|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Jimmy Bosch (New York)
Wanneer: 21 april 2005 | Waar: Best Western Hotel, Amsterdam | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
| (1) The moña is the part or section
of the tune were the volume goes up as well as the intensity of
the arrangement being played by the band. Spontaneous riffs which
are inspired by the level of energy being generated by the band
in a certain part of a composition; that moment in the interpretation
of a composition where everyone is locked in and grooving, becoming
the time to take the music to another level. It's the fun part of
the song, the time to play from the heart. (interview met Rudy Mangual:
"Jimmy Bosch: Making Salsa Dura" in Latin Beat Magazine,
december 1999) |
|
"De
Jimmy Bosch crusade"
Terwijl hij ons voorgaat naar de kamer waar het
interview wordt gehouden, hoor ik hem neuriën. De "moñas"(1)
dansen in zijn hoofd. Op zijn kamer aangekomen, ligt op zijn bed
zijn grote liefde: een glimmend gepoetste trombone. Elke pauze in
het gesprek benut hij om er eventjes een paar noten door te blazen.
Vanzelfsprekend wordt ook het interview afgesloten met een paar
klanken door dat instrument. Trombones en moñas hebben afgelopen
dertig jaar zijn leven beheerst. En hoewel hij aankondigt over vijf
jaar daarmee te willen stoppen, geloof ik daar geen snars van. Trombonespelen
is voor deze intelligente man een even vanzelfsprekende manier om
zich te uiten als praten. Dat wordt afkicken! Eigenlijk wou ik precies
daarom dit verhaal de titel "Married with trombones" meegeven.
Echtgenotes heeft hij niet meer maar wel zijn trombones! Zijn eerste
was een oude Ambassador.
De eerste trombone die hijzelf kocht
was een Bach 16 en weer wat later kocht hij een King 4B. Enkele
jaren geleden kocht hij een Yamaha. Elk instrument heeft zo zijn
eigen klankkleur. Bij tijd en wijle blaast hij er nog even op, maar
sinds jaar en dag gebruikt hij voor zijn optredens die Yamaha. De
klankkleur sluit momenteel het beste aan bij zijn stijl van spelen. Wij Nederlanders denken
bij iemand wiens achternaam "Bosch" is niet direct aan
een New Yorkse latin artiest met Puertoricaanse voorouders. Niets
is minder waar. Er blijkt op Puerto Rico al generaties lang een
omvangrijke familie met de naam "Bosch" te wonen. De naam
is op dat eiland zeker niet ongewoon. Deze Boschen zouden oorspronkelijk
uit het Spaanse Barcelona afkomstig zijn. Met zijn tournees de afgelopen
jaren door Europa heeft hij inmiddels geleerd dat deze Spaanse Boschen
op hun beurt weer ergens uit de lage landen afkomstig moeten zijn.
Geboren en opgroeiend in New York in een arm gezin met negen kinderen
moest hij op de middelbare school een instrument kiezen. Hij vroeg
om een saxofoon en kreeg een trombone. Daarmee door toeval veroordeeld
tot dit instrument, ontdekte hij al spoedig een speciale gave te
hebben om moñas te spelen. De trombone en die moñas
werden het kompas van zijn verdere leven. Het heeft hem plezier,
voldoening, roem en voorspoed gebracht en het heeft hem voor onheil
behoed. Maar het heeft ook een tol geëist. De carrière
in de muziek met het vele reizen en nachtelijke sessies is ten koste
gegaan van zijn gezinsleven. Hij heeft zijn kinderen niet zien opgroeien
en zijn relaties zijn er op stukgelopen.
Op dit punt heeft hij gefaald en graag had hij daar meer tijd aan
willen besteden. Het lijken op het eerste gezicht platgetreden clichés
om zich een houding te geven. Maar Jimmy hoeft zich niet van clichés
te bedienen. Jimmy blijkt een persoon te zijn die op een intelligente
manier op verschillende abstractieniveaus precies weet wat hij aan
het doen is. Hij blijkt daarbij niet alleen een goed oor voor muziek
te hebben maar ook een oor voor de mensen om zich heen. Op verschillende
manieren brengt hij dan ook zijn boodschap. Met muziek, met teksten
en met clinics. Met de Faniasterren als voorbeeld wist hij al vroeg
wat hij wou: met zijn trombone soleren in salsaorkesten. Op een
gegeven moment is hij met zijn trombone de New Yorkse latinscène
gaan afstropen. Het werd een soort sport om vanuit het publiek aan
een spelend orkest te vragen of hij even op het podium met hen een
solo mocht spelen. Met tal van orkesten wist
hij zich aldus even in de schijnwerpers te plaatsen. Op een dag
na zo´n geïmproviseerd eenmalig optreden met het orkest
van Manny Oquendo werd hij na afloop teruggebeld. Er werd hem een
vaste plaats bij dit orkest aangeboden, een kans die hij met beide
handen aangreep. Vanaf dat moment kon hij bij alle grote orkesten
terecht. Het bracht hem bij Ray Barretto, Cachao, Marc Anthony,
India en het Machito Orchestra. Tal van artiesten wisten hem te
vinden voor bijdragen aan hele albums of alleen een nummer. Aldus
is hij te horen op albums van Chocolate Armenteros, Van Lester,
Victor Manuelle en Santiago Ceron. Op mijn vraag of hij daarbij
grenzen trekt en om principiële of artistieke redenen weigert
aan een bepaald album mee te werken, geeft hij aan dat zijn collega-muzikanten
precies weten waar hij voor staat. Zij zullen hem niet zomaar vragen.
Het is een weloverwogen keuze hem bij een opname te betrekken. Hij
respecteert deze artiesten die op hun beurt zijn trombonespel op
waarde weten te schatten. Hijzelf zal niet gauw in een beoordeling
van het project treden waarvoor zijn bijdrage wordt gevraagd. Daarvoor
respecteert hij te zeer de individualiteit en het werk van die ander.
Niettemin blijkt wel dat hij goed in de gaten houdt waaraan hij
bijdragen levert en hoe hij dat toont op zijn discografie. Niet
iedereen zal hem daarom voor een project kunnen strikken. Overigens,
dat respecteren betrekt hij ook op zichzelf. Zijn eigen project
is echt zijn project en daar laat hij zich verder niet in sturen.
De overstap van sideman naar bandleider was een groeiproces. Zwervend
van het ene naar het andere project begon het hem dwars te zitten
dat hij in feite almaar compromissen sloot. Met name de periode
dat hij speelde in de orkesten van Marc Anthony en India heeft hem
opgebroken. Hij kon niet goed uit de voeten met het strakke format
dat binnen het salsa-romantica-circuit wordt gehanteerd. Want anders
dan de naam doet vermoeden, maakt romantische salsa met dat strakke
format een einde aan de vrijheid en passie die in de muziek besloten
ligt. Jimmy kon binnen dat format
op geen enkele wijze zijn trombone-ei kwijt. Bij hem groeide de
behoefte zijn in de tijd gerijpte visie op salsa zonder enig compromis
gestalte te geven. Toen het prestigieuze S.O.B.'s hem als eerste
de gelegenheid bood om met een eigen orkest naar buiten te treden,
nam hij het heft in eigen handen. Na het prikken van een datum voor
dat optreden was het aan Jimmy om een band samen te stellen. Met
zijn contacten en reputatie was dat geen zware opgave. En zo betraden
in 1996 "the Masters" het podium om het publiek te laten
kennismaken met "salsa dura", Jimmy's antwoord op de vlakke
latinpophybriden en de gepolijste romantische salsa van dat moment.
Uiterst dansbare salsa met een boodschap. Salsa waar de ruwe multiculturele
asfaltjungle van New York in doorklinkt. Het is muziek met een format
dat niet alleen ruimte biedt voor hemzelf en zijn trombone maar
voor alle leden van het orkest. Zijn concept bleek een
schot in de roos. Het sloot goed aan bij dat wat Aaron Levinson
met Rykolatino op de markt wou brengen. Een deal was snel beklonken
en in korte tijd zagen "Soneando Trombón" en "Salsa
dura" het levenslicht. Tournees met optredens in Amsterdam
onderstreepten het succes van deze albums en de naam van Jimmy Bosch
was gevestigd. En toen werd het stil. Niet echt natuurlijk want
met regelmaat druppelden albums binnen waar Jimmy als sideman op
viel te beluisteren (o.a. Caravana Cubana, Conga Kings, Paquito
d'Rivera). Maar eigen albums bleven uit. Eindelijk wordt in 2004
de stilte verbroken want "El Avión de la Salsa"
komt binnengevlogen op Jimmy's eigen platenlabel: JRGR Records.
Het verhaal daarachter verschilt niet veel van dat over het ontstaan
van het orkest. Rykolatino veranderde van management en later ook
van eigenaar. Het klikte niet meer, lopende projecten vertraagden
en hij besloot daar weg te gaan. Het vergde enige tijd zich van
dit label los te maken. Daarna startte een zoektoch naar een andere
maatschappij. Ook dat liep niet soepel
waarop Jimmy besloot ook hier het heft in eigen hand te nemen. Hij
zet zijn overwegingen dienaangaande helder uiteen: in de ruim dertig
jaar dat hij in het vak zit, heeft hij het nodige geleerd. Het is
zijn overtuiging dat de enigen die echt aan de muziek verdienen
niet de artiesten maar de platenbazen zijn. Overduidelijk ligt Jimmy's
passie bij het creatief met muziek bezig zijn. Maar rationeel gezien
moest hij nu met voorrang zijn zakelijke belangen veiligstellen.
Boordevol zelfvertrouwen, zich een goed zakenman voelend en wetende
dat hij bergen werk kan verzetten, is hij vastbesloten ook hier
een succes van te maken. Na zijn zwervend bestaan met alleen verantwoordelijkheid
over een trombone en de moñas, zou je denken dat het voor
hem een opgave zou zijn een orkest achter zich aan te slepen met
daarbij ook nog eens de rompslomp van een eigen bedrijf. Niets is minder waar. Het
schept hem veel voldoening en hij ziet het als zijn nieuwe toekomst.
Het eerste met dat bedrijf geproduceerde album is dus "El Avión
de la Salsa". Er hebben maar liefst 32 artiesten aan meegewerkt,
waaronder Yomo Toro, Dave Valentin en Alfredo de la Fe. Van dat
album heeft Jimmy 11 nummers zelf geschreven. De arrangementen zijn
van Oscar Hernández, Gil López , Angel Fernández
en van Jimmy Bosch zelf. Ten opzichte van zijn vorige albums vindt
hij het een volwassener product. Het album is de reflectie van zijn
persoonlijke ontwikkeling die hij de laatste jaren heeft doorgemaakt
en zich met name in de liedjes heeft vertaald. Hij doelt hierbij
op onder meer zijn werkzaamheden als producer en alle rompslomp
rond de oprichting van die eigen platenmaatschappij. Een belangrijk
onderdeel van het format voor zijn muziek voorziet in interactie
tussen artiesten onderling. Hij kan dan ook slecht uit de voeten
met albums die tot stand komen door het in een studio monteren van
allerlei individueel gemaakte opnamen. Zijn voorkeur gaat uit naar
het met het hele orkest tegelijk de studio ingaan en daar dan met
z'n allen "live" te spelen. Dit is weliswaar aanzienlijk
duurder maar het resultaat loont. Hoewel enkele tracks op
die eerste (gemonteerde) manier tot stand zijn gekomen, zijn de
meeste van de tracks op El Avión de la Salsa "live"
opgenomen. Bij trombones en Newyorkse salsamuziek kom je al spoedig
uit bij de relatief jong overleden Barry Rogers. Samenwerkend met
Eddie Palmieri gaf hij de trombones een plaats in de salsamuziek.
In navolging van zijn pionierswerk hanteren de meeste orkesten tegenwoordig
een combinatie van trompetten en trombones. Bij orkesten met een
meer traditionele bezetting ligt dit natuurlijk anders. Bij charanga-orkesten
en ook de big bands die in de jaren vijftig de mambo´s op
het repertoire hadden staan, is en blijft de trombone een betrekkelijk
vreemde eend in de bijt. In het geval van Jimmy Bosch liggen deze
lijnen echter niet zo strak.
Zijn spel heeft een duidelijk toegevoegde waarde, ook voor dit soort
orkesten. Door de jaren heen heeft hij dan ook met vrijwel alle
grote New Yorkse charanga-orkesten gespeeld zoals Típica
Novel, Charanga 76 en Orquesta Novedades. Zijn trombonespel liet
zich moeiteloos combineren met de fluit/viool frontline van deze
orkesten. Of, zoals hij het zelf zegt: charanga is "swing"
en hijzelf is een "swinging tromboneplayer". Hij vindt
het als dansmuziek erg aantrekkelijk en overweegt in de toekomst
ook zelf iets met dit concept te doen. Min of meer hetzelfde geldt
voor zijn inbreng in de big band van Machito. Met enige trots merkt Jimmy
op dat Machito van zijn spel gecharmeerd moet zijn geweest. Nadat
hij Jimmy had horen spelen ruimde hij zonder enig probleem een plaats
binnen de blazerssectie van zijn orkest voor hem in. Die blazerssectie
is bij Machito normaal gesproken alleen uit trompetten en saxofoons
samengesteld. Hij heeft goede herinneringen aan Machito en hoe deze
zijn orkest leidde. Begin jaren tachtig toerde Machito volop door
Europa en speelde onder meer op het North Sea Jazz Festival. Jimmy
werd gevraagd met het voor 1984 geplande tournee mee te gaan. Daar kwam helaas iets tussen
en Jimmy bleef in New York. Het was alsof het zo moest zijn. Machito
overleed aan het begin van dat tournee plotseling in Londen. Het
orkest werd indertijd al geleid door Machito´s zoon, Mario
Grillo, en deze heeft het orkest voortgezet. Het contact is gebleven
en zo speelt Jimmy bij tijd en wijle nog altijd mee. Dat is voor
Jimmy nog steeds een belevenis, want de band maakt gebruikt van
het originele materiaal. Onder de hand speelt Jimmy ook alweer een
jaar of 7 met de Fania All Stars. Ze treden tegenwoordig nog maar
enkele keren per jaar op. Telkens moet Jimmy bij Johnny Pacheco
aandringen op wat aandacht voor de blazerssectie.
Want anders dan vroeger, toen het bij de Fania All Stars eigenlijk
om iedereen ging die op het podium stond, blijkt vandaag de dag
het accent bij het steeds groter wordende aantal vocalisten te worden
gelegd. En juist met de Fania All Stars wil Jimmy geen podiumdressing
zijn; hij wil schitteren als een ster. Salsa dura is niet alleen
ritme en orkestratie. Wat Jimmy Bosch betreft kent Salsa Dura nóg
een dimensie, namelijk de tekst. Die teksten hebben een hoog persoonlijk
karakter en een boodschap. Wat hij hiermee precies bedoelde, kwam
boven water toen het gesprek op zijn kinderen kwam. Hij heeft namelijk
twee zoons van respectievelijk 11 en 16 jaar. Overduidelijk hebben
zij zijn muzikale aanleg en graag had Jimmy ze op het salsapad geholpen. Maar dura of romantica,
de salsa van hun vader is voor zijn kinderen iets van een andere
generatie. In de jongerencultuur waarin zij zich bewegen, voert
Hip Hop, R&B en Reggaeton de boventoon. Maar waar de meeste
ouders de muziek en teksten van de helden van hun jongeren misprijzend
afkeuren, levert dit bij Jimmy stof tot nadenken. Hij wil niet alleen
zijn kinderen leren, maar wil ook leren van zijn kinderen. Het fascineert
hem in hoge mate wat kinderen in de liedjes aantrekt. Overduidelijk spreken de
teksten voor de kinderen; het vertolkt hun gevoelsleven. Je vindt
er boodschappen in over weglopen, echtscheiding van ouders en gekrenkte
gevoelens. Vaak nog onmachtig zelf hun gevoelsleven te vertolken,
vinden kinderen in deze liedjes een uitlaatklep. Wie daar als ouder
naar weet te luisteren, zal er een boodschap in weten te vinden.
Jimmy is zo'n ouder en vindt dat ouders op een heel andere manier
met de muziek van hun kinderen om moeten gaan. Het is een manier
van uiten van gevoelens en als zodanig dient het te worden gerespecteerd.
Je mag daarom als ouder deze muziek niet veroordelen en afwijzen.
Je zou erover moeten praten en je in verdiepen. Voor Jimmy is dit
beslist geen praatje voor de vaart. Zijn naamkaartje vermeldt dat
hij "clinicer" is. Het verwijst naar de clinics die hij
geeft met als onderwerp "the healing power of lyrics".
Deze clinics geeft hij als vrijwilliger in centra waar alcohol-
en drugsverslaafden worden behandeld. Twee van Jimmy's broers
zijn als gevolg van drugsgebruik overleden en hij wil als het even
kan anderen dit lot besparen. Het is natuurlijk geen recept voor
iedereen, maar wie van de verslaafden daarvoor open staat leert
hij langs deze weg op een andere manier naar maatschappij te kijken.
Het helpt hen de kracht te vinden die nodig is om zich van hun misère
te bevrijden. Het zal duidelijk zijn: liedjes en teksten zijn voor
Jimmy iets heel persoonlijks. Ook hij stort er zijn hart in uit.
Goed overdacht natuurlijk want het mag niet ontaarden in klaagzangen
waar niemand iets mee kan. Er valt een korte stilte en op dit punt
van het interview grijpt Jimmy zijn trombone om eventjes iets van
zich af te blazen. Jimmy's kinderen komen nog een keer om de hoek
kijken waarneer hij het over zijn eigen toekomstplannen heeft. Het
is zeker niet zijn ideaal om als een Celia Cruz of een Tito Puente
op hoog bejaarde leeftijd in het harnas te sterven. Jimmy is nu 45. Hij geeft
zichzelf nog een jaar of vijf en dan wil hij zijn trombone aan de
wilgen hangen.In de tussentijd wil hij zijn platenfirma uitbouwen.
Hij wil groepen managen, platen produceren en een nieuwe generatie
faciliteren bij het veroveren van een plaats binnen de scène.
Bovenal wil hij "zijn" leven terug hebben en tijd krijgen
zijn zoons op weg te helpen. Als het even kan wil hij ze een baan
bieden binnen de platenmaatschappij. Maar zijn oudste wil advocaat
worden en ook de jongste heeft andere aspiraties. Afwachten dus.
Jimmy vat zijn leven en streven samen als de "Jimmy Bosch crusade".
Geen verrassingen of experimenten uit commercieel opportunisme.
Het draait wat hem betreft om het brengen van authentiek, gepassioneerd
en oprecht klinkende salsamuziek. Het gaat hem daarbij om de relatie
tussen muziek en dans. Wat je er verder ook in wil zoeken, zijn
salsa dura is uiteindelijk gemaakt om te dansen. Zonder dansers,
geen salsa dura. Het is een middel, en wat hem betreft het middel,
om aan de stress en drukte van alle dag te ontsnappen. Zijn samengebundelde
teksten, ritme en passie hebben "healing power". Voor
wie het nog niet duidelijk is geworden uit de lengte van dit artikel:
Jimmy krijgt van mij ruim baan voor zijn crusade.
|
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|