|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Miguel Osorio y la Paranda (Colombia)
Wanneer: 14 augustus 2005 | Waar: Bosvreugd, Tilburg | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Een nieuw begin"
In weerwil van de populariteit waarin de salsa
zich mag verheugen, is de vallenatomuziek voor de meeste mensen
nog onbekend terrein. Het is muziek waarbij een hoofdrol is weggelegd
voor romantische poëzie en accordeon, ritmisch begeleid door
caja vallenata (drum) en guacharaca (raspinstrument). Naast indiaanse
invloeden zijn er natuurlijk ook Spaanse en Afrikaanse invloeden.
De gespeelde ritmes laten zich onderscheiden als "son",
"paseo", "merengue" en "puya". Door
haar landelijke stijl heeft deze muziek dezelfde charme als de Dominicaanse
perico repilao muziek.
Toch zijn de hedendaagse ontwikkelingen niet
aan het genre voorbij gegaan. In etappes hebben afgelopen jaren
allerlei genrevreemde instrumenten hun intrede gedaan. Daarmee is
de muziek op een meer hedendaagse wijze voor een breed publiek toegankelijk
gemaakt. Wie voor het eerst met deze muziek kennis maakt, duikt
niet direct in dit spanningsveld tussen traditie en vernieuwing.
Zo iemand wil zich in eerste instantie onbevangen laten meeslepen.
Dit was precies wat het publiek deed tijdens het eerste Tilburg
Caribbean Festival waar een optreden was geprogrammeerd van Miguel
Osorio y la Parranda. Miguel is een Colombiaanse artiest die al
jaren meedraait en zich tussen vallenato-klanken als een vis in
het water voelt. Miguel was die middag ingeprogrammeerd tussen
salsa en reggaebands. Miguel had er niet de minste moeite mee
het publiek voor zijn eigenzinnige muziek te winnen. De cultuur
die in Europa rond het salsadansen is ontstaan, is Miguel natuurlijk
niet ontgaan. Hij heeft zijn vrienden in Colombia over zijn ervaringen
met dit fenomeen geschreven. Hij ervaart dat mensen bij salsa
als het ware geconditioneerd zijn geraakt. Reeds bij het horen
van de eerste salsaklanken ziet hij het publiek zonder enige emotie
en volkomen op de automatische piloot allerlei ingewikkelde salsapasjes
maken. Dit in tegenstelling tot de manier waarop dat zelfde publiek
reageert op zijn muziek. Dan bespeurt hij emotionele betrokkenheid.
Hij ziet zijn publiek puur op het gevoel pasjes maken en een expressie
zoeken voor de emoties die zijn muziek oproept. Niks is ingestudeerd
of aangeleerd. De bewegingen, hoe knullig soms ook, komen recht
uit het hart. Daarmee wint hij naar zijn gevoel met de vallenato
iedere keer weer de eerste prijs. De vallenato komt uit de
onherbergzame streken rond de Sierra Nevada en het schiereiland
La Guajira aan de Caribische kust van Colombia. Bevolkt met kleine
dagloners, nimmer onderworpen indianenstammen en vrijgevochten smokkelaars
heeft het leven in deze streken zijn eigen ritme dat te beluisteren
valt in de vallenatomuziek. Het cultureel centrum van de muziek
is Valledupar, een stad met 150.000 inwoners aan de voet van die
Sierra Nevada. In de jaren zeventig en tachtig hebben er grote demografische
veranderingen plaatsgevonden. In de honger naar welvaart en werkgelegenheid
zijn veel mensen van het platteland naar de grote steden getrokken.
Deze ontwikkeling heeft ook zijn weerslag gehad op de vallenatomuziek.
Het geluid van de traditionele caja en accordeon werd aangevuld
met dat van congas, drums en allerlei elektrische instrumenten.
Tradities waarbij de deugden van het platteland werden bezongen
moesten plaats maken voor universele onderwerpen zoals liefde en
verdriet. Vallenato in zijn pure vorm is een zeldzaamheid geworden.
Van lieverlee sluipen allerlei moderne maar genrevreemde elementen
in de vallenatomuziek. Dat voortdurend zoeken
naar balans tussen tradities en vernieuwing is voor Miguel zeer
herkenbaar. Hij heeft door de jaren heen niet anders gedaan. Zijn
eerste orkest heette "Juventud Vallenata". Zoals de naam
al aangeeft waren hij en zijn maatjes toen nog allemaal tieners.
Midden jaren tachtig, toen hij op de universiteit zat, had hij een
orkest dat heel experimenteel van opzet was. Weer wat later runde
hij samen met de accordeonist Julián Rojas een 14-mansformatie.
Vanzelfsprekend kent dit soort grote orkesten tal van instrumenten
die niet van origine in de vallenatomuziek thuishoren.
Elk instrument dat wordt toegevoegd geeft de muziek een andere kleur.
Kleuren overigens die passen bij de mode van de tijd. Naast het
uitbrengen van albums heeft hij met dit orkest ook de nodige filmmuziek
verzorgd. Het leverde hem en Julián in 1997 onder meer een
Premio Simón Bolivar de Televisión op voor hun bijdrage
aan de telenovela "Guajira". De laatste paar jaar is hij
naar buiten getreden met Miguel Osorio y la Parranda. Sinds hij
naar Europa is gegaan, bestaan er twee orkesten met deze naam. Het
ene, in Colombia, is vooral actief in de maanden rond de jaarwisseling. Het is daar dan de tijd
van de grote festivals en het carnaval. De zomermaanden blijft hij
in Europa want dan zijn hier de grote festivals. Het samenstellen
van een echt vallenato-orkest in Europa heeft hem voor veel problemen
gesteld. De kern wordt gevormd door een groep muzikanten die hij
in Brussel heeft ontmoet. Het was een gemêleerd gezelschap.
Hoewel het allemaal Colombianen waren, kwamen zij uit de meest uiteenlopende
regionen. De één kwam van de Caribische kust, de ander
uit het centraal gelegen Bogotá. Weer een ander kwam uit
salsastad Cali en nog weer een ander kwam uit het zuidelijke departement
Nariño. Ze hadden in muzikaal opzicht totaal verschillende
achtergronden: van folklore tot rock en van vallenato tot (latin)jazz
en salsa. Al die achtergronden binnen één groep laten
muzikale sporen na. Het heeft de mogelijkheden en daarmee de muziek
die hij kan brengen beïnvloed. Er is de afgelopen jaren al
heel wat aan geschaafd en ze groeien in de goede richting. Stapje voor stapje komen
zij in de richting van het in zijn beleving juiste geluid. Alle
instrumenten moest hij uit Colombia halen. Ook een accordeon. Hij
kon echter geen accordeonist vinden om hem te begeleiden. Uiteindelijk
is hij het zelf gaan doen. Maar het blijft voor hem behelpen en
hij wil de klus graag overgeven aan een echte (vallenato)accordeonist.
Zelf wil hij het liefst alleen zingen.
Miguel Osorio had nooit gedacht in Europa terecht te zullen komen.
Zijn carrière in de muziek en voor de televisie in Colombia
verliep lange tijd voorspoedig. Tegenslag en andere gebeurtenissen
maakten hem rijp voor een breuk met van alles en een nieuwe start.
Zo was zijn moeder na een slopende ziekte overleden, had hij zijn
relatie verbroken en ging het hem zakelijk gezien op dat moment
ook niet echt voor de wind. Een Nederlandse vriendin die hij tijdens
een concert in Amsterdam had ontmoet, haalde hem over naar hier
te komen. Miguel waagde de stap en stond voor de uitdaging zich
een nieuwe cultuur eigen te maken, een nieuwe taal te leren en een
nieuwe relatie aan te gaan. Ook heeft hij van de grond
af een nieuwe muzikale carrière moeten opbouwen. Miguel heeft
de uitdaging aangenomen. Hij heeft daarvoor onder meer zijn ongebonden
vrijgezellenbestaan vaarwel moeten zeggen. Inmiddels is hij een
trotse vader geworden en schrijft nu liedjes voor zijn vrouw en
zijn kind. Miguel heeft zelfs een cumbia in het Nederlands geschreven!
De wieg van Miguel stond in Barrancabermeja, een plaats aan de Rio
Magdalena in het departement Santander. Hij is telg van een artistieke
familie, maar is de enige muzikant. Zijn broers en zussen zijn regelmatig
dansend en acterend op de Colombiaanse televisie te zien.
Zelf stond hij op zijn vijfde voor het eerst op een podium. Waarom
hij er stond en wat hij precies heeft gezongen kan Miguel zich niet
meer herinneren. Hij denkt dat het iets voor school is geweest.
Tijdens muzieklessen moest iedereen namelijk zingen en hij moet
er zijn uitgepikt om op dat podium te komen. Het groepje waarin
hij stond zong a capella en hij was verkleed als zwerfkindje. Zijn
moeder was natuurlijk geweldig trots. En wat hij later ook deed,
vanaf dat moment was er altijd ruimte voor zang en muziek. Professioneel ging Miguel voor een journalistieke
opleiding en later voor een theateropleiding. Ondertussen zorgde
Miguel ervoor dat hij met eigen of met andere groepjes kon zingen.
Naar de geest van de tijd ging hij voor balades in de stijl van
Spaanse artiesten als Rafael en Camilo Sesto. Ook een groep als
Los Baladistas uit Argentinië strekte hem tot voorbeeld.
Op zijn veertiende kreeg hij echter van zijn vader een accordeon,
een Hohner. Eigenlijk had Miguel een piano willen hebben maar
daarvoor was geen geld. Een accordeon had ook toetsen en daar
moest hij 't maar mee doen. Er was ook geen ruimte voor lessen
of onderricht; alles moest hij zichzelf maar aanleren. Het was
deze accordeon die zijn interesse wekte voor de vallenato, de
traditionele muziek van de regio waar hij woonde. Hij ging luisteren
naar de populaire artiesten in dat genre zoals Jorge Oñate,
Diomedes Diaz en Los Hermanos Zuleta. Sterren van een generatie
vallenato-artiesten met een aparte zanger en een aparte accordeonist.
Met de hiervoor geschetste achtergrond zal het niemand verbazen
dat Miguel zich vooral oriënteerde op de zangers. De accordeon
was voor hem bijzaak en hij heeft zijn techniek dan ook niet echt
tot een hoog niveau weten te brengen. De muziek was tijdens zijn
studie bijzaak. Na zijn studie heeft Miguel geacteerd voor theater
en televisie. Naast acteren is hij voor allerhande programma's teksten
gaan schrijven. Als verklaring voor zijn eigen artistieke activiteiten
en die van zijn familie legt Miguel een verband met de maatschappelijke
realiteit van Colombia. Muziek, literatuur, theater en schilderkunst
zijn voor hem middelen om stoom af te blazen en druk te verminderen.
Wanneer jij je niet vrij voelt je politiek te uiten, blijkt kunst
te gaan fungeren als uitlaatklep voor allerhande emoties.
De kunstuitingen vinden hun oorsprong in de maatschappelijke realiteit
en kan daar niet los van worden gezien. Het is zeker geen "vlucht"
voor realiteit. In het verlengde hiervan wil hij definitief afrekenen
met het idee dat vallenatomuziek "narcomusica" zou zijn.
Hij beseft dat wanneer mensen deze muziek met drughandel gaan associëren,
het een negatief imago zal krijgen. Dat is dodelijk voor deze kunstvorm.
Hoofdthematiek van de liedjes is liefde. De drugseconomie zoals
die zich in de jaren zeventig in deze regio langs de Caribische
kust ontwikkelde, heeft daar geen invloed op kunnen uitoefenen.
Binnen de muziekindustrie is het met vallenatomuziek niet beter
of slechter gesteld dan met andere genres. In Colombia, in de V.S.
en ook in Europa, overal in deze industrie gaat geld om en worden
artiesten en succes "gekocht".
Wie bij vallenatomuziek naar dit soort uitwassen gaat zoeken, zal
heus wel wat vinden. Maar wat je eventueel zult vinden is van alle
dag en van alle tijden en niet specifiek drugsgerelateerd. Miguel
heeft geen vast omlijnde plannen voor de toekomst. Acteren is niet
mogelijk, scripts schrijven heeft hij sinds zijn vestiging in Nederland
niet meer gedaan. Ook merkt hij dat hij langzaam aan zijn contacten
in het televisiewereldje van Colombia verliest. Alles focust zich
momenteel op zijn gezinsleven en muziek. Daarin zal hij het moeten
gaan maken. Dat is best moeilijk. Zo heeft hij onlangs een plaat
uitgebracht. Eigenlijk zou hij daar graag in Colombia mee aan de
weg willen timmeren. Maar hij is beducht voor
een dergelijke onderneming. Zoiets vergt een grote investering.
De pirateria, het illegaal kopiëren, heeft daar dusdanige vormen
aangenomen, dat hij een dergelijk project in commercieel opzicht
weinig kans van slagen geeft. Om er iets van te kunnen maken, zou
je daar zelf moeten zijn. Je zal er geld moeten investeren in promotie
en in één of twee videoclips.
Je krijgt contracten en bent heel eventjes "hot". Maar
als je niet snel met weer iets nieuws komt, raak je even snel weer
uit de picture. Je kan dus goed zijn, maar dat betekent niet dat
je succes zult oogsten. Wellicht stimuleert dit hem te volharden
met zijn carrière hier in Europa. Het zal beslist een verrijking
zijn wanneer we aan het standaardpakket Caribische muziek, gewoonlijk
samengesteld uit salsa, bachata en merengue, over enige tijd ook
de ritmes van de vallenato kunnen toevoegen. |
| |
|
|
Voor de fijnproevers
In Colombia zijn
de Europese accordeons voor vele mensen te duur. Er zijn daarom
fabrieken in Colombia waar de Europese instrumenten worden nagebouwd
met lokale materialen. Deze zijn daardoor veel goedkoper dan de
import instrumenten. De aldus nagebouwde instrumenten hebben daardoor
vaak een iets andere klank. Daarnaast zie je dat oudere instrumenten
eindeloos worden gerepareerd om ze aan te praat te houden.
Het komt
de kwaliteit natuurlijk niet altijd ten goede, maar men roeit met
de riemen die men heeft. Dan is er de
"caja". De naam verwijst naar een kist waar men schrijlings
op zit en waarbij met vlakke hand tussen de benen het ritme op wordt
geslagen. Het is een bekend instrument uit de flamenco-muziek en
ook in de Afro-Peruaanse muziek figureert de caja. Midden vorige
eeuw heeft de caja in Colombia een andere constructie gekregen.
Het is een trommel geworden met een houten lichaam, een spansysteem
en als vel het negatief van een Röntgenfoto. Verschillende
artiesten claimen deze verandering, waaronder de beroemde accordeonist
en bandleider Aníbal Velásquez. Tenslotte
de opmerkelijke fluiten, de "gaitas" in het orkest. Er
zijn twee maten waarbij de grote in het Aruaco "kuisi sigí"
(de mannelijk gaita) en de kleinere "kuisi bunzí"
(de vrouwelijke gaita) wordt genoemd. De grote heeft vijf vingergaten,
de kleine twee.
De instrumenten horen eigenlijk bij de instrumentatie
voor het op traditionele wijze spelen van de cumbia. Het mondstuk
wordt gevormd door een aardewerken verbindingsstuk met een spleet
waardoor de toon wordt gevormd. Daar doorheen is een pen van een
veer gestoken waardoor het instrument wordt aangeblazen. De buis
met toongaten is een uitgeholde nerf van een cactus. |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|