|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Mercadonegro (Cuba)
Wanneer: 3 september 2005 | Waar: Banks Mansion, Amsterdam | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Op eigen benen"
Niet zonder trots stelde Alfredo de la Fé
een dag eerder al dat hij dit orkest het beste salsaorkest in Europa
vond. Hij had een aantal jaren in Europa gewoond en weet redelijk
goed wat hier op dit vlak te koop is. Toch leek hij bevooroordeeld.
Zijn begeleidingsorkest tijdens zijn zeven jaar lange verblijf in
Italië en Mercadonegro bleken één en hetzelfde
te zijn. Indertijd heeft hij zorgvuldig selecterend het orkest zelf
muzikant voor muzikant samengesteld. Zij moesten aan zijn standaard
voldoen en vervolgens heeft hij ze zelf opgeleid.
Alfredo beschouwt de leden van het
orkest dan ook als leerlingen van zijn "school". Is het
grootspraak? Er zijn inmiddels in Europa heel wat orkesten van een
opvallend hoog niveau. Toch kunnen maar weinig van deze orkesten
erop bogen het officiële begeleidingsorkest van Celia Cruz
te zijn geweest tijdens verschillende Europese tournees. Nu springt
de naam Celia Cruz meteen in het oog. Maar niet alleen deze salsadiva
heeft samen met Mercadonegro getoerd. De heren kunnen een indrukwekkende
lijst namen op hun curriculum vitae plaatsen: Tito Nieves, José
Alberto "El Canario", Cheo Feliciano, Albita Rodríguez,
Richie Ray, Frankie Morales, Jimmy Bosch, Ray Sepúlveda,
Giovanni Hidalgo en Dave Valentin. En dit is nog maar een eerste
greep uit een veel langere lijst namen. De heren die samen Mercadonegro
vormen zijn in Nederland geen onbekenden meer. Door de jaren heen
hebben zij bij diverse gelegenheden op Nederlandse podia gestaan.
In augustus 2000 nog anoniem als begeleidingsorkest van Alfredo
de la Fé. Afgelopen zomer tijdens het Seven Bridges Festival
traden zij opnieuw op samen met Alfredo, maar nu pontificaal onder
eigen naam. Enkele maanden later zouden zij opnieuw in Amsterdam
optreden, dit keer als begeleidingsorkest van José Alberto
"el Canario" tijdens het 3e Contrabandafestival. Net als zoveel salsaorkesten
in Europa hebben de leden allerlei nationaliteiten. De enige overeenkomst
is, dat zij allemaal uit Zuid-Amerika komen en Spaans spreken. Maar
dan komen meteen de verschillen. Doordat de één uit
Argentinië komt, de ander uit Peru en weer een ander uit Cuba
of Colombia, hebben zij allemaal een verschillende achtergrond.
Dit uit zich in allerlei gewoontes en bijvoorbeeld ook het taalgebruik.
De heren werken inmiddels zo lang met elkaar samen dat zij onderling
een soort "Esperanto latino" zijn gaan spreken. Het hindert
hen op geen enkele manier. Hetzelfde geldt min of meer voor hun
muzikale achtergrond.
Voor de één is dat de timba, voor een ander de Puertoricaanse
salsa en voor weer een ander de Colombiaanse salsa. Ook dit moest
tot één geheel worden gesmeed. Op het eerste album
klinken al deze verschillende achtergronden nog door, maar op het
tweede album is dat al minder en heeft het orkest een eigen idioom
gevonden. Mercadonegro kreeg zijn naam in 2002. Dat jaar kon Alfredo
de la Fé na allerlei omzwervingen terugkeren naar New York. Het zou een uitgelezen
kans zijn geweest om Mercadonegro in de New Yorkse salsascène
te introduceren. Maar waar vele Europese orkesten ervan dromen het
ooit in dit Mekka van de salsa te gaan maken, hebben de heren van
Mercadonegro bewust voor Europa gekozen. Zij realiseren zich dat
zij in New York één van velen zullen zijn. Hier in
Europa hebben zij een soort missie: de salsa te introduceren. Hier
zijn zij smaakmakers en beginnen naam en faam te krijgen.
Hier spelen zij met artiesten waarvan zij maar moeten afwachten
of die ook in New York zo met hen willen spelen. Kortom, hier realiseren
zij een droom die zij niet voor een nieuw avontuur willen opofferen.
De heren vormen een hechte groep. Zonder eigen naam en onder de
vleugels van Alfredo de la Fé opereerden zij in relatieve
anonimiteit. Na het vertrek van Alfredo moest het evenwel over een
andere boeg worden gegooid. De leiding werd overgenomen door pianist
César Correa, percussionist Rodrigo Rodríguez en zanger
Armando Miranda. Zij beseften dat de band
een eigen naam moest krijgen. Nog geen maand later, op een dag na
een concert, kwam conguero Alejandro Panetta met het idee van Mercadonegro.
Een naam die de heren tot de verbeelding sprak. Het weerspiegelt
voor de meesten van hen het legaal worden met het overwinnen van
allerlei angsten, onzekerheden en vooroordelen na een kortere of
langere periode van illegaal verblijf in Europa. Van het driemanschap
dat de leiding nam, blijkt pianist César Correa (Peru, 1975)
primus inter pares te zijn. Hij is de rol van muzikaal directeur
gaan vervullen.
Bij verschillende gelegenheden heeft Alfredo de la Fé over
hem de loftrompet gestoken: "Hij was 26 jaar oud toen hij met
mij ging spelen. Ik vind hem één van de beste pianisten
van de wereld. Ik vind hem geniaal." César laat al deze
lof gelaten over zich heenkomen. Hij zoekt nog steeds zijn weg.
Zijn voorbeelden daarbij zijn wat latinmuziek betreft Eddie Palmieri,
Papo Lucca en Rubén González. Maar het zijn niet alleen
latinpianisten bij wie hij zijn oor te luisteren legt; ook de jazz
kan hem bekoren. César laat zich
dan ook graag inspireren door het pianospel van Ray Charles en Chick
Corea. Maar van alle namen die je erbij kunt slepen, steekt er één
met kop en schouder boven de anderen uit en dat is die van Gonzalo
Rubalcaba. Deze Cubaanse pianist ziet hij momenteel als zijn grote
voorbeeld. César heeft zijn talent niet van een vreemde.
Zijn vader had zichzelf autodidactisch piano leren spelen en trad
op met orkesten die vooral aan Cubaanse muziek verwante ritmes op
het repertoire hadden staan. Hij heeft César de grondbeginselen
van de salsa bijgebracht. Later bezocht César het conservatorium
in zijn geboortestad Trujillo. Eenmaal in Zwitserland is hij zich
gaan scholen in jazz. Verder heeft hij daar her en der nog wat privé-lessen
gevolgd. Césars muzikale carrière begint zo'n beetje
rond zijn elfde jaar. Hij kon toen in een lokaal orkest spelen dat
niet alleen traditionele Peruaanse muziek zoals walsen en Afro-Peruaanse
ritmes op het repertoire had staan, maar ook populaire muziek zoals
salsa en cumbia. Hij was de jongste van het stel en kon zich optrekken
aan de rijke ervaring van de oudere leden van het orkest. Ouder wordend en met zijn
leeftijdgenoten optrekkend, werd zijn belangstelling gewekt voor
rockmuziek. Op een goede (of kwade) dag zei hij de tradities vaarwel
en maakte de overstap naar een bandje waarmee hij rockmuziek kon
spelen. Hoe en waarom blijft een beetje vaag, maar op een gegeven
moment is hij in Zwitserland terechtgekomen. Daar is hij zijn muzikale
horizon gaan verbreden door zich te gaan verdiepen in jazz. Ook
de salsa kwam weer in beeld. Al snel leerde hij namelijk andere
latino's kennen.
Eén van hen was Rodrigo Rodríguez. Samen met hem is
hij concerten gaan bezoeken. Vaak fantaseerden zij ook over het
van de grond tillen van een eigen salsa-orkest. Mercadonegro is
in wezen niet anders dan de verwezenlijking van deze fantasieën.
Zijn maatje Rodrigo Rodríguez (Colombia, 1974) blijkt op
een heel andere manier in de salsa terecht te zijn gekomen. Ook
hij was elf jaar toen hij op school in zijn geboortestad Cartagena
werd geronseld voor een groepje dat folkloristische dansen ging
oefenen. Van het één
kwam het ander en is hij zich in de folkloristische tradities van
zijn land gaan verdiepen. Uiteindelijk kwam hij terecht in het nationaal
ballet van Cartagena. Op een dag besloot hij zijn geluk in Bogotá
te gaan zoeken. Maar na vier maanden, nog vóór hij
goed en wel gesetteld was, kreeg hij een kans om door te reizen
naar Europa. Daar kwam hij terecht in Zwitserland en is daar blijven
hangen. Hij wou betrokken blijven bij de Zuid-Amerikaanse cultuur
en muziek en ging zich toeleggen op percussie. Niet zozeer van traditionele
muziek, maar meer van hedendaagse populaire Caribische dansritmes
zoals salsa en merengue.
Zijn voorbeelden werden de Cubaanse percussionisten Orestes Vilató,
Justo Barretto en Changüito (José Luis Quintana). Momenteel
vindt hij de Venezolaanse percussionist Luisito Quintero het einde.
Stukjes bij beetjes kreeg hij het Cubaanse percussie-arsenaal onder
de knie en wist naam te maken. Uiteindelijk zou het hem in 1998
in contact brengen met Alfredo de la Fé. Door de stem van Alfredo
en de directe, gebiedende manier waarop het gesprek verliep, dacht
zanger Armando Miranda (Havana, Cuba, 1974) toen hij op een dag
door Alfredo de la Fé werd gebeld dat één van
zijn vrienden een grap met hem wilden uithaalden. Hij twijfelde
en ging met zijn ziel onder de arm naar de afspraak. Spoedig bleek
dat het geen grap was maar werkelijkheid. Een werkelijkheid die
hem beviel en binnen de kortste keren vond hij aansluiting bij de
groep. Ook hij deed zo rond zijn
elfde jaar zijn eerste muzikale ervaringen op. Bij een Cubaan denk
je dan meteen aan salsa of son. Maar in Armando's geval
. Hij
was idolaat van Mexicaanse Mariachi-muziek. Hij kwam weer op het
goede pad terecht toen een oom hem vroeg hem uit de brand te helpen.
Die oom danste in een gezelschap dat traditionele Afro-Cubaanse
muziek speelde maar op dat moment geen zanger had. Armando ging
op het verzoek in en meldde zich op het opgegeven adres.
Daar aangekomen werd hij meteen achter de microfoon geplaatst. Natuurlijk
was het repertoire hem niet geheel onbekend, maar hij had het zelf
nog nooit gezongen. Als de dag van gisteren herinnert hij zich hoe
hij daar in zijn eentje stond en het overbekende "Son de la
loma" van Miguel Matamoros moest zingen. Hij was een hele andere
stijl van zingen gewend en voelde zich als een Pedro Infante (één
van de sterren van weleer in het Mariachi-genre) die plotseling
een Cubaans repertoire moest zingen. Het moet voor geen meter
hebben geklonken. Toch liet Armando zich niet uit het veld slaan.
Aangemoedigd door het orkest slaagde hij erin zich te transformeren
van een Mexicaanse smartlap in een Cubaanse sonero. Tijdens zijn
verkenningstocht door de Cubaanse muziek die daarop volgde, liet
hij zich inspireren door Beny Moré, Miguelito Cuni en Eddie
Palmieri. Armando wisselde nog een aantal keren van orkest en ook
hij kreeg uiteindelijk een kans om naar Europa te gaan. En op een
goede dag vond hij daar dus aansluiting bij Mercadonegro.
Wat nu exact het verschil maakt, valt moeilijk te benoemen. Pratend
over Mercadonegro gaf Alfredo de la Fé al aan dat "het
niet voldoende is om alleen een goede muzikant te zijn. Om ook een
goede artiest te zijn, is meer nodig.
Het zijn allerlei ingrediënten
en precies de juiste hebben zij. Ze hebben zoveel energie op het
podium. Ze zijn nog erg jong, maar zij spelen met liefde."
Zij waren de muzikanten achter zijn veel geprezen album "Latitudes"
dat in 2000 door Rykolatino op de markt werd gebracht. Maar zonder
de naam "Alfredo de la Fé" gaat het toch wat moeilijker. De
twee albums die onder eigen naam zijn uitgebracht en beslist de
moeite waard zijn, hebben althans in Nederland niet de aandacht
gekregen die zij verdienden. Wellicht dat de komende optredens daar
verandering in gaan brengen. |
| |
|
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|