|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Septeto Santiaguero (Cuba)
Wanneer: 26 juni 2005 | Waar: Stadserf, Schiedam | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Een
reputatie op te houden"
Santiago de Cuba op het meest Oostelijke puntje
van Cuba heeft een reputatie op te houden wat betreft de traditionele
son. Deze is immers daar ontstaan. Eerst rond de vorige eeuwwisseling
is deze muziek tijdens de vrijheidsstrijd tegen Spanje met de vandaar
oprukkende bevrijdingslegers in de hoofdstad terechtgekomen. De
kleine combo's waarin de muziek werd gespeeld, groeiden uit tot
sexteto's. Deze groeiden weer uit tot septeto's om tenslotte door
toevoeging van nog meer instrumenten tot conjunto's te worden.
Veel van deze ontwikkelingen vonden
plaats in Havana. Maar waar Havana zich als uitgaanscentrum van
de ene muzikale mode in de andere stortte, stelde men zich in Santiago
wat conservatiever op. Niet dat het daar een soort openluchtmuseum
werd, integendeel. Ook daar ontwikkelde de muziek zich door, maar
wel langs andere lijnen dan in Havana. De heropleving van de son
door het succes van de Buena Vista Social Club was als koren op
de molen van Santiago. Zij zien zich als de hoeders van het genre. Een groep die zich tooit
met de naam "Septeto Santiaguero" heeft indachtig het
vorenstaande een reputatie op te houden. Welnu, ze doen het met
verve. Ook zonder een Guantanamera, een Chan Chan of welke grijsgedraaide
klassieker ook, kan je met een eigentijds repertoire een onderhoudend
programma hebben. Met een beweeglijke podiumact en door zich niet
te focussen op de son maar ook ruimte in te bouwen voor de vlotte
en vrolijke guaracha krijgt elk optreden een ongekende vaart.
Met dit concept timmeren zij nu al ruim 10 jaar aan de weg. Bedenker
van deze formule en leider van het gezelschap is Fernando Dewar
Webster (1966). Als tresero vormt hij het kloppend hart van het
gezelschap. De tres is immers bij dit soort orkesten het leidende
instrument. Het opent de nummers, is bepalend voor het ritme en
het "tumbao" en soleert bij momenten voor improvisatie. De Engelse achternamen
van Fernando dankt hij aan het feit dat zijn ouders afkomstig zijn
uit Jamaica. Zelf is hij op Cuba geboren, in Holguín om precies
te zijn. De achtergrond van zijn ouders verloochent zich niet: thuis
hadden zij natuurlijk platen van allerlei bekende reggae artiesten.
Wat hij van thuis niet meekreeg, kreeg hij wel van buiten. In de
wijk waar hij opgroeide was overal muziek. Rond zijn twaalfde jaar
richtte hij met vier broers van een ander gezin een "potten
en pannen-orkestje" op. Met geïmproviseerde instrumenten
speelden zij allerlei muziek. Rond 1980 kwam hij terecht in een
groep die popmuziek speelde van onder meer de Bee Gees en The Eagles.
Dit was natuurlijk allemaal vrij onschuldig.
Daar kwam verandering
in toen hij op zijn zestiende ging studeren. Eerst op Isla de Juventud
en later aan de Universiteit van Havana. Overdag studeerde hij daar
mechanica en 's avonds muziek aan het Conservatorio Ignacio Cervantes. Het bruisende muziekleven
van Havana was voor Fernando een openbaring. Er was daar veel meer
muziek dan hij voor mogelijk had gehouden. Hij sjouwde alle concerten
af en zoog de muziek in zich op. Orkesten die bijzonder indruk maakten
waren die van Pancho Amat (waarbij vooral de hoofdrol voor de tres
in diens orkest zijn aandacht trok), Adalberto Alvarez, Elio Revé
en van Juan Formell. Ook de Nueva Trova trok zijn aandacht. Bij
dit genre vallen vanzelfsprekend de namen van Silvio Rodríguez
en Pablo Milanés. Toen Fernando klaar was met zijn studie
ging hij naar zijn ouders terug die ondertussen in Santiago de Cuba
waren gaan wonen. Daar is hij les gaan geven op een school en speelde
bij tijd en wijle in Presión, een groot orkest. Hoewel de
traditionele sonmuziek in Santiago op dat moment weinig populair
was, was hij deze tijdens zijn studie steeds meer gaan waarderen.
Tijdens zijn studie op Isla de Juventud en later in Havana had hij
dit genre al eens geprobeerd. Het was dan ook geen vreemde
stap voor hem om professioneel te gaan spelen in Sones de Oriente,
een traditioneel septeto. Op een gegeven moment werd hij echter
gebeld met het verzoek of hij de leiding van het Conjunto Melodías
del Ayer op zich wou nemen. Het was een orkest dat in 1962 was opgericht
en op dat moment een verjongingskuur onderging, doordat de meeste
oorspronkelijke leden met pensioen gingen. Fernando leek door zijn
achtergrond een goede brug tussen de tradities en de jongere generatie
die in die periode flink was bevangen door de salsakoorts. Fernando
liep toen al met het idee rond met een eigen septet aan de slag
te gaan.
Hij greep het aanbod dan ook met beide handen aan. Melodías
del Ayer was weliswaar een groter orkest, maar dat zou dan te zijner
tijd kunnen worden afgeslankt tot een septeto. Als voorschot op
dit streven werd de naam van het orkest op 2 februari 1995 officieel
veranderd in Septeto Santiaguero. De eerste jaren bestond het orkest
hierdoor in weerwil van zijn naam uit negen man. Door de tijd heen
is de samenstelling van de groep stabiel gebleven. Door vertrek
van een zanger en één van de muzikanten is het gezelschap
daadwerkelijk afgeslankt tot een septet. Het repertoire wordt democratisch
gekozen en verschillende leden, ze zijn allen beroepsmuzikanten,
dragen bij met eigen composities en arrangementen. Het eerste in Spanje voor
Nube Negra opgenomen album van deze groep bevatte nog traditionele
nummers, het tweede album had vooral hedendaagse nummers van componisten
uit Santiago in een traditionele stijl.
De laatste albums bevatten
hoofdzakelijk eigen nummers. Opmerkelijk genoeg worden de albums
niet in Cuba uitgebracht. Nube Negra kon helaas niet met de Cubaanse
autoriteiten tot overeenstemming komen. Maar waar hier in het westen
albums noodzakelijk zijn voor airplay en promotie, blijkt dat allemaal
niet nodig om op Cuba een volgeboekte agenda te hebben. Uiteindelijk
spelen ze slechts twee tot drie maanden in het buitenland. Het mag
dan wel een Westers instituut zijn, ook het Guiness Book of Records
is niet aan Cuba voorbij gegaan. Dat er uitgerekend een in Spanje
gevestigd record in staat opgetekend met betrekking tot de Cubaanse
son, is natuurlijk pure provocatie. De handschoen werd opgepakt
en het was aan Cuba om dit staande record ruim te overtreffen. Daarvoor werd zwaar geschut
in stelling gebracht. Bij wijze van evenement in het kader van Cubadisco
'97 moesten maar liefst 80 orkesten dit varkentje even gaan wassen.
Plaats van handeling werd een tweetal podia in de beroemde Tropical
Nightclub in Havana. Op 8 mei 1997, om 22.15 uur, werd het startsein
gegeven. Als bij een estafette werd gedurende vier dagen en vijf
nachten het stokje van de son overgedragen aan een volgend orkest
met als verbindingsschakel het overbekende nummer "Guantanamera".
Met dit geweld kon een nieuw record niet uitblijven en sindsdien
staat "El Son más largo del Mundo" zoals het hoort
op naam van Cuba. Al was het een thuiswedstrijd, van al die orkesten
en artiesten bij elkaar moet een ongekende synergie zijn uitgegaan.
Het is dus niet verwonderlijk dat van alle dingen die Fernando Dewar
met het Septeto Santiaguero heeft meegemaakt, hij aan dit bijzondere
evenement de beste herinneringen bewaart. Want hoewel zijzelf niet
eens zo lang bestonden, waren ook zij van de partij. Maar dat was
Cuba met een heel mediacircus daar omheen. Hier in Nederland is
het allemaal wat bescheidener van omvang. Voor de prestatie die
heren van het septeto hebben te leveren maakt het kennelijk niet
uit of zij nou hier in Nederland of in Cuba op het podium staan.
Met zichtbaar plezier leverden zij wat van hen werd verwacht: een
sprankelend en buitengewoon geanimeerd optreden. Voor het publiek
van het Stadserffestival in Schiedam was het die middag onder een
blakerende zon daarom volop genieten. |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|