|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Raices Cubanas (Cuba)
Wanneer: 8 januari 2005 | Waar: MECC, Maastricht | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"In
de greep van je eigen formule"
Nederland mag in Europa misschien wel de meeste
inwoners per vierkante kilometer hebben, Cuba maakt wereldwijd waarschijnlijk
aanspraak op het grootste aantal muzikanten per vierkante kilometer.
Iedereen die terugkomt van een Cubareis heeft het erover. Op elke
straathoek staat wel een muzikant of orkestje te spelen. Nogal wat
mensen zijn van zo´n reis teruggekomen met het idee iets voor
die sympathieke muzikanten te willen betekenen en ze aan wat succes
in Europa te helpen. Maar waar te beginnen?
Als je de middelen hebt, wie moet
je dan uit het omvangrijke aanbod kiezen? Het omgekeerde geldt voor
de muzikanten. Ieder is getalenteerd en heeft een klinkende opleiding
doorlopen. In een land met zo weinig middelen en zo veel concurrentie,
hoe je te profileren en een kans krijgen? Raíces Cubanas is
een typisch voorbeeld van een orkest dat zo'n kans kreeg. Ze hebben
deze met beide handen aangegrepen en na keihard werken ook weten
te verzilveren. Na zes tournees door Nederland en nog een aantal
andere Europese landen en met het vooruitzicht op nog andere tournees,
mag inmiddels worden gesproken van een bescheiden internationale
doorbraak. De naam "Raíces Cubanas" veronderstelt
een teruggrijpen naar roots. Nu liggen de roots van de charangamuziek
in Oriente. De leden van dit orkest zijn echter zonder uitzondering
afkomstig uit Havana. Hoezo dan roots? Hoewel hun naam die indruk
wekt, hebben zij beslist geen rootsambities. Natuurlijk weten zij
als geen ander dat de charangamuziek uit Oriente komt en dat wat
in Havana wordt gespeeld daarvan afwijkt. Maar daar tillen ze niet
zwaar aan. Toen het beroemde Orquesta Aragón definitief in
Havana was neergestreken, hebben ook zij hun stijl moeten aanpassen
aan de nieuwe omgeving. Raíces Cubanas wil niet anders dan
een goed product neerzetten. Een product met een eigen
identiteit, gebaseerd op traditionele elementen en een hedendaags
idioom. Hun kans kregen zij in 1999 na een geanimeerd buitenoptreden
op het "Plaza de Armas", een plein in het hartje van Havana.
In de toeloop van het publiek raakte Hans Tattersall verzeild die
op dat moment een videodocumentaire aan het afronden was over Cubaanse
muziek. Werkend aan dat project had hij onderhand al het nodige
gehoord. En hoewel hij op dat moment niet meer was dan een toevallige
passant, sprak het optreden van dit orkest hem eigenlijk meer aan
dan alles wat hij daarvoor had gehoord.
Contacten waren snel gelegd, er volgden opnames en uiteindelijk
kreeg ook Raíces Cubanas een plaats in de documentaire. Spoedig
daarna maakten reguliere Discovery-kijkers kennis met het sympathieke
zevental. Deze exposure bleek een solide basis voor een eerste Europese
tournee! Dit hele buitenoptreden was een voortvloeisel
van weer andere gebeurtenissen. Raíces Cubanas is namelijk
oorspronkelijk opgericht als een vijfmansformatie. De groep zou
achtergrondmuziek gaan verzorgen voor restaurants. Het muzikaal
behang dat zij moesten produceren, vergde niet alleen een specifiek
repertoire maar ook een bescheiden podiumact. Er bestond geen
enkele noodzaak voor versterkte instrumenten. Het volume moest
immers beperkt blijven en met de bijbehorende installaties konden
zij wegens de beperkte ruimte amper uit de voeten. Na onder meer
drie jaar in Spanje te hebben gespeeld, kwamen zij terecht in
Guadeloupe, één van de grotere eilanden van de Franse
Antillen. Daar kregen zij het verzoek om in een discotheek een
dansavond te verzorgen. Dat vergde een complete
ommezwaai want van de achtergrond kwamen zij opeens op de voorgrond
te staan. Naast een heel ander repertoire moest natuurlijk ook de
podiumact worden aangepast. De bezetting werd voor die gelegenheid
uitgebreid. Met onder andere een set conga's groeide het orkest
naar zeven man. En terwijl alles nog steeds akoestisch bleef, kreeg
het orkest toch de nodige power om ook een spetterende dansavond
te verzorgen. Bijkomend effect was dat zij ondanks deze uitbreiding
en ommezwaai hun identiteit wisten te behouden. Maar waar anderen
in de nasleep van het succes van de Buena Vista Social Club zouden
hebben gekozen een voor de traditioneel son-orkest, koos Raíces
Cubanas voor een charanga-orkest met een fluit/vioolcombinatie als
frontline. Dit soort orkesten hebben een eerbiedwaardige historie
en komen oorspronkelijk uit Oriente. De populariteit van dit
soort orkesten steeg in de jaren vijftig tot ongekende hoogte met
de toenmalige mambo- en cha cha chá-rage. Sindsdien lijken
dit soort orkesten van de aardbodem te zijn verdwenen. De schijn
bedriegt, want ook op Cuba heeft de tijd niet stilgestaan. Door
toevoeging van allerlei elektronische instrumenten hebben veel van
deze orkesten een moderne outfit gekregen. Het bekendst in dat genre
zijn de orkesten van Juan Formell (Los Van Van) en dat van Manolín
Simonet (Manolito y su Trabuco), beide doorontwikkelingen van het
charanga-concept. Voor Raíces Cubanas was dat een stap te
ver. Zij wilden blijven vasthouden aan de traditionele instrumentatie
(met slechts één kleine uitzondering want recentelijk
is de gigantische bas omgeruild voor een wat handzamer elektrisch
exemplaar). Deze opmerkelijke ommezwaai naar het charanga-concept
wordt begrijpelijk wanneer je in gesprek raakt met muzikaal directeur
Manuel Coya Bustamente. Zijn moeder kwam uit Oriente,
de bakermat van de charanga-orkesten. Zijn vader was beroepsmuzikant
die speelde in het Orquesta Sinfónica. Beroemde artiesten
als Rafael Lay en Richard Egües, sleutelfiguren achter het
succes van het beroemde Orquesta Aragón (the charanga of
all charangas), waren huisvrienden. Manuel wilde gewoon hetzelfde
worden als zijn vader en heeft niet alleen van hem, maar ook enige
tijd van Richard Egües les gekregen. Het is daarom niet verwonderlijk
dat Orquesta Aragón tot op de dag van vandaag één
van zijn grote voorbeelden is. Wat dat betreft heeft hij een totaal
andere achtergrond en drive dan Roberto Hernández Caballero,
de algemeen directeur van Raíces Cubanas. Deze Roberto is
naar Cubaanse begrippen een bijzonder exemplaar.
Zijn familie heeft totaal geen muzikale achtergrond en hij is louter
en alleen in de muziek terechtgekomen omdat een goede vriend van
hem op de middelbare school voor deze richting koos. Hijzelf wist
op dat moment niet wat hij moest kiezen en besloot dezelfde richting
in te slaan. Curieus genoeg zakte die
vriend voor het toelatingsexamen en uitgerekend hij werd ervoor
toegelaten. Beiden zijn na het afronden van hun opleiding altijd
professioneel met muziek bezig geweest. Roberto was een aantal jaren
leraar en speelde in allerlei orkesten. Niet alleen op Cuba, maar
ook enige tijd in Nicaragua. Manuel speelde ruim vijf jaar bij de
Banda de la Marina.
Daarna volgde nog tal van andere groepen waaronder het Orquesta
Sinfonica de Jóvenes en het Quinteto de Jazz. Ook heeft hij
enige tijd gespeeld in het orkest van het beroemde Tropicana. En
dan, in 1995, begint voor hen het avontuur met Raíces Cubanas.
Voor Roberto als "algemeen directeur" en voor Manuel als
"muzikaal directeur". Als algemeen directeur draagt Roberto
de eindverantwoordelijkheid. Door zijn lange ervaring ziet hij zich
evenwel vooral als raadgever. Manuel is in zijn hoedanigheid
van muzikaal directeur verantwoordelijk voor hoe de muziek moet
klinken. Hij bepaalt de kwaliteit die het orkest moet nastreven.
Maar met een algemeen en een muzikaal directeur is het als met twee
kapiteins op één schip. Tussen de taken van de één
loopt geen scherpe scheiding met die van de ander. Uit de blik van
verstandhouding die zij met elkaar wisselen, maak ik op dat er in
het grijze gebied best nog wel eens grensgevechten worden geleverd.
Maar over één ding zijn zij het volmondig eens: ieder
mag inbreng hebben maar zij hebben het laatste woord. En met deze
formule zijn zij er tot nu toe altijd uitgekomen. Het heeft een
menukaart opgeleverd met voor het overgrote deel bestaand materiaal.
Te vaak hebben zij moeten ervaren dat wanneer zij meerdere eigen
nummers achtereen speelden, het publiek om iets bekends begon te
vragen. Zij hebben deze wensen van het publiek altijd gerespecteerd. Bijgevolg hebben zij hun
creativiteit vooral gestoken in het maken van eigentijdse arrangementen
voor deze over het algemeen gedateerde nummers. Arrangementen die
uit de koker van Manuel Coya komen. Hij volgt daarvoor niet alleen
de ontwikkelingen bij Orquesta Aragón dat de laatste jaren
een verjongingskuur ondergaat. Opmerkelijk genoeg is hij ook goed
bekend met het werk van Johnny Almendra y los Jóvenes del
Barrio. De bijzonder geslaagde fusions van dit New Yorkse charanga-orkest
tussen son en R&B prikkelde hem iets dergelijks te doen met
een aantal Engelstalige nummers. Ze zijn te vinden op "Ahora
y siempre", hun derde CD, een in Cuba opgenomen album dat in
Nederland op de markt is gebracht. Een eerder album is op Cuba voor
EGREM opgenomen en er is nog één in Spanje uitgebracht.
Een vierde album zal binnenkort op de markt verschijnen. Het lijkt
een bont allegaartje, maar dit is vooral het gevolg van het feit
dat in Cuba het opnemen van een CD erg moeilijk is. Het grote aanbod van musici
en de beperkte beschikbare middelen zijn hier debet aan. Natuurlijk
spelen ook de contacten die je hebt een rol. Zowel Roberto als Manuel
kijken likkebaardend naar het product dat door Juan Formell met
zijn Los Van Van wordt neergezet. Diep in hun hart zouden zij hetzelfde
willen doen. Die stap ligt nog ver weg. Never change a winning team
is het credo van Raíces Cubanas. Hun huidige identiteit blijkt
een succesformule te zijn en daar willen zij aan vasthouden.
De leden zijn goed op elkaar ingespeeld en de jarenlange samenwerking
begint nu zo'n beetje zijn vruchten af te werpen. Maar er blijven
krachten actief. Zo speelt Roberto met de gedachte een piano aan
het geheel toe te voegen. Hij aarzelt echter, beducht als hij is
de huidige formule los te laten. Hoe dit afloopt
Ik weet het
niet en zal daarom Raíces Cubanas komende jaren blijven volgen.
N.B.: Er zijn meer
hondjes die Fikkie heten! Een korte zoektocht op internet heeft
mij geleerd dat er in Engeland een charanga-orkest (!) en in Duitsland
een klein son-orkest met dezelfde naam actief zijn (geweest??).
Het Engelse orkest heeft ook CD's op de markt gebracht, uiteraard
onder de naam Raíces Cubanas. Opletten dus. |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|