|

|
Interviews 2004
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Papa Noël & Bana Congo (Congo/Cuba)
Wanneer: 3 juli 2004 | Waar: Polé Polé, Antwerpen | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Moeders"
Liefde voor muziek
is vaak iets wat je van huis uit meekrijgt. Het zijn vaders en moeders,
ooms en tantes, opa's en oma's, broers en zussen die op één
of andere manier een sluimerend vuur weten aan te wakkeren. Zelf
kan ik mij nog goed herinneren, ik was toen een jaar of acht, dat
mijn moeder het initiatief nam een grammofoon in huis te halen.
Het werd voor haar het startschot voor een reis door muziekland.
Ze maakte iedereen in haar omgeving deelgenoot van haar ontdekkingen.
Hoewel ikzelf de paplepel inmiddels voorbij was, kreeg ik er genoeg
van toegediend om een voedingsbodem te leggen voor mijn latere muzikale
hobby.
Al
deze bespiegelingen spelen door mijn hoofd wanneer ik in gesprek
raak met de Congolese gitarist Papa Noël. Nadat ik hem de vraag
stel wanneer hij voor het eerst kennis maakte met Cubaanse muziek,
vallen wel zes of zeven keer de woorden "ma mère"
- mijn moeder-. Hij
vertelt dat het eigenlijk de eerste muziek was die hij zich kan
herinneren. Zijn moeder was verslaafd aan Cubaanse muziek, een genre
dat toen in West Afrika enorm populair was. Zij hadden thuis een
ouderwetse grammofoon die nog moest worden aangezwengeld en met
zo'n enorme toeter bovenop. Alle dagen wanneer zij buiten op de
patio ging koken, werd dat ding naar buiten gesleept en draaide
zij tijdens het koken die muziek en zong alle liedjes mee.
Zo klein als hij was, scharrelde hij om haar heen en af en toe mocht
ook hij dat apparaat bedienen. Later was het wederom zijn moeder
voor hem zijn eerste gitaar kocht en het was zijn moeder die uiteindelijk
het groene licht gaf voor een muzikale loopbaan in plaats van te
gaan studeren voor priester. Een overduidelijk geval van met de
paplepel ingieten dus. De reden dat ik met deze Congolese muzikant
in gesprek raak over Cubaanse muziek is dat hij de Congolese peiler
is waarop het Bana Congo-project rust. Dit project is het idee van
de Engelse platenbaas Mo Fini. Bij
het leggen van muzikale links tussen Afrika en Cuba worden gewoonlijk
de ritmische en percussieve elementen geaccentueerd. Het is een
platgetreden pad en een nieuw project zou daar niet veel meer aan
kunnen toevoegen. Mo Fini wou met dit project de accenten anders
plaatsen en wel bij Congolese gitaar versus Cubaanse tres en Congolese
versus Cubaanse zang. De blazers- en de slagwerksectie moest op
Cubaanse leest worden geschoeid. Het was in de werkkamer van Mo
Fini dat Papa Noël werd voorgesteld aan de Cubaanse tresero
Papi Oviedo en al spoedig wisten deze heren de ideeën van Mo
Fini handjes en voetjes te geven.
Het project sloot wonderwel aan bij de opvattingen van Papa Noël
over Congolese en Cubaanse muziek. Dat hij in dit project betrokken
raakte is voor hem dan ook een teken dat toeval niet bestaat. Hij
was er altijd al van overtuigd dat beide muzikale tradities veel
met elkaar gemeen hebben. Omdat hij zich steeds minder
kon vinden in het simpele "gepoem poem" van de hedendaagse
Congolese muziek zoals deze zich door toedoen van ex-president Mobutu
heeft kunnen ontwikkelen, is hij op zoek gegaan naar een manier
waarop hij het subtiele van de Congolese rumbamuziek onder de aandacht
van een breed publiek kon brengen. Dit in het besef dat hij één
der laatsten is van een generatie solo-gitaristen is die deze muziek
in zijn oorspronkelijke vorm heeft gespeeld. Hij wou zijn kennis
doorgeven en het project bood hem de gelegenheid de Congolese muzikale
tradities op gelijk niveau te plaatsen met de Cubaanse tradities
die wereldwijd aandacht trekken en erkenning krijgen.
In dat opzicht is Papa Noël ten dele in zijn opzet geslaagd:
het project blijkt vooral in Europa waardering te oogsten. Ook in
Congo is het project niet onopgemerkt gebleven en geeft het daar
een opstapje voor het hervinden van muzikale roots. Hoewel hij het niet graag
toegeeft, werd daar evenwel veel terughoudender op het project gereageerd
dan in Europa en heeft het daar nog niet geleid tot de door hem
beoogde revival. Hij geeft aan dat hem dit inmiddels steeds meer
bezig houdt. Tot op de dag van vandaag zit hij er op te broeden
hoe hij zijn kennis van tradities aan een volgende generatie moet
doorgeven.
Papa Noël is de zestig inmiddels ruim gepasseerd. De erkenning
die hij als tiener kreeg van oudere ervaren artiesten deed hem kiezen
voor een muzikale loopbaan. Zijn eerste plaatopnamen maakte hij
in 1957 met het orkest van Leon Bukasa voor het Ngoma-label, een
rumba over "Clara Badimuene". Het bleek het begin van
een glansrijke carrière bij befaamde orkesten als de Bantous
de la Capitale, Orchestre African Jazz en Franko et O.K. Jazz. Na
in Congo in 1968 het Orchestre Bamboula te hebben opgericht, start
hij in de jaren tachtig vanuit Parijs opnieuw een solocarrière. Het leidde tot allerlei
samenwerkingsprojecten, onder andere met Sam Mangwana, een artiest
die in zijn eigen albums ook voortdurend zoekt naar fusions tussen
Afrikaanse en Caribische muziek. Het is bijzonder aangenaam naar
Papa Noëls verhalen te luisteren. Zijn rustige, innemende persoonlijkheid
en de bezonken manier waarop hij spreekt, dwingen respect af. Op
zijn beurt respecteert hij ons respect en sterallures zijn hem volkomen
vreemd.
Bij het beëindigen van ons gesprek vraag ik naar zijn geboortedatum.
Op het jaartal na blijkt deze hetzelfde te zijn als die van mijn
moeder. Terwijl Papa Noël zich bescheiden in een hoekje van
de ruimte op het komende optreden prepareert, loop ik mij de verdere
avond af te vragen of toeval nu wel of niet bestaat. |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|