|

|
Interviews 2004
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Eric y su Chocolate (Nederland/Lux)
Wanneer: 24 september 2004 | Waar: Cult & Tumult, Veldhoven | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Strictly
Cuban"
Lang kon hij zijn ei niet kwijt. Wat hij ook probeerde,
van klassiek tot rock en een uitstapje naar jazz, de muziek die
hij speelde paste hem gewoon niet. Echter, na workshop Cubaanse
percussie raakte hij spontaan aan de leg. Dit was het! Hij schreef
zich in aan het Rotterdams conservatorium, verdiepte zich, en treedt
inmiddels naar buiten met een heus charanga-orkest. Een orkest dat
schitterde voor een publiek van vele duizenden mensen tijdens het
Rotterdams zomercarnaval. De motor achter dit orkest dat zijn voornaam
draagt is Eric Durrer, een man met een tenger figuur.
Zelf treedt hij niet zo op de voorgrond,
dat doen zijn zangers wel. Percussie spelend op de tweede rij zorgt
hij voor de artistieke inbreng en dat het orkest klinkt zoals het
moet klinken. Zich door zijn opleiding terdege bewust van de diverse
traditionele vormen van Cubaanse muziek, is hij aan de slag gegaan
deze tradities een hedendaagse invulling te geven. Zijn vertrekpunt is het
charanga-orkest. Met zijn fluit/viool-combinatie is dat één
van de meest traditionele orkestvormen. In het repertoire van dit
soort orkesten vind je al gauw de danzón, mambo en cha-cha-chá.
De tijd heeft niet stil gestaan, elektronische instrumenten deden
hun intrede en de strakke conventies tussen wat nog wel en niet
meer mag met zo'n orkest zijn inmiddels aardig opgerekt.
Eric speelt hier handig op in. Door toevoeging van keyboards en
percussie komt ook het moderne timba binnen zijn bereik.
Een duidelijke
keuze dus voor een onmiskenbaar Cubaans geluid maar zich toch niet
vastpinnend op de tradities. Toch zijn hier voor Eric grenzen.Want
tot welk niveau wil je vernieuwen? Muziek kent inmiddels weinig
grenzen meer, zowel in technisch opzicht, maar ook geografisch of
qua stijl. In de platenbak vind je
vandaag de dag van alles: Latin gecombineerd met jazz, Hip Hop,
R&B, Keltisch, Afrikaans, Arabisch, met wat niet al. Hier openbaart
zich andermaal het perfectionisme van Eric. Hij vindt het terrein
van de fusions gevaarlijk. Wat hem betreft kost het met alle veranderingen
moeite genoeg de essentie van een bepaalde stijl vast te houden.
Wanneer je wilt gaan combineren met andere stijlen zul je dat wat
je wilt mengen tot in de puntjes toe moeten beheersen.
Doe je dat niet, dan is de kans groot dat de verschillende ingrediënten
niet meer tot hun recht zullen komen met een eindresultaat dat vlees
noch vis zal zijn. De goeden niet te na gesproken, maar hij vindt
dat nogal wat muzikanten deze stap te gemakkelijk zetten. De naam
van het orkest intrigeert. Waar velen op meer of minder creatieve
wijze de naam van een ander orkest of het muzikale genre laten doorklinken,
is hier gekozen voor een metafoor. Het "Chocolate"
verwijst naar een periode waarin Eric in het orkest de enige blanke
was en alle anderen de kleur van chocolade hadden. Weliswaar gaat
dit door enkele wisselingen nu niet meer helemaal op maar desondanks
blijft de naam fier overeind. Erics grote voorbeelden zijn orkesten
als Manolito y su Trabuco en Orquesta Maravillas de Florida. Niet
toevallig orkesten als het zijne: charanga-orkesten volgens hedendaags
concept. Erics ideaal lijkt hem een orkest als dat Manolito: een
fluit-viool combinatie samen met een volwaardige blazerssectie.
Om dat voor elkaar te krijgen zou hij van een 10-mans formatie naar
zeker een 15-mans formatie moeten doorgroeien. Afgezien van het
bij elkaar krijgen van de juiste mensen, voorziet hij nog tal van
andere complicaties. Als idee-fixe dus leuk, maar wat hem betreft
voorlopig nog te hoog gegrepen.Erics wieg stond in Luxemburg.
Natuurlijk is er ook salsa in Luxemburg, maar niet zoals in Nederland
waar het tegenwoordig bij wijze van spreken voor het oprapen ligt.
Daardoor maakte hij relatief laat kennis met Latin percussie. Door
zijn studie in Rotterdam en verdiepingen daarop in Cuba en New York
weet hij als geen ander wat er te koop is. Voor zichzelf wilde hij
niet het platgetreden pad van covers begaan. Natuurlijk beschikt
hij over een zekere "werkvoorraad" aan covers; hij moet
immers kunnen inspringen op verzoeken en zich als een kameleon kunnen
aanpassen aan de wensen van het publiek.
Hoe geslaagd deze covers op zichzelf ook mogen wezen, zij zullen
per definitie niet meer kunnen zijn dan een flauw aftreksel van
het origineel. Eric wil geen kopie maar zelf zo´n origineel
zijn en zich profileren met een eigen stijl. Maar met het maken
van deze keuze ziet hij zich meteen geplaatst voor het bekende dilemma
van het volgen van eigen artistieke impulsen versus commerciële
haalbaarheid. Bewust kiest hij voor
een andere benadering om niet op te gaan in de rest. Zo is er het
buiten Cuba niet gebruikelijke charanga-concept, het werken met
eigen composities en het opnemen van bijvoorbeeld een danzón
in het repertoire. Dezelfde lijn trekt hij door naar de CD's die
hij wil uitbrengen. Qua financieel risico zou het aantrekkelijk
zijn er een platenmaatschappij voor te interesseren. Maar wie betaalt,
bepaalt. Dus neen, Eric kiest voor volledige vrijheid en zeggenschap.
Hij is er inmiddels druk mee in de weer en over niet al te lange
tijd zal zijn maxi-single een vervolg krijgen in de vorm van een
volwaardig album met maar liefst 13 eigen nummers. Ondanks zijn
stoere keuze Cubaans te gaan en niet te kiezen voor bijvoorbeeld
New Yorks of Colombiaans, ligt de verleiding om af te dwalen levensgroot
op de loer. Verleiding doordat hij vanwege de multiculturele samenstelling
van de band kennis maakt met de muziek die zijn muzikanten van huis
uit meebrengen. Zo is er de charmante Antilliaanse zangeres Rya
Grijt. Ooit bezocht zij een optreden
van Eric in het Haagse Café De Pater. Daar werden zij door
een wederzijdse vriend aan elkaar voorgesteld en raakte Rya onder
de indruk van waar Eric allemaal mee bezig was. Deze toevallige
ontmoeting kreeg korte tijd later opmerkelijk vervolg. Rya werd
een hoofdrol aangeboden als één van de twee vaste
zangers voor het orkest. Hoewel zij al over de nodige ervaring beschikte
moest Eric haar toch de fijne kneepjes van de Cubaanse muziek bijbrengen.
Voor Rya een hele openbaring. Tot dan toe had zij gezongen in koren
en verschillende salsabands en bracht uitsluitend nauwkeurig ingestudeerde
songs. Voor de Cubaanse muziek van Eric moest zij een overstap maken
naar vrije interpretatie en improvisatie. Maar wat naar de ene kant
werkt, werkt ook naar de andere kant. Het is tekenend voor Eric
dat hij niet alleen zijn liefde voor Cubaanse muziek naar haar overbrengt,
maar zich ook openstelt voor haar achtergrond en daarmee voor wat
de Antilliaanse cultuur aan muziek te bieden heeft. Eigenlijk
had ik met mijn vrouw afgesproken dit artikel "muziek kent
geen grenzen" te zullen noemen. Dit naar aanleiding van het
feit dat Eric in Luxemburg is geboren, in Nederland Cubaanse muziek
is gaan musiceren. Ook had het kunnen verwijzen naar zijn internationaal
samengestelde orkest. Maar er is bewust van afgezien omdat het in
die context voor meer in Nederland wonende en werkende artiesten
zal opgaan.
Maar er is bij Eric y su Chocolate één
specifieke context die zeker niet alledaags is. Dat is wanneer het
wordt gebruikt als metafoor voor de grenzen die worden overschreden
met pianist Thomas Böttcher. Thomas is afkomstig uit Duitsland
en is blind. Maar ook dit bleek geen grens.
Hij spreekt accentloos Nederlands en vloeiend Spaans, speelt als
geen ander en draait volwaardig mee. In mijn ogen zijn dat echte
grenzen die worden overschreden en dit dwingt respect af.
|
| |
|
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|