|

|
Interviews 2004
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Manolito y su Trabuco (Cuba)
Wanneer: 20 juni 2004 | Waar: Festival Mundial, Tilburg | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Festival
Mundial: hedendaags Babylon"
Zondag 20 juni
2004. Wij hebben er nog geen enkele voorstelling bij. De langs de
A58 opgestelde verwijzingsborden doen groots vermoeden. Eenmaal
binnen worden wij spoedig opgeslokt door op drift geraakte mensenmassa´s.
Tienduizenden bezoekers, zoekend langs standjes, participerend in
workshops, zich vergapend aan een bonte verscheidenheid aan acts.
Het terrein heeft met deze krioelende kluwen mensen met hun kleurrijke
klederdrachten en bijbehorende vreemde talen veel weg van een hedendaags
Babylon.
Van
het brede aanbod aan wereldmuziek willen wij van slechts één
specifiek onderdeel gebruik maken: de hoofdact in het genre Caribische
muziek. Ter bekroning van eerdere acts met salsabands en Cubaanse
rappers is er die middag een optreden van Manolito y su Trabuco.
Kwart over drie is het zover. Een vijftienkoppig orkest betreedt
het podium, er wordt afgeteld en binnen de kortste keren raakt het
immense terrein overspoeld met timbageweld. Terwijl
Manolito met zijn Trabuco de bezoekers bestookt met onvervalste
Cubaanse klanken, ontspint zich back stage tussen insiders een discussie
over live-optredens en bezoekersaantallen. Bekende salsa-artiesten
zouden bij hun reguliere gigs in het New Yorkse clubcircuit gewoonlijk
niet meer dan een honderdtal bezoekers trekken. Het zijn alleen
de festivals en bijzondere gebeurtenissen die daar de grote mensenmassa´s
op de been brengen. In schril contrast daarmee staan de verhalen
over de bekende Cubaanse orkesten.
Elk optreden trekt daar een duizendtal, zelfs een tienduizendtal
bezoekers. Elk orkest probeert een duidelijk herkenbare identiteit
uit te stralen en heeft een trouwe achterban die voor elk optreden
en masse komt opdagen. Directe aanleiding voor deze discussie was
een in onze beleving wonderlijk voorval. Een nieuwe Cubaanse leraar
van dansschool Qué Rico in Ravenstein was namelijk naar het
festival getogen om naar Manolito te kijken. Hij
verwachtte, zoals gewoonlijk op Cuba, een mensenmassa aan te treffen
en genoegen te moeten nemen met een plaatsje ergens achteraan. Groot
was zijn verbazing dat die massa er wel was, maar dermate verspreid
over het terrein, dat hij met gemak tot aan het podium kon komen.
Voor het eerst kon hij recht voor het podium een dansje maken en
de muzikanten bij wijze van spreken een handje geven. Zelf hadden
wij de sensatie om Manolito na het concert even apart te mogen nemen
om hem vervolgens het muzikale hemd van zijn lijf te kunnen vragen.
Een talent als Manolito moet zijn aanleg natuurlijk bij geboorte
hebben meegekregen. Dat hij muzikale aanleg had, bleek al door de
wijze waarop hij zich als kleuter uitleefde op een van potten, pannen
en blikjes geïmproviseerd drumstel. Het
spelen van muziek was in zijn familie niet vreemd en een oom was
zelfs beroepsmuzikant. Die oom speelde tres in het Conjunto Siboney
en hij was het, die de inmiddels tiener geworden Manolito inspireerde
om de tres onder de knie te krijgen. Op
de middelbare school werd die tres weer ingeruild, maar nu voor
een echt drumstel.
De piano kwam pas later. Het lijkt een hele ommezwaai
maar Manolito ziet dat duidelijk anders. Voor hem is de piano niets
anders dan een intrigerende synthese van drumstel en tres.
En wellicht dat diegenen die aan het pianospel van Eddie Palmieri
kunnen horen dat hij linkshandig is en ooit percussie heeft gespeeld,
hetzelfde horen bij Manolito. Ook hij is linkshandig en ook hij
heeft een passie voor percussie. Manolito kreeg zijn scholing voor
piano niet op een regulier conservatorium; hij studeerde op dat
moment voor een technisch beroep. De grondbeginselen voor het pianospel
leerde hij in de avonduren op een soort open muziekschool. Veel
moet dit niet om het lijf hebben gehad, want hij beschouwt zichzelf
op dit punt als autodidact. Op een gegeven moment trok de piano
harder dan de dorre schoolboeken. Hij greep de eerste de beste kans
om professioneel muzikant te worden en heeft zijn opleiding nimmer
afgemaakt
Met zijn 43 jaar is hij onderhand bijna 25 jaar actief als beroepsmuzikant. Nu nog rilt hij bij de gedachte dat hij alles wat hij nu doet zou
hebben moeten missen, als hij zijn technische opleiding had afgemaakt
en in die richting was verdergegaan. Na omzwervingen via allerlei
plaatselijke orkesten komt Manolito terecht bij het Orquesta Maravilla
de Florida.
Een charanga-orkest waaraan hij ruim zeven jaar verbonden zou blijven.
Het is met dit orkest dat zijn talenten tot volle ontplooiing komen.
Hij componeert en arrangeert het repertoire bij elkaar en na twee
jaar neemt hij zelfs de leiding van het hele orkest over. Bron van
inspiratie is op dat moment vooral Rafael Lay (Orquesta Aragón).
Dan raakt hij in de ban van nieuwe ontwikkelingen, in gang gezet
door Juan Formell met zijn Los Van Van en Adalberto Alvarez met
zijn Son 14. Zij worden zijn nieuwe voorbeelden. Hij verlaat zijn
geboortestad Camagüey en vestigt zich in Havana. Daar richt hij een eigen
formatie op, zijn "Trabuco", om een eigen bijdrage aan
nieuwe ontwikkelingen te leveren. Trabuco betekent zoveel als "donderbus"
maar wordt in overdrachtelijke zin ook gebezigd als aanduiding voor
een heftig spelend orkest. Al deze fases in de ontwikkeling van
Manolito klinken door in zijn Trabuco. Zo is in de ritmesectie een
prominente plaats ingeruimd voor een on-Cubaans drumstel.
Dan is er de fluit/viool-combinatie, zo typerend voor charanga-orkesten.
Duidelijk een overblijfsel van de periode dat hij met Orquesta Maravilla
de Florida speelde. Maar ook minder zichtbaar zijn er lijnen met
zijn artistiek verleden. Manolito doelt daarbij op het arrangeren,
ook iets dat hij in zijn periode bij Orquesta Maravilla de Florida
onder de knie kreeg. Het arrangeren blijkt voor hem hèt middel
om zijn artistieke energie te sturen. Met zijn Trabuco wordt Manolito
gewoonlijk in het timba-hokje geplaatst. Maar geen artiest ziet
zich graag in een hokje geplaatst en Manolito is daarop geen uitzondering.
Omstandig legt hij uit dat er niet zoiets bestaat als een timba-orkest.
Timba is niet meer dan een genre dat net als andere genres zoals
son, mambo en cha cha chá door zijn orkest kan worden gespeeld.
Met het rijzen van zijn ster, duikt zijn naam bij steeds meer projecten
op. Zijn naam prijkt op albums als het recente "Entre La Habana
y el Yuma" van Mamborama, het "Buscando la melodía",
een Cubaans eerbetoon aan Beny Moré uit 1998, en "Gowtu",
het latin uitstapje van Yakki Famirie uit 1999. Allemaal leuk, maar
hij wordt pas enthousiast bij "Esto sí se llama querer",
het eerbetoon aan de pianist Lilí Martínez uit 2002. Dat is ZIJN project. Ooit verbonden
aan het orkest van Arsenio Rodriguez en de opvolger daarvan, het
orkest van Félix Chappotín, vervulde Luis "Lilí"
Martínez Griñán een gidsrol voor andere pianisten.
Manolito houdt hem en Lino Frias verantwoordelijk voor de belangrijkste
veranderingen in de rol voor de piano in de Cubaanse populaire muziek,
die zich in de jaren veertig en vijftig voltrokken. Wie
het album "Esto sí se llama querer" kent, hoort
hier een uiterst serieuze Manolito. Hij heeft jaren moeten schipperen
om een groep gerenommeerde hedendaagse artiesten bij elkaar te krijgen,
want telkens was er wel weer iemand op tournee. Het was voor hem
steeds weer een verrassing wie hij tegelijkertijd in de studio kon
krijgen. Desondanks is het een waardig eerbetoon geworden aan één
van de grootste pianisten van de Cubaanse populaire muziek. Gevraagd
naar zijn verdere ambities, geeft Manolito aan, dat als multinationals
minder dwars zouden liggen en meer ruimte zouden geven voor zijn
muziek, er meer warmte in de wereld zou zijn. Minder commercie dus
en wat meer gevoel. Wat dat betreft heeft hij in Nederland een bijzonder
wapenfeit op zijn naam staan. Het was immers zijn orkest dat in
januari 2002 het stijve Nederlandse koningshuis moest ontdooien
met een salsafeestje voor de vrijgezellenavond van Prins Willem
Alexander en Maxima Zorreguieta. In salsaland een opmerkelijke gebeurtenis. Waar
Manolito nadien ook optrad, van Cuba tot de Verenigde Staten, iedereen
sprak hem daarover aan. Hijzelf heeft er goede herinneringen aan
overgehouden. Eigenlijk was alles begonnen met een festival als
dit (Mundial). Jaren geleden bezocht Maxima een gelijksoortig festival
waar zij het orkest hoorde spelen. Hun optreden moet op haar een
bijzondere indruk hebben achtergelaten. Manolito wist daar natuurlijk
niets van. Later pas hoorde hij dat zij zich toen had voorgenomen
dat als zij ooit zou trouwen, dit orkest voor haar bruiloft moest
spelen.
Het was tijdens een tournee in Spanje, dat hij hiervoor door de
ambassade werd benaderd. Alles kon vlot worden geregeld. De vraag
of hij voor de gelegenheid een speciaal aangepast koninklijk repertoire
speelde, beantwoordt hij ontkennend. Natuurlijk niet. Maxima had
hen immers tijdens dat festival het echte werk horen spelen en dat
was wat haar had aangetrokken. Neen, het gewone repertoire dus. Of
dan echt alles hetzelfde was? Neen, dat ook weer niet. Je ziet aan
zijn gezicht dat Manolito even in gedachten naar die gebeurtenis
teruggaat
Hij zoekt naar woorden
. "Die mensen
dat zijn ándere mensen
." Manolito´s handen
zijn inmiddels grauw van de kou geworden. Een mooi moment om het
gesprek te beëindigen. Wij schudden zijn verstijfde handen
en Manolito vlucht naar binnen op zoek naar een warm plekje. Het
feestgedruis gaat ondertussen onverdroten verder. Na het optreden
wordt zelfs een drietal dinosaurussen op het publiek losgelaten.
Anders dan bij Manolito heeft de dalende temperatuur op deze beesten
geen vat.
Hoe groot en vervaarlijk zij er ook uit mogen zien, ze weten zelfs
de kleinsten te vermaken. Ondertussen wordt het podium omgebouwd
voor een volgende act die wij niet meer zullen meemaken. |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|