|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
El Nene (Cuba) - Musica Cubana, Sons of Buena Vista
Wanneer: 23 juni 2005 | Waar: Tivoli, Utrecht | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Het
pad van Elegguá"
Wie de recente producties uit Cuba bijhoudt, ziet
zijn naam steeds vaker opduiken: El Nene (1960). Vrij vertaald betekent
deze weinig flatteuze bijnaam voor Pedro Lugo Martínez "het
papkindje". Hij kreeg hem van zijn broers die hem zo spottend
noemden omdat hij langer dan de anderen door zijn moeder werd gezoogd.
Ja, hij blijkt nog steeds een bijzonder innige band met zijn moeder
te hebben. Maar neen, hij blijkt alles behalve een papkindje te
zijn. Van boxer tot rumbero, zonder enig compromis laat hij zich
in de ring en op het podium gelden als geen ander.
Hoewel zijn ster steeds verder stijgt,
zijn hem sterallures vreemd. Achter de coulissen toont hij zich
iemand met een innemende, bescheiden persoonlijkheid die de dingen
neemt zoals ze komen. Wellicht heeft het te maken met de hand van
Elegguá. Als overtuigd Santero is El Nene er namelijk van
overtuigd dat hij in zowel zijn gezondheid als zijn levenspad wordt
gestuurd door deze Orisha. De ketting om zijn pols met zwart met
rode kralen had eigenlijk al verraden dat hij iets met specifiek
deze Orisha heeft. Daarbij is el Nene zich heel bewust van zijn
Afrikaanse afkomst. Geboren in een eenvoudige familie in een volksbuurt
in Havana, leefde hij niet alleen in het hart van de ware rumba
maar is hij ook uit en te na bekend met alle Afro-Cubaanse gebruiken
en religies. In de film "Musica
Cubana - Sons of Buena Vista -" maakten wij kennis met zijn
moeder. Haar bijdrage aan El Nene's muzikale opvoeding blijkt die
van haast elke Cubaanse moeder te zijn: het zingen van allerlei
boleros. Zij was dol op de muziek van Vicentico Valdés en
zong zijn hele repertoire. Wanneer de hele familie samenkwam en
nog niet de rumba klonk, dan was zij het die op deze feesten iedereen
met haar liedjes zou vermaken. El Nene en zijn broers haalden bij
zulke gelegenheden de tumbadoras en cajones tevoorschijn en speelden
er met de familie op los. In huis was dan ook altijd wel ergens
muziek te horen. El Nene's moeder was voor haar kinderen streng
en veeleisend. Haar bijdrage schuilt hoofdzakelijk daarin, dat zij
El Nene's karakter heeft gevormd en de normen en waarden heeft bijgebracht
die hij op zijn levenspad hanteert. El Nene beschrijft zichzelf
als een dondersteen en dat zijn moeder in dat opzicht heel wat met
hem te stellen heeft gehad. Aanvankelijk ambieerde
El Nene een carrière in de sport. Hij was boxer maar kreeg
blessures die het hem onmogelijk maakte hier nog langer mee door
te gaan. Op zijn beide schouders zijn nog steeds de grote littekens
te zien. Het was de broer van zijn moeder, de vroeg overleden Roberto
Nuñez Povea, die zijn muzikale talent ontdekte en hem stimuleerde
om dit te ontwikkelen.
Deze oom was indertijd een gevierd componist en vele grote artiesten
hadden zijn liedjes in hun repertoire. Hij kende iedereen in de
business en vele artiesten van naam waren huisvrienden. Met die
contacten opende hij allerlei deuren voor zijn protégé.
Hij introduceerde hem bij allerlei orkestleiders. En lang voordat
hij zich professioneel muzikant mocht noemen, had deze oom bijvoorbeeld
al geregeld dat El Nene bij opnamesessies van Orquesta Monumental
in het coro mocht meezingen. Terwijl het nog jaren zou
duren voordat hij zijn eerste professionele optreden zou hebben,
had El Nene dankzij z'n oom al aan een hele reeks opnamen meegewerkt.
Maar de studie om beroepsmuzikant te worden was toch echt iets wat
hij zelf moest doen. Dat blijkt in zijn geval een moeizaam gebeuren.
Uiteindelijk kwam hij terecht op de Escuela Ignacio Servantes en
wist daar het basisniveau te halen. Maar voor het volgende niveau
moest hij één jaar voor het eindexamen afhaken; het
vele reizen brak hem op. Uiteindelijk is hij op zijn twintigste
professioneel aan de slag gegaan.
Zijn professionele debuut maakte hij bij Sorpresa Habanera.
Zijn
oom had echter aan wat touwtjes getrokken, waardoor hij de overstap
naar Conjunto Cubavana kon maken. Welgeteld zou hij een jaar met
dat orkest spelen om daarna met Chappottín y sus Estrellas
te kunnen gaan zingen.Dit orkest fungeerde in
de vijf jaar dat hij er aan verbonden is geweest als een belangrijke
leerschool. Van Chappottín y sus Estrellas maakte hij de
overstap naar het Conjunto Clave y Guaguancó. Hij had bij
benadering een jaar of vijf met dat orkest gezongen toen hij de
overstap maakte naar het kwintet van Tata Güines. Met diens
kwintet heeft hij aan tal van opnamen meegewerkt. Op een gegeven
moment werd hij echter benaderd door Ernesto Reyes voor een nieuw
idee van hem: met een traditioneel septeto op een meer hedendaagse
manier de Cubaanse muziek benaderen. Ernesto kreeg er de juiste
mensen voor bij elkaar en het idee werd werkelijkheid. Diens "Jóvenes
Clásicos del Son" zijn revolutionair geworden in hun
benadering van Cuba's aloude muzikale tradities.
El Nene is tot op de dag van vandaag aan dat orkest verbonden. Hoewel
zijn vaste stek dus de microfoon is bij Los Jóvenes Clásicos
del Son, zien wij zijn naam bij de meest uiteenlopende projecten
opduiken. Zo is hij te horen op het eerbetoon van Manolito Simonet
aan Lili Martinez Griñan en op het eerbetoon van Las Estrellas
de Areito aan Faustino Oramas. Verder is hij te horen op albums
van Jane Burnett. Laatst nog was hij als
percussionist te horen met Bana Congo, het opvallende project met
de Congolese gitarist Papa Noel en de Cubaanse tresero Papi Oviedo.
Maar veruit de meesten van ons hebben hem in de film "Musica
Cubana - Sons of Buena Vista" de boleros voor zijn rekening
zien nemen. En Nene profileert zich met dit alles veelzijdig. Zelf
merkt hij daarover op dat hij voor alles openstaat. Van elk project
blijft wel iets hangen en dat ziet hij als verrijking. Alles wat
op zijn pad komt en hem bevalt, grijpt hij dan ook met beide handen
aan. Toch verraadt de lyrische wijze waarop hij over boleros spreekt
het genre waarmee hij de grootste affiniteit heeft. Is het wellicht
de echo van de liedjes die zijn moeder ooit voor hem zong? Volgens
El Nene kan je in een bolero meer dan in enig ander genre je gevoel
laten spreken. Alleen met dit genre kan je de ziel van een ander
beroeren zonder het ook daadwerkelijk aan te raken. Ondanks zijn uitstapjes
en voorkeur voor boleros voelt hij geen enkele aandrang om een eigen
orkest te beginnen. Zijn passie is zingen. Het hebben van een eigen
orkest brengt allerlei beslommeringen met zich mee waar hij zich
liever aan onttrekt. Op Cuba is een bekend gezegde dat goede zangers
niet worden gemaakt maar worden geboren. Je hebt jouw gave dus gekregen.
Daarna is het kennelijk 't pad dat Elegguá voor je uitstippelt
of het ook werkelijk iets wordt.
Wat dat betreft ben je volgens El Nene pas écht groot wanneer
jouw naam niet meer wordt vergeten. Hij is dan ook groots met zijn
rol in de film "Musica Cubana - Sons of Buena Vista -".
Zelf heeft hij geen enkele aspiratie om filmster te worden. Maar
het simpele feit dat zijn gezicht in deze muziekfilm metersgroot
op het filmdoek wordt geprojecteerd, maakt hem vanaf heden in zekere
zin onsterfelijk. Dit nu is precies wat hij uiteindelijk wil bereiken.
Het brengt ons bij de namen die in El Nene's geheugen staan gegrift.
Onvermijdelijk wordt als eerste Beny Moré genoemd. Maar hij
bewondert ook Miguelito Cuni. Met name deze laatste is voor El Nene
een bron van inspiratie geweest.
De andere namen die hij noemt, zullen vermoedelijk samenhangen
met zijn fascinatie voor boleros: Omara Portuondo, Elena Burke,
Beatriz Márquez en Moraima Secada. Tenslotte noemt hij
Tito Gómez (zanger Riverside Orchestra) en zanger/percussionist
Rolando LaSerie. Onder het hoofdstukje niet-Cubanen noemt hij
de namen van Oscar d'Leon, Andy Montañez en Rubén
Blades (in zijn vroegere periode wel te verstaan).
In El Nene ontmoetten wij een rumbero pur sang. Als percussionist
of vocalist, het is hem om het even. Ondanks zijn vierenveertig
jaar, beschouwt hij zichzelf nog als "jonge" generatie.
De samenwerking met een artiest als Pio Leiva gaf gestalte aan
tot dan toe onbestemde indrukken over zijn eigen toekomst. Zo
wil hij ook worden. Dat tegen hem door jong en oud wordt opgekeken
en dat over hem en zijn muziek wordt gepraat. Wat dat betreft
is dit artikel een eerste aanzet.
|
| |
|
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|