|

|
Interviews 2004
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Paco Diatta (Senegal)
Wanneer: 16 mei 2004 | Waar: Cubamania, Tilburg | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Tradities
op zoek naar internationaal geluid"
Eigenlijk waren
ze op de tweede editie van het Cubamaniafestival (Tilburg, 16 mei
2004) een vreemde eend in de bijt. Paco Diatta & Afro Mandinka
uit Senegal waren die dag de eerste podiumact. Het programma verduidelijkt
hun aanwezigheid als volgt: "De Mandinka-stam leefde oorspronkelijk
in Senegal in de omgeving van de Gambia-rivier. Via de slavenhandel
werden de Mandinka's naar Amerika gebracht en kwamen voornamelijk
in Cuba terecht. De Mandinka's zijn legendarisch aanwezig in de
Cubaanse liederen".
Salsafanaten
denken bij Senegal meteen aan de formatie Africando. Het is wellicht
daardoor dat velen wat verwonderd naar het kleurrijke schouwspel
keken wat zich voor hun ogen afspeelde. Het
was ook een merkwaardig gezelschap: een kern die gevormd wordt door
drie broers uit Senegal die alle traditionele instrumenten voor
hun rekening nemen. Dan is er nog een gitarist uit Ecuador en een
basgitarist uit België. Met een dergelijke bezetting kan het
niet anders als dat tradities moeten worden losgelaten en een wat
internationaler geluid wordt gezocht. Het wat onbestemde resultaat
wordt door Paco aangeduid met "worldbeat". En hoewel Paco
niet nalaat te wijzen op links met Cuba, blijkt voor hem toch vooral
de reggae uit Jamaica een bron van inspiratie te zijn geweest.
Senegal heeft vanaf de jaren vijftig een opmerkelijke muzikale ontwikkeling
doorgemaakt. Inderdaad voerde daar in die jaren vijftig en zestig
de Cubaanse muziek de boventoon. De jaren zeventig kent de hele
regio een groeiend nationaal bewustzijn die zich onder meer vertaalde
in een eigen muziekidioom. Daartoe werden met grote
creativiteit internationale, waaronder Cubaanse, invloeden vervlochten
met eigen muzikale tradities. Met getalenteerde musici zoals Youssou
N'Dour en orkesten zoals Etoile de Dakar zou Senegal daarbij een
voortrekkersrol vervullen. Cuba werd niet vergeten en het waren
Boncana Maïga samen met Ibrahima Sylla die hierop inspeelden
en begin jaren negentig het Africando-concept bedachten. Paco is
zich van dit alles terdege bewust, roemt Africando als een "original"
en wijst op de spinn-off die het Africando-project in zijn vaderland
heeft gekregen.
In de muziek van Paco Diatta &
Afro Mandinka is evenwel niets van het Africando-gedoe terug te
horen en de spinn-off heeft hem niet geraakt. In plaats daarvan
worden teksten gezongen in een vreemde mengelmoes van Engelse en
Mandinka woorden in een stijl die nog het meest doet denken aan
die van Bob Marley en zijn volgelingen. Het
authentieke element komt vooral tot uiting in de prominente plaats
die is ingeruimd voor de cora, een soort kruising tussen harp en
luit met maar liefst 21 snaren.
Daarnaast is er voor tal van andere instrumenten een bijrol. Zo
trakteert Paco, die een groot deel van het optreden een xalam-gitaar
speelt, het publiek op een gegeven moment op het geluid van een
"tama", een kleine Senegalese talking-drum. Dat het toch
geen geforceerde show werd van curieuze instrumenten is te danken
aan het feit dat de drie broers goed wisten waar ze mee bezig waren.
Muziek blijkt hen dan ook met de paplepel te zijn ingegoten want
de familie kent een rijke muzikale traditie. Zowel grootvader Lya
Maro als hun vader speelde balafoon (een soort xylofoon) en deze
vaardigheid werd in de meest letterlijke zin steeds van vader op
zoon overgebracht. |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|