dat wanneer je zo'n set traditionele instrumenten bij elkaar hebt, je eigenlijk alleen traditionele Cubaanse muziek kunt spelen. Juan de Marcos' vader was indertijd sonero geweest. Hij hield van die traditionele muziek en wilde de jongens daar warm voor maken. Het leek hen allemaal verschrikkelijk oubollig en het hele idee sprak ze dan ook voor geen meter aan. Toch had zich door toedoen van de vader van Juan de Marcos een idee genesteld. Na rijp beraad zijn zij inderdaad voor het idee van de traditionele muziek gegaan. Met het Septeto Nacional de Ignacio Piñeiro als het grote voorbeeld, gingen zij 10 man sterk aan de slag. Om die reden noemden zij zich heel bewust "Grupo" en niet "Septeto". Het zat 'm alleen in het aantal en niet in de stijl of de wijze waarop de muziek werd gespeeld. De nummers "Dónde estabas anoche" en "Bururu barara", beiden klassiekers van Inacio Piñeiro, werden noot voor noot gekopieerd. Ze hadden ruim twee maanden nodig om alleen deze twee nummers onder de knie te krijgen. De muziek van Septeto Nacional was tot dat moment zo'n beetje het exclusieve domein van de oudste generatie. Het had geen enkel appél op jongere generaties. Die waren volledig in de ban van het verkennen van de nieuwe mogelijkheden die allerlei elektrische instrumenten de Cubaanse muziek hadden gebracht. Wie er bij wilde horen, moest hieraan meedoen en niet op de proppen komen met muziek uit lang vervlogen tijden. Maar Sierra Maestra bleek een succesformule. Een instrument als de tres beleefde door Juan de Marcos een soort revival. De jeugd kreeg weer belangstelling voor dit instrument. Hetzelfde geldt voor Eduardo Himeley met zijn akoestische bas. Een imposant instrument dat toendertijd hooguit nog in kleine jazzcombo's werd gebruikt. Het dreigde overal te worden vervangen door de handzamere en minder nauw luisterende elektrische bas. De bijdrage van Sierra Maestra schuilt dan ook daarin, dat zij lieten zien dat het als jongere best wel cool kon zijn om met deze ouderwetse instrumenten op het podium te staan. De ommezwaai die zij veroorzaakten was revolutionair. Maar de omwenteling kwam natuurlijk niet van de ene dag op de andere. Pas vijf jaar na hun oprichting, in 1981, konden zij hun eerste elpee uitbrengen. Dit album kreeg de passende titel "Sierra Maestra llegó (con el guanajo relleno)" (Areito LD-3940). Eerst met dit album konden zij een breed publiek bereiken. Inmiddels is het jeugdige van Sierra Maestra er een beetje af geraakt. Gerijpt in de tijd, zijn het nu grijzende heren van middelbare leeftijd geworden. Waren zij zelf in het begin niet meer dan een kopie van hun voorbeeld, geleidelijk aan is dit losgelaten en is het orkest een eigen artistieke koers gaan varen. Als zeevaarders uit de Gouden Eeuw zijn zij nu al dertig jaar bezig de mogelijkheden van het vertrouwde septeto-concept te verkennen. Met name eind jaren tachtig, begin jaren negentig, is Sierra Maestra de strakke teugels van deze septetostijl gaan vieren. Zij wilden ook andere stijlen beproeven die binnen het bereik van hun orkest lagen. Er werd geëxperimenteerd, zowel met oude in onbruik geraakte instrumenten als met moderne instrumenten. Vervolgens doken er opnamen op met een marimbula (duimpiano) en de botija (kruik die, door erin te blazen, als bas wordt gebruikt), en in een nummer als bijvoorbeeld "La tintorera ya llegó" figureerde een elektrische gitaar. Door de jaren met allerlei veranderingen en personeelswisselingen heen is het geluid van Sierra Maestra vrijwel hetzelfde gebleven.
Volgens de heren komt dit, doordat Sierra Maestra niet is gebouwd rond één specifieke artiest. Sierra Maestra is een collectief gebeuren waarbij de één de ander aanvult. Het uiteindelijke geluid van Sierra Maestra, hun "sonoridad", wordt in hoge mate bepaald door de arrangementen. Deze arrangementen zijn volgens hen eigenlijk het resultaat van de synergie binnen de groep. Het zijn collectieve ideeën die tijdens repetities spontaan opborrelen. Wanneer iemand afhaakt, blijft de ketting grotendeels in tact en wordt het werk gewoon voortgezet met hier en daar een vervangen schakel. Het vertrek van bijvoorbeeld Juan de Marcos González en Jesús Alemañy had daarom minder impact op de achterblijvers dan het lijkt. En wat betreft de arrangementen? Uiteraard zal één van hen het eindresultaat van de collectieve inbreng moeten opschrijven en uitwerken. Bij de oudere albums duiken in dat verband vrij frequent de namen op van Juan de Marcos González en Jesús Alemañy. Op de laatste albums zien wij steeds vaker Eduardo Himely als arrangeur vermeld staan en inderdaad ook wel eens de groep als geheel. Tegenwoordig bestaat Sierra Maestra uit 9 man. De naam van de groep verwijst naar de streek waar de hoofdschotel van hun repertoire, de son, oorspronkelijk is ontstaan: het Sierra Maestra gebergte in Oriente. Nadat deze muziek zich over het hele eiland is gaan verspreiden, ontstonden regionale varianten met specifieke kenmerken. Nu komen de leden van Sierra Maestra uit verschillende provincies. Deze gemêleerde samenstelling van Sierra Maestra maakt dat hun muziek niet aan een specifieke streek of stijl gebonden is. Ze omschrijven het als een neutrale mix. Trots meldden de heren tijdens het interview dat de groep nog zes leden van de oorspronkelijke bezetting telde. Amper een week na het gesprek komt daar op dramatische wijze verandering in. In Kopenhagen (Denemarken) kreeg zanger José Antonio Rodriguez een uur na het afsluiten van het laatste optreden in het kader van dit Europese tournee een hevige astma-aanval gevolgd door een hartaanval. Hij werd direct opgenomen in een ziekenhuis maar daar werd een tweede hartaanval hem fataal. José Antonio Rodríguez was klein van stuk maar zijn stem was groot. Hij gaf een bijzonder timbre aan de opnames van de groep. Het zal daarom niet eenvoudig zijn een waardige vervanger te vinden voor deze schakel in de Sierra Maestra-ketting.
   
 
 
 
 
Voor de fijnproever: roddel over de Buena Vista Social Club
Wie de lijst afvinkt van muzikanten die hun medewerking hebben verleend aan het zo beroemd geworden album van de "Buena Vista Social Club" in 1996 (World Circuit Records WCD 050) komt nogal wat namen tegen van leden van Sierra Maestra. Niet verwonderlijk zou je zeggen, gezien de rol van Juan de Marcos González in het hele project. Diezelfde Juan de Marcos González was immers op datzelfde moment ook verbonden aan Sierra Maestra.
Aanvankelijk was het vooral Ry Cooder die met de eer ging strijken van de "ontdekking" van deze oude in vergetelheid geraakte kopstukken uit de Cubaanse muziekgeschiedenis. Langzaam sijpelde echter door dat het hele idee en de research niet van hem maar van Juan de Marcos González afkomstig zou zijn. Deze Juan de Marcos zou van Nick Gold, de man achter Word Circuit Records, ruimte hebben gekregen voor verwezenlijking van een lang gekoesterde wens om met deze bejaarde kopstukken nog één keer een album op te nemen met traditionele sonmuziek. Wat je er verder over moge denken, de impact van het wereldwijde succes van de Buena Vista Social Club (BVSC) is enorm geweest. Nu, bijna tien jaar na dato, proberen nog steeds allerlei promotors en artiesten een relatie te leggen met de BVSC om zo nog een graantje mee te kunnen pikken. Hoe gekunstelder de poging, hoe bedroevender het wordt. Ondertussen begint Europa aardig uitgekeken te raken op deze uitgekauwde formule. Maar als er één groep is, die zich op een relatie met die BVSC zou mogen laten voorstaan dan is het wel Sierra Maestra. Het is echter ronduit opvallend hoe onverschillig Sierra Maestra met deze zilveren koorde omgaat. Toch maakt juist dit ons nieuwsgierig naar hoe binnen dit gezelschap tegen die BVSC wordt aangekeken. Laconiek vertelt Eduardo Himely dat de oorsprong van het idee noch bij Ry Cooder noch bij Juan de Marcos González moet worden gezocht. Volgens hem is Sierra Maestra de Genesis van het verhaal.
Het hele concept van Sierra Maestra komt min of meer overeen met dat voor de BVSC. Eigenlijk was Sierra Maestra van het begin af aan in de weer met oudere in vergetelheid geraakte artiesten. Zo hebben zij lang voor het uitkomen van het BVSC-album opgetreden met Omara Portuondo, Tito Gómez en Joseíto Fernández (n.b. het laatste optreden van Joseíto Fernández voor de Cubaanse televisie was met Sierra Maestra). Ook hebben zij opgetreden Celeste Mendoza en samen met haar een album gemaakt.

Het idee van Juan de Marcos, dat ten grondslag lag aan het BVSC-album, was dan ook geen nieuw idee. Het was dus iets waar ze binnen Sierra Maestra al langer mee aan het experimenteren waren. Eigenlijk ziet Eduardo, vanwege de stijl en het geluid, in het album "¡Dundunbanza!" (World Circuit Records WCD 041, 1994) een soort blauwdruk van het latere album van de BVSC. Volgens hem was het Jesús Alemañy die het idee met Nick Gold, de producer van het latere album, zou hebben besproken. Jesús Alemañy verliet echter de groep. Juan de Marcos besprak het opnieuw en ging er vervolgens mee aan de slag. Hij deed dat heel diplomatiek door zoveel mogelijk mensen van Sierra Maestra in het project te betrekken (met name de eerste twee albums "Buena Vista Social Club" en "Introducing Rubén González"). Het ligt daarom binnen de groep allemaal niet zo scherp en bewust laten zij in het midden aan wie als persoon de eer mag toekomen.
Het succes van het album heeft wat Eduardo Himely betreft niet zozeer met hun eigen bijdrage te maken als wel met andere omstandigheden. Zo vindt Eduardo dat Cuba zelf een steekje heeft laten vallen. Alle grote namen uit het verleden stonden tot in de jaren tachtig onder contract van Egrem. Die heeft met deze unieke situatie weinig of niets in deze richting gedaan. Een positieve uitzondering vormt wellicht het project uit 1979 rond de Estrellas de Areíto. Bij dit project springt een ingenieus samenspel tussen verschillende "generaties" artiesten in het oog. Enerzijds is er de oude garde die zijn hoogtepunt beleefde in de "gouden" jaren veertig en vijftig. Anderzijds hoor je een jongere generatie die in deze jaren zeventig zijn artistieke hoogtepunt beleefde. Maar waar de BVSC duidelijk teruggreep op een bestaand concept, wilde men met dit project juist het tegenovergestelde: men wilde bestaande concepten loslaten. Met dit project was het de bedoeling elementen van verschillende traditionele orkestraties te combineren om zo een geheel nieuwe eenheid te creëren. Opmerkelijk genoeg kwam dit project niet uit eigen (Cubaanse) koker maar werd geïnitieerd door Raoul Diomande, een toendertijd in Parijs woonachtige muziek-producer uit het Afrikaanse Ivoorkust. Wellicht is juist daardoor aan deze werkelijk prachtige opnamen in Cuba nauwelijks aandacht geschonken. Niet geheel toevallig is het opnieuw datzelfde World Circuit Records dat in 1998 een imponerende compilatie van deze opnamen op de markt brengt (Estrellas de Areíto: "Los héroes" WCD 052).

Maar terug naar het verhaal van Eduardo Himely. Hij constateert dat er sindsdien veel verloren is gegaan. Ten tijde van het maken van het BVSC-album was het bos door natuurlijk verloop reeds aardig uitgedund. Hierdoor zijn vele grote namen buiten beeld gebleven. Dan wijst hij op het feit dat het album is geproduceerd door een Europees platenlabel. Westerse platenlabels hebben volgens hem minder moeite met het internationaal distribueren van hun producten dan een Cubaans label. Artiesten die door zo'n label worden geholpen, komen daarom beter weg dan de artiesten die aan een Cubaans label zijn verbonden. Maar al te zeer beseft Eduardo dat dit niet zaligmakend is. Cubaanse muziek wordt binnen de muziekindustrie ingedeeld in een genre dat gemakshalve wordt aangeduid met "wereldmuziek". Maar wereldmuziek blijft wereldmuziek; iets dat in werkelijkheid veel minder commerciële potentie heeft dan de groots klinkende naam doet vermoeden. De impact van populaire westerse muziek is commercieel gezien oneindig veel groter. Natuurlijk hebben de WOMAD-festivals bijgedragen aan een betere marketing van het genre. Toch blijft dat WOMAD een soort paardenmarkt met duizenden zeer getalenteerde artiesten uit alle windstreken die aandacht proberen te trekken. Soms wanhopig, want als overal regeert ook binnen dit kleine marktsegment een kleine groep smaakmakers. De grote bazen overzien het aanbod en verdelen elk jaar opnieuw de koek. Succes hangt daarom van heel andere factoren af dan alleen het hebben van kwaliteit, een contract met een groot platenlabel of lekker wat geld voor promotie. Lobby bepaalt in belangrijke mate wie het een komend seizoen gaat maken. Het is hier dat Ry Cooder in beeld komt. Volgens Eduardo Himely moet zijn rol binnen dit hele marketingcircus niet worden onderschat. Een album volgens zelfde formule en met dezelfde kwaliteit zou zonder Ry Cooder lang niet dezelfde impact hebben gehad.
   
© copyright - latinartiesten.nl 2003
_Interessante aanbiedingen
Cadeau's en gadgets
Dating
Domeinnamen en hosting
Elektronica en witgoed
Entertainment
Financiële producten
Gezondheid en verzorging
Hard- en software
Kunst en lifestyle
Mode en sieraden
Muziek, video en DVD
Sport en recreatie
Telecommunicatie
Warenhuizen
Werk, opleiding, carrière
Wonen, huis en tuin
Zakelijke dienstverlening
 
 
 
Reisboekwinkel de Zwerver heeft een zeer compleet online aanbod reisgidsen en landkaarten van vrijwel elk land ter wereld! Van een Lonely planet van Australië tot een wandelkaart van de Kilimanjaro tot een Michelin Wegenkaart van Frankrijk.