|

|
Interviews 2004
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Gerardo Rosales (Nederland)
Wanneer: augustus 2004 | Waar: Amsterdam | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Een
man van projecten"
Met het album
"La Salsa es mi Vida" zette hij voor zichzelf een streep. Vanaf dat
moment kon hij niet meer terug. Zijn volgende album moest de kwaliteit van dit
in New York opgenomen album evenaren. Gerardo Rosales heeft lang lopen dubben
hoe hij dat moest aanpakken.
Pas twee jaar later klaarde hij de klus met
een opvallend eerbetoon aan de Fania All Stars. Reden voor ons om bij deze artiest
op bezoek te gaan. Midden in de huiskamer van een volgepakte etage in Amsterdam
staat pontificaal een kleine speelgoeddrum van Latin Percussion. Langs de wanden
van de kamer en op de meubels zwerven allerlei CD's en de meubels van de kamer
verderop zijn volgepakt met cassettebandjes en LP's. Het
maakt duidelijk dat wij in Gerardo Rosales een man ontmoeten die in de meest letterlijke
zin bezeten is van muziek.
En hij niet alleen. Het blikken speelgoedje midden in
de kamer is bestemd voor zijn twee jaar oude dochtertje Ana Belén. Het
moet haar helpen later in de voetsporen van haar vader te treden. Gerardo en zijn
vrouw Astrid zijn beiden machtig trots op haar ontluikende aanleg. De veelzijdige
percussionist Gerardo Rosales is afkomstig uit Venezuela en is inmiddels meer
dan 10 jaar woon- en werkzaam in Amsterdam. Hij is een centraal figuur geworden
in de Amsterdamse salsa-scène maar ook daarbuiten doet hij zijn invloed
gelden. Zijn doorbraak in Nederland heeft hij te danken aan een oude bekende van
hem, Oscar D'Leon. Aanvankelijk leed hij als artiest een onopvallend bestaan.
Nadat hij echter tijdens een concert van Oscar D'Leon in onze hoofdstad spontaan
in diens orkest mocht meespelen, werd hij van de ene op de andere dag een veelgevraagd
artiest. Een artiest die zich ontpopte als motor achter talloze projecten. Niet
alleen muzikale projecten, maar ook ondernemingen als "Reconstrucción",
een liefdadigheidproject om slachtoffers van een natuurramp in zijn vaderland
te helpen. Naast
deze eigen projecten verleende hij medewerking aan talloze albums van anderen.
Het opmerkelijkste album in dit genre is "Bebo rides again" (Messidor
15834), een project van Paquito d'Rivera uit 1995 rond de legendarische orkestleider
en pianist Bebo Valdés. Wij zijn echter afgekomen op dat opmerkelijke live-album
"Gerardo Rosales y su Trabucombo/Tribute to Fania All Stars".
Het is in meerdere opzichten een opmerkelijk album. Het raakt het authentieke
salsageluid precies. Een onbevangen luisteraar zal niet gauw horen dat het om
een Nederlandse productie gaat van een in Nederland gehouden concert met alleen
artiesten uit de Nederlandse Latin-scène. Het album is een paradepaardje
en bewijst dat ook in Europa dit niveau kan worden bereikt. Gerardo zegt daarover
zijn kans te hebben afgewacht. De muzikanten waren goed, het repertoire was goed
en de arrangementen waren goed. Wat ontbrak was een stuk techniek
om een opname te laten klinken zoals de opnamen uit New Yorkse latin studio´s.
Niet dat het in Nederland aan kwaliteit ontbreekt, maar de daarvoor in aanmerking
komende studio´s zijn vooral georiënteerd op jazz. Zij missen net dat
wat een latin opname die specifieke kleur geeft. Met de komst van de Venezolaanse
geluidstechnieker Juan Carlos Viloria naar Europa zag hij zijn kans schoon en
liet hem de opnamen van het concert bewerken. (Juan Carlos heeft jaren als technicus
gewerkt in belangrijke studio's New York).
Volgens Gerardo zal in Europa
die geluidstechniek altijd een zwak punt blijven. Het heeft te maken met marktwerking.
Het heeft pas zin een dergelijke techniek te ontwikkelen wanneer er voldoende
aanbod is van werk en het mogelijk wordt er je brood in te verdienen. In New York
is dat geen punt. Daar worden deze albums aan de lopende band gemaakt. In een
land als Nederland worden echter te weinig albums in dit genre gemaakt voor een
dergelijke investering. Als je albums op dit niveau wilt produceren, blijf je
afhankelijk van contacten in het buitenland of een op drift geraakte geluidstechnieker
als een Juan Carlos Viloria. Gaande
het gesprek wordt duidelijk waarom de albums die Gerardo de afgelopen jaren heeft
uitgebracht, zo verschillend klinken. Hij schetst zichzelf als een man vol creatieve
ideeën. Om zijn impulsen te kunnen volgen, wil hij zelfstandig blijven en
geen vast orkest achter zich aanslepen. In plaats daarvan onderhoudt hij een netwerk
van collega muzikanten. Afhankelijk van wat hij wil doen, benadert hij mensen
om daaraan hun medewerking te verlenen.
Elk album en in zekere zin elk
concert wordt daarmee tot een apart project. Het maakt hem tot een soort projectleider
en het leiderschap lijkt een andere bijzondere eigenschap. Natuurlijk zijn het
niet de eerste de besten waarmee hij samenwerkt, maar niettemin zal hij steeds
weer de essentie van zijn project moeten overbrengen. Hij coacht de mensen daarbij
op een wijze dat ieder in zijn waarde wordt gelaten en ook nog ruimte is voor
eigen inbreng. Zijn
wederhelft Astrid kan het weten. Zij is zijn vaste zangeres bij vrijwel al deze
projecten betrokken en zij geeft aan dat zijn manier van leiderschap één
van de eigenschappen is die zij in hem bewondert. Gerardo klinkt met dit alles
niet als een artiest die de competitie zoekt om zich te bewijzen of om de beste
te zijn. Het is vooral ruimte dat hij zoekt, ruimte om zijn ideeën gestalte
te geven. Maar naast ruimte draait het ook om erkenning te krijgen voor een creatie
of het werk dat is verzet.
Als gezegd, leeft Gerardo voor de muziek en al
zijn projecten hebben slechts één enkele missie: salsa in al zijn
facetten te doen leven bij de mensen. Wat dat betreft heeft hij aan niet-Spaanssprekend
Europa een behoorlijk werkgebied. Salsamuziek heeft vele dimensies en kent voor
elke menselijke emotie wel een bepaald idioom. Door de enorme taalbarrière
en verschillen in culturele achtergrond reageren niet-Latino´s veelal op
slechts één dimensie: het ritme. Met
gemengde gevoelens ervaart Gerardo dan ook hoe de hedendaagse niet te stillen
honger naar ritme en dansplezier maakt dat de muziek van hoofdzaak tot bijzaak
is geworden. Hij voelt steeds minder interactie tussen publiek en orkest. Soms
lijkt het wel alsof hij met zijn orkest overbodig is en dat net zo goed had kunnen
worden volstaan met het draaien van een plaat. Dit laatste geldt zeker niet voor
het bewuste concert in het Amsterdamse Melkwegtheater op 14 februari 2003. Aan
dat concert heeft hij een goed gevoel overgehouden en voelt zich in zijn missie
geslaagd. Met het project beoogde hij een breed publiek te laten kennismaken met
de kracht en vitaliteit van deze toch enigszins gedateerde muziek.
Het
was in de jaren zeventig dat salsa en de Fania All Stars hun hoogtijdagen beleefden.
Voor vele Latino's geldt deze groep dan ook als de personificatie van de salsa
in zijn meest pure vorm. Elke
Latino van Gerardo's generatie is met hun muziek opgevoed. De betekenis van deze
stars reikt voor hen verder dan die van de nietszeggende tieneridolen die wij
kennen uit de westerse popmuziek. Hun muziek gaf deze generatie een eigen identiteit
in deze maatschappelijk zo bewogen jaren. Het was muziek van Latinos vóór
Latinos. Dit veranderde eind jaren zeventig toen de salsamuziek op drift raakte
doordat dit concept werd losgelaten. In een zoektocht naar commercieel succes
onderging de muziek allerlei veranderingen om een breder publiek te kunnen aanspreken.
Niet lang daarna deed de door de oude garde zo verfoeide romantische salsa zijn
intrede. Ook salsa, onmiskenbaar, maar in hun ogen salsa zonder ziel. Gerardo
is zich als geen ander bewust dat wat die muziek van de Fania All Stars bij Latino's
losmaakt aan ons westerlingen voorbijgaat. Voor hem evenwel geen reden om ons
deze muziek te onthouden. De kwaliteit van deze muziek verloochent zich niet en
ook zonder dat speciale Latino-gevoel blijkt deze muziek voor zichzelf te spreken.
Ook een groot niet-Latino publiek blijkt er met volle teugen van te kunnen genieten.
Dat
dit eerbetoon er aan stond te komen, zat er dik in. Bron van inspiratie voor Gerardo
is nog altijd de conguero van deze Fania All Stars: Ray Barretto.
Zijn album "Hard
hands" (Fania 362, 1972) was voor hem indertijd al een eye-opener en bleek
de trigger voor een eigen carrière als conguero. Tot op de dag van vandaag prijkt dit album nog altijd boven aan zijn persoonlijke
top vijf. Andere albums zijn Mongo Santamaria "Live at Yankee Stadium"
(Vaya 26, 1974), Tito Puente: "Puente in percussion" (Tico 1011, 1955),
Eddie Palmieri: "El molestoso" (Alegre 8240, 1962) en tenslotte een
buitenbeentje in dit rijtje: Irakere "Live at Montreal". Het
is een veelzeggende keuze uit een omvangrijke platencollectie met muziek uiteenlopend
van Cubaanse rumba uit de jaren dertig en New Yorkse mambo uit de jaren vijftig
tot Venezolaanse salsa uit de jaren zeventig en experimentele hedendaagse latin-jazz
uit allerlei plekken in de wereld. Het blijken met name de albums van of met percussionisten
als Mongo Santamaria, Candido en Patato Valdés te zijn die bij hem een
streepje voor hebben.
Na het tonen van
zowat de volledige discografie van Mongo Santamaria confronteert Gerardo mij met
zijn nieuwste project dat op stapel staat: een eerbetoon aan deze vorig jaar overleden
conguero. Hij droomt nu al van het album "Mongomania" dat komend jaar
moet uitkomen. En daar blijft het niet bij want in zijn hoofd zitten nog veel
meer ideeën. Het plaatje zal duidelijk zijn: zolang er Gerardo is, zullen
er projecten zijn. |
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|