|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Kékélé (Congo)
Wanneer: 19 juni 2005 | Waar: Festival Mundial, Tilburg | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Op
de bres voor een rumba-revival"
Ze zijn wel eens afgeschilderd als de Congolese
versie van de Buena Vista Social Club. Bij het horen van die naam
denk je meteen aan een groep "Krasse Knarren". Maar hoewel
de heren van Kékélé zeker op leeftijd zijn,
bevindt zich nog zeker een hele generatie tussen deze heren en de
ons inmiddels vertrouwd geworden rimpelige gezichten uit Cuba. De
vergelijking heeft dan ook niet zozeer met leeftijd te maken maar
het in oude luister herstellen van een "uitgestorven"
muziekgenre.
Dat muziekgenre is in dit geval de
Congolese rumba. De generaties na deze heren hebben dit genre volgens
hen eigenlijk nooit horen spelen. Een wat onwerkelijke situatie,
die alles te maken heeft met de lange regeringsperiode van ex-president
Mobuto. Als elke dictator wist hij het volk te bespelen. Aanvankelijk
gebruikte hij de muziek om de onvrede van het volk in zijn voordeel
aan te wenden. Toen diezelfde muziek zich tegen hem
ging keren, heeft hij die muziek zijn wezenskenmerken ontnomen en
er een lege dop voor in de plaats gesteld. Mobutu creëerde
"groupes d'animation" die tot doel hadden om hem te verheerlijken.
De muziek mocht geen enkele maatschappelijke of politieke boodschap
meer bevatten en was uitsluitend bedoeld om op te dansen. Kinderen
die toen opgroeiden, hoorden aldus geen Rumba's maar Nombolo's en
Soukous. Deze oudgedienden trekken er hun neus voor op. Volgens
hen zijn Soukous gemaakt door mensen in Europa die nooit Rumba hebben
gespeeld. En de Nombolo?
Dat is volgens hen niet meer dan een voor dat doel populair gemaakte
folkloristische dans die niet kan tippen aan de diepere betekenis
van de Rumba. Voor zangers Bumba Massa (Zaïre, 1945) en Loko
Massengo (Kongo Brazzaville, 1947) heeft hun Congolese Rumba alles
te maken met cultuur, ritme en maatschappelijke betrokkenheid. Meerdere dimensies dus en de teksten
van de liedjes moeten een betekenis, een boodschap hebben. In de
rumbateksten werd bijvoorbeeld de onafhankelijkheidsstrijd gesteund.
Dit in schril contrast met Soukous waarbij de muziek zich uitsluitend
en alleen richt op de dans. Ondanks dat de ware rumba al generaties
uit beeld is, geloven deze oudgedienden rotsvast in een toekomst
voor dit genre. Ze stonden daarin niet alleen. Ze waren al een tijdje
aan het fröbelen toen bleek dat ook Ibrahim Sylla (Sylla Productions,
producer van o.a. Africando) met het idee rondliep om de ware Rumba
te doen herleven. Spoedig hadden zij en nog een aantal gelijkgezinden
elkaar gevonden. Onder auspiciën van Sylla Productions en het
werk Syran Mbenza, Wuta-Mayi, Nyboma Mwan'dido, Loko Massengo en
Bumba Massa zag Kékélé in 2001 het levenslicht.
Het complete gezelschap bestaat uit 11 man: 4 zangers, 3 gitaristen,
1 percussionist, 1 drummer, 1 saxofonist en 1 accordeonist (een
instrument dat nu eenmaal bij de originele Congolese Rumba hoort). Eén van die gitaristen is Papa
Noël, die elders in deze rubriek ook al zijn afschuw over de
armoede van de Soukous heeft uitgesproken. In deze bezetting spelen
zij akoestisch en willen zich daarmee afzetten tegen de latere "elektrische"
generaties. De 5 oprichters zijn samen verantwoordelijk voor het
repertoire. Allen dragen bij met eigen composities en arrangementen.
Daarnaast houdt Syran zich nog bezig met programmering. Het succes
van Kékélé en hun akoestische rumbarevival
valt wellicht af te lezen aan hun vele geslaagde tournees en hun
platenproductie. In de vier jaar van hun bestaan hebben zij inmiddels
2 albums uitgebracht.
Een 3e komt in oktober uit en zal "Kin-Havana" heten,
een samentrekking van de woorden Kinshasa en Havana. Dat er een
relatie tussen Cuba en Congo is, is evident. Het woord "rumba"
komt uit Cuba maar is volgens Loko Massengo niet anders dan een
verbastering van het uit Congo afkomstige woord "nkumba". Leden van stammen waar dit woord zo
werd gebruikt, zijn in de slaventijd naar Latijns Amerika geëxporteerd
en dan vooral naar Cuba. De mensen daar braken echter hun tong over
dit moeilijk uit te spreken woord en verbasterden het tot "rumba".
Zeker in muzikaal opzicht zijn op Cuba nog altijd de sporen van
de Congolese slaven duidelijk hoorbaar. Maar begin twintigste eeuw
is die muziek ook weer teruggekomen naar Congo. Zo zijn op hun beurt
weer Cubaanse elementen in de Congolese muziek geslopen. Voorbeelden
daarvan met de Congolese Rumba zijn het gebruik van trompetten,
piano en fluit.
Met Bumba Massa en Loko Massengo spreken wij twee zwaargewichten.
Beiden hebben er een indrukwekkende carrière opzitten. De
leerschool van Bumba Massa was zijn ouderlijk huis. Zijn vader was
weliswaar geen beroepsmuzikant maar speelde gitaar en zong veel.
Het is zijn stem die hij tot op heden in zijn hoofd hoort echoën. De carrière van Bumba Massa
neemt ergens in 1963 serieuze vormen aan wanneer hij in Cubana Jazz
gaat zingen. Zoals de naam al doet vermoeden, was de muziek van
dit orkest sterk georiënteerd op de Cubaanse muziek. Daarna
stond hij op het podium met achtereenvolgens Jazz, Conga Succès,
Carroussel, Lovy du Zaïre en Tout-Puissant Jazz van Franco.
Daarna ging hij solo verder en scoorde met "L'argent et la
femme" van African Records een gouden plaat in de VS. Als zijn
muzikale voorbeelden noemt hij ons Franco, Vicky Longomba, Khaled
en l'Afrika Jazz. De carrière van Loko Massengo (Djeskain)
begint In Kinshasa waar hij op jonge leeftijd in een kerkkoor zong.
Hij kreeg daar kennelijk de smaak te pakken want later zingt hij
de sterren van hemel in een klein buurtorkest. Het bleek de opstap
naar een plaats achter de microfoons van Jamel National. Midden
jaren zestig maakt hij een overstap naar Négro Succès,
het orkest van Bavon Marie-Marie, de jongste broer van Franco. Het
bleek de eerste van een lange rij rumbaorkesten die in Kinshasa
speelden. Maar het orkest waar hij pas echt
goede zangtechnieken leerde en maakte dat hij professioneel verder
kon, was Vox Afrika van Jeannot Bombemba. In de periode 1970 - 1972
was hij één van de leadzangers van het zeer succesvolle
Orchestre Vévé. Vanaf 1973 speelde en tourde hij met
Trio Madjesi dat echter in 1975 door politieke omstandigheden in
Congo uiteen viel. Loko Massengo nam de wijk naar Kongo Brazzaville
en kon daar verdergaan met "Les trois frères".
In 1982 maakte hij de wereld rijker met L'international Orchestre
Rumbaya, een eigen orkest dat ook goud wist te scoren.
Zijn grote voorbeelden zijn een inmiddels vertrouwd rijtje namen:
Kabaselé, Vicky Longmba, Essous, Edo en Franco. Het waren
deze orkesten die hij op de radio de echte rumba hoorde spelen.
Het lijkt een beetje op het einde van een sprookje. Na de nodige
omzwervingen vestigde hij zich in 1987 in Frankrijk, waar hij leraar
werd aan het conservatorium in Parijs. Hij trouwde, kreeg 3 kinderen
en leefde daar nog lang en gelukkig. Het bleek echter allemaal veel te
rustig en de Congolese Rumba leek roemloos als een nachtkaars uit
te gaan. In 2001 hebben deze heren echter moedig het spinrag van
zich afgeschud en zijn aan een ambitieuze missie begonnen: nieuw
leven blazen in de originele Congolese Rumba. Ondanks de waardering
die zij overal oogsten beseffen zij dat het einddoel nog niet in
zicht is. Het kan beter en ze werken er hard aan |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|