|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Israel Gonzalez (Cuba)
Wanneer: 22 mei 2005 | Waar: Cubamania, Tilburg | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
| |
|
"Met
een knipoog naar Compay Segundo"
Aan
zijn vingers en om z'n polsen draagt hij zware gouden en zilveren ringen en kettingen.
De schakels van die kettingen hebben de vorm van olifanten. Ook de ringen dragen
afbeeldingen van dit dier. Zelf zegt hij daarover dat het geen bijzondere betekenis
heeft. Zijn leven is de tres en heeft verder niets met olifanten, religie of Santeria.
Als hij al wat heeft, dan is het met de vrouwtjes
Ik ben tijdens het derde
Cubamaniafestival in Tilburg even aan tafel geschoven bij een bejaarde Cubaan
die door iedereen goedlachs "Opa" wordt genoemd. Ooit zou hij in beroemde
orkesten hebben gespeeld.
Maar wanneer ik anderen daar naar vroeg, kon eigenlijk
niemand mij precies vertellen hoe dat zat. Ik greep mijn kans hem er eens persoonlijk
naar te vragen. Even was ik bang dat ik het er met een tang uit moest trekken
maar goedgeluimd vertelt hij honderduit.Aan zijn vingers en om z'n polsen draagt
hij zware gouden en zilveren ringen en kettingen. De schakels van die kettingen
hebben de vorm van olifanten. Ook de ringen dragen afbeeldingen van dit dier.
Zelf zegt hij daarover dat het geen bijzondere betekenis heeft. Zijn leven is
de tres en heeft verder niets met olifanten, religie of Santeria. Als hij al wat
heeft, dan is het met de vrouwtjes
Ik ben tijdens het derde Cubamaniafestival
in Tilburg even aan tafel geschoven bij een bejaarde Cubaan die door iedereen
goedlachs "Opa" wordt genoemd. Ooit zou hij in beroemde orkesten hebben
gespeeld. Maar wanneer ik anderen daar naar vroeg, kon eigenlijk niemand mij precies
vertellen hoe dat zat. Ik greep mijn kans hem er eens persoonlijk naar te vragen.
Even was ik bang dat ik het er met een tang uit moest trekken maar goedgeluimd
vertelt hij honderduit. Zijn verhaal brengt mij bij één van de beste
programma's die ooit op de Nederlandse televisie over de Cubaanse muziek is vertoond.
Al weer heel wat jaartjes geleden leidde Harry Belafonte ons namelijk in "Roots
of rhythm" in woord, beeld en geluid rond door de schatten van de Cubaanse
muziek. Deze indrukwekkende documentaire van maar liefst drie uur was verdeeld
over drie afleveringen. Verplicht onderdeel in elke documentaire over Cubaanse
muziek is een stop bij de halte van de sonmuziek. Het is een genre met een kleurrijke
historie. Ontstaan in de Oostelijke provincies, is deze muziek rond de vorige
eeuwwisseling tijdens de vrijheidsoorlog tegen Spanje met de vandaar oprukkende
bevrijdingslegers in de hoofdstad terechtgekomen. Daar groeiden de kleine combo's
waarin de muziek werd gespeeld uit tot sexteto's. Deze sexteto's groeiden op hun
beurt uit tot septeto's. Later werden deze door toevoeging van nog meer instrumenten
conjunto's. Veel van deze ontwikkelingen vonden plaats in Havana. Aan de voor
deze ontwikkeling van deze muziek zo essentiële schakel, de doorgroei van
sexteto naar septeto, is onlosmakelijk de naam verbonden van het Sexteto, later
Septeto Nacional van Ignacio Piñeiro. De eerlijkheid gebiedt te zeggen
dat het niet Ignacio Piñeiro was, die als eerste met een trompet ging experimenteren.
Dat waren de concurrenten van Sexteto Habanero.
Na eind jaren twintig,
begin jaren dertig grote triomfen te hebben gevierd, werd Septeto Nacional eind
jaren dertig ontbonden. Dit vanwege de toenmalige politieke en economische malaise
op Cuba. Maar waar op Cuba als overal ter wereld een mensenleven eindig is, geldt
dat daar niet voor orkesten. Die blijven gewoon bestaan. In de jaren vijftig werd
het orkest nieuw leven ingeblazen. Na de revolutie werd het zelfs een van overheidswege
in stand gehouden orkest. Tot op de dag van vandaag wordt dit orkest geacht de
Son in zijn meest pure vorm te spelen. Staande voor de halte van de sonmuziek
ontkwam Harry Belafonte er dus niet aan ook dit orkest te tonen en de muziek ervan
te bespreken. Tussen de heren die bij deze gelegenheid in beeld kwamen, bevond
zich ook
. "Opa". Natuurlijk is bij niemand dit gezicht blijven
hangen en heette de goede man gewoon Israel Gonzalez. Toen leek het allemaal zo
onbereikbaar ver weg. Als een stukje wereld waar niet wij gewone stervelingen
maar alleen geprivilegieerde documentairemakers konden komen. Maar bizar genoeg
hoeven wij voor Israel Gonzalez niet meer naar Cuba. Israel Gonzalez is naar hier
gekomen. Zijn gezicht begint in salsakringen een "Bekende Nederlander"
te worden. Weliswaar door ouderdom voorzien van wat extra rimpeltjes en een brilletje.
Maar toch
Daar staat 'ie dan onverschrokken met z'n tres op het podium. De
wieg van Israel Gonzalez stond lang geleden in Guantanamo, in 1920 om precies
te zijn. Hij leerde op zijn zevende de geheimen van de tres. Ergens rond zijn
14e levensjaar is hij professioneel gaan spelen. Overigens was wat hij verdiende
bij lange na niet voldoende om in zijn levensonderhoud te voorzien. Als zovele
anderen schuimde hij in die periode de straten af op zoek naar werk en moest allerlei
baantjes accepteren. Eerst in 1957 vestigde hij zich in Havana. Daar heeft hij
in zijn lange carrière met een groot aantal gerenommeerde orkesten kunnen
spelen zoals het Conjunto Caribe, Orquesta Melodías del 40, Chappottin
y sus Estrellas, Conjunto Surpresa en Ritmo de Cuba. In 1968, bij wat "de
classificatie van beroepsmusici" heette, kreeg hij bij zijn evaluatie een
B-status toegekend. Dat gaf hem recht op een vast salaris. In 1973 is hij gaan
spelen met het Septeto Nacional de Ingacio Piñeiro. Daarmee heeft hij zo'n
beetje over de hele wereld gezworven en fungeerde als visitekaartje van het nieuwe
Cuba van Fidel Castro. Hij speelt dan ook op tal van opnamen van het septeto mee.
Zodra
je iemand in een opname "Guantanamo!" hoort roepen, weet je dat ze hem
bedoelen en aanmoedigen een solo met zijn tres te spelen. Israel heeft het septeto
niet alleen met zijn spel, maar ook met composities verrijkt. Zo is het nummer
"El son hay que llevar al corazón" (uiteraard een son) van zijn
hand. Hoe en waarom blijft een beetje onduidelijk, maar op latere leeftijd vestigt
Israel zich in Nederland. Ondanks zijn hoge leeftijd raakt hij daar al spoedig
verzeild in de salsascène en zien wij hem op het podium staan met onder
andere Orquesta Caimán en Sabor Cubano.
Ook geeft hij sporadisch
les in het spelen van de tres. Geleidelijk aan raakt hij binnen de Nederlandse
salsascène bekend als "Opa". Muzikanten die wel eens met hem
hebben gespeeld, vertellen lachend dat hij door zijn leeftijd het soms allemaal
niet meer zo kan bijhouden. Hij zou daarom wel eens een "duwtje" nodig
hebben. Kortom, voor hen meer een curiosum dan een aanwinst. Maar ook voor Israel
blijkt zijn mening uitspreken over de Nederlandse salsascène een gewetensvraag.
Veel wil hij daarover niet kwijt. Wel geeft hij aan aandacht te missen voor genres
zoals bijvoorbeeld de bolero. Voor hem een gemis vanwege enerzijds het sentiment,
anderzijds omdat er nu op de dansvloer geen enkele gelegenheid is voor een intiem
moment met z´n partner. Israel is tot op de dag van vandaag
bevriend met personen als Ibrahim Ferrer en Eliades Ochoa. Ook is hij een persoonlijke
vriend geweest van Compay Segundo. De fascinatie van Israel voor het vrouwelijk
schoon komt mij in dat verband over als een soort knipoog naar de wijze waarop
deze Compay Segundo zich de laatste jaren graag liet portretteren. Het is alsof
Israel Gonzalez, nu het nog kan, zich zijn imago aan het aanmeten is.
(Helaas is Israel Gonzalez overleden op 1 maart 2006) |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|