|

|
Interviews 2004
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Gabino Pampini (Panama)
Wanneer: 26 december 2004 | Waar: Temptation, Rotterdam | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Artiest
op verkenning"
Ondanks het feit dat Panama zo´n beetje
het kleinste land van het Amerikaanse continent is, heeft het een
groot aantal salsa-artiesten voortgebracht. Zomaar een handvol bekende
namen: zangers Azuquita en Rubén Blades, fluitist Mauricio
Smith en componist Omar Alfanno. Gemeenschappelijk kenmerk van al
deze artiesten is dat wanneer de aspiraties groot genoeg zijn 't
land spoedig te klein is.
Zanger Gabino Pampini is daarop geen uitzondering. Na zijn eerste
voorzichtige salsaschreden heeft hij zijn vleugels uitgeslagen. Als een trekvogel is hij naar andere
oorden gegaan om daar zijn geluk te beproeven. Nu eens hier, dan
weer daar, heeft hij zich na een lange tocht definitief een eigen
persoonlijkheid weten te ontwikkelen.Zijn "La luna y el
toro", een nummer dat hij eind jaren zestig voor het eerst
opnam met Combo Impacto, wordt tot op de dag van vandaag in Panama
gedraaid. In Colombia is hij onsterfelijk geworden met "Cuerpo
de guitarra", een hit uit 1991 geschreven door Luis Gabriel
Giraldo. En in Peru wordt Gabino op handen gedragen voor zijn "A
nuestro modo". Het leverde hem talloze onderscheidingen op
en maakte dat hij met alle groten der salsa-aarde heeft gezongen.
Maar het is Gabino niet in de bol geslagen.
Hij bekent zich verschrikkelijk te ergeren aan de arrogantie van
sommige collegae die, eenmaal de sterstatus bereikt, de afstand
tussen artiest en publiek liefst zo groot mogelijk willen zien.
Gabino evenwel legt er eer in zijn publiek voor hem in te nemen.
Niet alleen tijdens de show, maar ook daarna. Het verwonderde ons
Gabino met de kerstdagen in Europa aan te treffen. Met zijn achtergrond zou
deze dagen de "Feria de Cali" in Colombia toch meer voor
de hand hebben gelegen. Maar volgens Gabino is de betekenis van
Cali als "Capital de la Salsa" betrekkelijk. Op dit moment
is de stad in de greep van vooral de vallenato en de tropicales.De
salsascène is uiteindelijk maar een percentage van de totale
scène. Tijdens de Feria gaat de belangstelling vooral uit
naar de buitenlandse artiesten. De eigen Colombiaanse artiesten
komen er eigenlijk bekaaid van af en moeten het hooguit voor de
eer doen. En ondanks dat Gabino uit Panama afkomstig is, is hij
dermate in Colombiaanse salsascène ingeburgerd geraakt dat
hij niet meer tot de buitenlandse sterren wordt gerekend. Ook hij
mag deze dagen op een houtje bijten. Maar er is meer aan de hand.
Want ondanks dat Gabino's carrière eind jaren negentig juist
in Colombia in een stroomversnelling raakte, blijkt het dagelijks
leven hem daar toch veel complicaties te hebben gegeven. Het deed
hem besluiten om andermaal zijn koffers te pakken en ditmaal in
Spanje neer te strijken. Het is voor Gabino meer dan een nieuw werkterrein
want het is voor hem ook een belevenis om te zien hoe Europeanen
de salsa en het dansen hebben opgepikt. Hij mag dan een goede zanger
zijn, wat mensen hier op de dansvloer uithalen, doet zijn wangen
blozen.
Hij wil zich daar niet aan meten; als het zo ver komt dat
hij de dansvloer op moet, doet hij het subtiel "con paso fino"
en met de nodige "sabor". Gabino werd ruim 55 jaar geleden geboren in La Concepción,
een klein plaatsje nabij Panama City. Zijn vader is afkomstig uit
Nicaragua en zijn moeder uit Panama. Gabino's aanleg komt bepaald
niet uit de lucht vallen. Eén van zijn ooms van vaderszijde
is een bekend gezicht in de entertainment business op de Panamese
televisie. Andere ooms van vaderszijde zijn beroepsmuzikant. Zijn
vader zelf heeft ook de nodige muzikale aanleg en speelt niet onverdienstelijk
mandoline. Maar het komt niet allemaal van vaderszijde; ook zijn
moeders aanleg moet bij hem een stekje hebben geplant. En dat Gabino
al vroeg aanleg toonde, blijkt uit het verhaal rond zijn artiestennaam. Bij de burgerlijke stand
staat hij namelijk ingeschreven als Gabino Lazo Espinoza. Maar in
de omgeving waar hij opgroeide, woonde een oudere man, Marcelino
genaamd, die Gabino´s voornaam associeerde met die van de
Italiaanse schrijver "Gabino Pampini". Diezelfde man moet
ook Gabino´s muzikale aanleg hebben opgemerkt.
Hij voorspelde dat Gabino het nog ver zou brengen en vroeg hem als
het zover was "Gabino Pampini" als artiestennaam te gebruiken.
Het bleek een soort self-fulfilling prophesy te zijn. Gabino heeft
nadien nog een flauwe poging gewaagd om architect te worden. Maar
de opleiding was zwaar en halverwege bezweek hij voor de verleiding
van de salsa. Na aan allerlei talenjachten te hebben deelgenomen,
had Gabino uiteindelijk beet en kreeg die felbegeerde plek in het
centrum van de schijnwerpers. Daarmee realiseerde hij iets dat hij
eigenlijk altijd al geweten. Als kind zong hij op school
al walsen en rancheras, maar met de jaren groeide het besef dat
hij voor de salsa was voorbestemd. Gabino beseft dat er met zo'n
bestemming niet zoiets bestaat als een pensioengerechtigde leeftijd.
Hij wil het net als Celia Cruz en Tito Puente tot hoge leeftijd
volhouden en uiteindelijk in het harnas sterven. In de aanloopperiode
van zijn carrière zou Gabino zingen met orkesten als "Roberto
y su Zafra", "El Mozambique" en "Cofradía"
en op achttienjarige leeftijd maakte hij zijn eerste opname met
Combo Impacto.
Toen zijn stem zich eenmaal had ontwikkeld, ging hij zijn geluk
in het buitenland beproeven. Eerst in Costa Rica waar hij onder
meer zou zingen met "Caribú" en later in de Verenigde
Staten. Daar probeerde hij het eerst in New York, waar hij een zestal
maanden verbleef. Uiteindelijk vestigde hij zich in Miami, waar
hij ruim veertien jaar zou blijven.Rond 1980 gaat hij daar
samenwerken met Hernán Gutiérrez en Ricardo Lance.
Hernán Gutiérrez was een Colombiaanse pianist, fluitist,
arrangeur en componist, die in de jaren zeventig speelde en arrangeerde
voor Fruko y sus Tesos. Bassist, arrangeur en componist Ricardo
Lance is ook uit Colombia afkomstig en na het overlijden van Hernán
Gutiérrez zette Pampini samen met Ricardo het werk van Hernán
voort met een formatie onder de naam "Fuerza Noble".
Door deze samenwerking met vooral Colombianen gaat Gabino zich eind
jaren tachtig, begin jaren negentig op de Colombiaanse markt richten.
In korte tijd weet hij het publiek voor zich in te nemen met "Mi
vecina", door hem als gastartiest gezongen op het eerste album
van Grupo Galé, en "Cuerpo de guitarra", een monsterhit
afkomstig van een eigen album. Zijn successen in Colombia maakten
dat hij zijn boeltje in Miami oppakte en met zijn gezin naar Cali
verhuisde. Daar werd Gabino midden jaren negentig benaderd door
Discos Fuentes voor het opnemen van albums met eerbetonen aan o.a.
Billo's Caracas Boys en Los Blanco. Eigenlijk was Gabino daar niet
erg gelukkig mee want het paste niet in zijn profiel. Het repertoire
van dergelijke albums is "tropicales" en hij zag zichzelf
als "salsero".
Met smaak vertelt hij over het verloop van de onderhandelingen.
Aanvankelijk sloeg hij het aanbod af en ging terug naar zijn hotel.
Daar werd hij opnieuw benaderd en gepaaid met de belofte dat als
hij daar zijn medewerking aan zou verlenen, hij ook een geheel eigen
album zou mogen opnemen. Nadat de deal was beklonken volgden de
albums elkaar in snel tempo op. En naast een groot aantal onder
eigen naam uitgebrachte albums, verleent hij ook nog eens medewerking
aan een groot aantal albums van andere succesvolle salsagroepen
uit de Fuentesstal, waaronder The Latin Brothers, Fruko y sus Tesos,
Sonora Carruseles, Orquesta la Sabrosura en de Fuentes All Stars. Fuentes hield woord. In
het hele Fuentes-oeuvre van Gabino neemt "El Sonero: mis problemas"
een bijzondere plaats in. Op zijn eigen albums neemt hij gewoonlijk
slechts een enkel nummer voor zijn rekening. "Altijd goed voor
royalties", merkt hij laconiek op.
Maar op dit album uit 2000 is hij verantwoordelijk voor maar liefst
8 van de 14 tracks. Gabino ziet zichzelf als een natuurtalent. Nimmer
heeft hij enige muzikale opleiding genoten. Voorzichtig bekent hij
ooit ook percussie te hebben gespeeld, maar veel had dat niet om
het lijf. Hij moet het hebben van zijn zangtalent. Zijn vermogen
om te improviseren is iets dat van binnenuit komt. Het is hem wel
eens gevraagd om iemand het "sonear", het zingend improviseren
te leren. Hij moest die persoon echter teleurstellen. In Gabino's beleving is
het iets dat je in je hebt of niet. Hij kan het in ieder geval niet
aan een ander overbrengen. De inspiratie komt bij vlagen. Van het
ene op het andere moment schieten hem bepaalde strofen binnen. Maar
even snel als zij komen, worden zij ook vergeten. Als het even kan
heeft hij daarom een dictafoon bij de hand om die in te zingen.
Het autorijden is typisch zo'n moment, niet zelden tot verwondering
van zijn mede weggebruikers.
De combinatie van autorijden en mobieltjes mag dan verboden zijn,
er is geen enkele wet die iets regelt over het al dan niet handsfree
inzingen van dictafoons. Muzikanten die hem hebben beïnvloed
zijn Beny Moré en Ismael Rivera. Hij was daarin bepaald niet
uniek; het waren indertijd bijna nationale helden. Gabino herinnert
zich nog levendig de dag dat Beny Moré overleed. Er werd gerouwd alsof er
een belangrijk persoon uit Panama zelf was overleden. Met Ismael
Rivera was het eigenlijk niet anders. Daarvan herinnert Gabino zich
vooral dat destijds heel veel mensen vanuit Panama naar Puerto Rico
zijn gereisd om de begrafenis bij te wonen. Deze namen uit een grijs
salsaverleden zijn wat hem betreft gelijk ook de sleutel naar de
toekomst.
Als alle muziek is ook salsa onderhevig aan modeverschijnselen.
Maar modes zijn niet meer dan wat in het woord besloten ligt en
waaien over. Maar de basis blijft en steeds weer zal naar die basis
worden teruggekeerd. Een basis waarvan het ijkpunt wat hem betreft
wordt gevormd door de muziek van het Fania-label uit de jaren zeventig. Afgelopen kerstdagen stond
hij voor de tweede keer op een Nederlands podium. Het was voor hem
een soort verkenningstocht. In zijn eentje zong hij "pistas",
een soort karaoke, maar dan door de echte artiest. Wat magertjes,
maar van de zomer hoopt hij terug te komen met een voltallig orkest. |
| |
|
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|