|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Azucar Negra (Cuba)
Wanneer: 14 augustus 2005 | Waar: Bosvreugd, Tilburg | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"
De salsa voorbij "
In de tropische keuken wordt een schepje suiker
nogal eens gebruikt als finishing touch bij een sterk gekruid recept.
Met salsa is het niet anders. Op het moment dat Celia Cruz door
deze muziek aan de kook werd gebracht, was het haar strijdkreet
"¡Azúcar!" die dit kookpunt deed overslaan
naar het publiek. Ook wordt het woord "Azúcar"
nogal eens gebruikt als metafoor voor orkesten met een grote dosis
vrouwelijk raffinement. Denk maar aan de Cubaanse "Banda Azúcar",
het Colombiaanse "Son de Azúcar" of het Spaanse
duo "Azúcar Moreno". Wat in de naam ook besloten
moge liggen, het Cubaanse "Azúcar Negra" heeft
een beetje van beide.
De frontline van dit orkest wordt
bepaald door twee patent uitziende zangeressen. Maar de muziek is
allesbehalve zoetsappig. Binnen de kortste keren weten deze dames
het publiek mee te trekken op een manier die meer past bij het "¡Azúcar!"
van Celia Cruz. Marc Demeyere omschreef Azúcar Negra dan
ook als "spirituele suiker en funky muziek met daarbovenop
dampende, jazzy breaks en sprankelende arrangementen." Bij
de cd-recensies van Kris Förster elders op deze site valt te
lezen dat "Azucar Negra garant staat voor fascinerende harmonieën,
complexe eigentijdse Afro-Cubaanse ritmen, veel sophisticated blazersgeweld
en het beste wat Cuba op het gebied van zang te bieden heeft (
)
Naast (
) timba-salsa nummers kijkt bandleider en componist
Leonel Limonta (
) duidelijk verder dan de grenzen van de salsa".
Liefhebbers van het genre drukken zich over deze band dus uit in
superlatieven. Het maakt ons des te nieuwsgieriger naar wat de geestelijk
vader achter deze band te vertellen heeft. Die geestelijk vader is
Leonel Limonta (1954). Hij is afkomstig uit Santiago de Cuba. Daar
groeide hij op tussen congas en comparsas. Levendig herinnert hij
zich de carnavalsperiode wanneer de grote orkesten kwamen spelen:
Orquesta Riverside, Orquesta Aragón, Orquesta Original de
Manzanillo, Orquesta Ritmo Oriental en ook het orkest van Pacho
Alonso. Volgens Leonel is muziek niet iets dat je aanleert;
je bent voorbestemd. Het was zijn oom Fernando Masso "Bebi"
die als eerste zijn muzikale aanleg detecteerde. Hoewel de hele
familie muzikaal is, is deze oom de enige beroepsmuzikant. Fernando
Masso was enige tijd tresero van de Vieja Trova Santiaguera, ook
al komen wij hem weliswaar niet op albums met deze formatie tegen.
Maar terug naar het verhaal, in de tijd dat deze oom met zijn
muzikale neus het talent rook van zijn neefje Leonel, was deze
amper zeven jaar oud. Oom Fernando adviseerde om zijn neefje naar
het conservatorium te sturen. Door familieomstandigheden, Leonel
woonde in die tijd bij een tante, was zo'n studie echter op dat
moment niet mogelijk. Het heeft hem niet ontmoedigd. Integendeel.
Vanaf dat moment had Leonel slechts één aspiratie
en dat was beroepsmuzikant worden. Op zijn veertiende verruilde
Leonel de son van zijn geboortestad Santiago de Cuba voor de bruisende
hoofdstad Havana met zijn salsa, songo, feelin en wat niet al. Hij kwam er om aan de universiteit
te studeren. Al snel viel hij voor het moderne geluid van Los Van
Van. Uiteindelijk heeft hij zijn studie maar een paar jaar volgehouden,
net genoeg om enig onderricht te krijgen in onder meer muziektheorie
en -historie. Het componeren en muziek maken is iets dat hij op
eigen kracht onder de knie heeft gekregen. Bij dat componeren past
wel een relativering. Wanneer Leonel namelijk een bepaald liedje
heeft geschreven, zingt hij het met een geïmproviseerde melodie
in op een bandje. Dat brengt hij vervolgens naar iemand die het
voor hem kan arrangeren
Het heeft zijn tijd nodig gehad, maar op een gegeven moment wist
hij naam te maken als componist. In 1993 kwam Banda Meteoro in de
locale hitlijsten terecht met het door hem geschreven "Yo vengo
pedaleando". Het trok de aandacht van David Calzado. Deze verzocht
Leonel iets voor zijn Charanga Habanera te schrijven en voor het
eerst ging Leonel professioneel aan de slag. Het resultaat "Extraños
ateos" is te horen op het eveneens uit 1993 daterende album
"Me sube la fiebre". Het nummer sloeg aan en het volgende
album van Charanga Habanera, "Hey you loco" uit 1994,
bevatte Leonels "Quítate el disfraz". Toen raakte
de boel in een stroomversnelling. Voor het album van het jaar daarop,
"Pa' que se entere La Habana", componeerde Leonel maar
liefst vier liedjes, waaronder de titeltrack.
Vanaf dat moment doken overal composities van hem op: bij Issac
Delgado, Ritmo Oriental, Enrique Alvarez y su Charanga Latina en
zelfs bij het eerbiedwaardige Orquesta Aragón. Wie gaat snuffelen,
zal heus nog wel andere orkesten vinden met nummers van Leonel op
het repertoire. In 1995 wordt Leonel manager van Bamboleo, de succesformatie
van Lázaro Valdés. Hij is verantwoordelijk voor het
merendeel van de composities van "Yo no me parezco a nadie",
het tweede album van deze formatie uit 1998. De nummers waren op
het lijf geschreven van zangeressen Haila Mompié en Vannia
Borges. Na ruim twee en een half
jaar uiterst succesvol bezig te zijn geweest, komt het toch tot
een breuk. Als reden geeft Leonel aan dat hij ontzettend veel energie
in Bamboleo pompte. Toch kon hij niet al zijn ideeën kwijt
en niet alles wat hij inbracht werd even goed begrepen. Het was
daarom tijd om eigen verantwoordelijkheid te nemen. Daarom trad
Leonel februari 1998 naar buiten met zijn eigen kindje: Azúcar
Negra. De kersverse band maakte een vliegende start want Leonel
had zangeres Haila Mompié van Bamboleo weten af te snoepen.
Dit is hem niet in dank afgenomen en tot op de dag van vandaag bestaat
tussen beide bands de nodige rivaliteit. Leonel Limonta bleek het
goed te hebben gezien. Haila was het talent en hij wist dit alles
met zijn composities tot zijn recht te laten komen. Amper een jaar
later werd het orkest dan ook uitgeroepen tot beste nieuwkomer.
Maar het succes bleek te zijn gebouwd op drijfzand. Zowel Haila
Mompié en Leonel Limonta zelf waren met handen en voeten
gebonden aan contracten met Ahí-Namá Music. Contracten die dateerden
uit de periode dat zij nog met Bamboleo speelden. Dit beperkte aanzienlijk
de mogelijkheden om het instantsucces te verzilveren. Leonel kon
uitsluitend demo's opnemen en deze over radiostations verspreiden.
De band kon geen compleet album uitbrengen dat geschikt was om commercieel
in winkels te worden verkocht. Leonel was voor een periode van drie
jaar "plat" gelegd. Een zware tol omdat je volgens hem
om er bij te horen toch ieder jaar minstens één album
zou moeten uitbrengen. Eerst in 2001 kon hij daarom het album "Andar
andando" uitbrengen voor het Cubaanse BIS Music. Een album
met een aantal studio-opnamen van liedjes die al eerder als demo
hadden gecirculeerd. Maar het mengsel waaruit Azúcar Negra
was samengesteld, was uitermate explosief. De verschillende karakters,
de hoge ambities en de zoete smaak van succes, dat alles bij elkaar
eiste binnen de kortste keren zijn tol. Anno 2005 is eigenlijk alleen
nog maar de tweede trompet van de originele bezetting. Verder draait
alleen nog de bassist min of meer vanaf het begin mee. De anderen
zijn hun eigen weg gegaan, ook blikvanger Haila Mompié. Het zijn nu zangeressen
Biunaigiu Marguetti en Ailyn Dallera die samen met zangers Alexeis
Mosies Sánchez Mesa en Radames de nieuwe frontline vormen.
Ailyn is afkomstig van Las Chicas del Sol en Biunaigiu was zangeres
bij Colé Colé. Met de nieuwe samenstelling is de band
volgens Leonel nu eindelijk in rustiger vaarwater gekomen. Dit gaf
ruimte om in 2004 een tweede album uit te brengen met de in dat
verband veelzeggende titel: "Sin mirar atrás" (Zonder
omkijken). Inmiddels wordt hard gewerkt aan een derde album. Ondanks
alle turbulentie behoort het orkest in zijn genre tot de top. Daar
bestaat geen twijfel over. Reikhalzend wordt uitgekeken naar nieuwe
producties.
De eerste demo's die dienen als proefballon voor dat derde album
zijn al onderwerp van bespreking op internet. Deze belangstelling
past in het straatje van Leonel Limonta. Hij wil namelijk muziek
blijven maken totdat hij er letterlijk bij neervalt. Het geeft niet
hoe: liedjes schrijvend of aan het hoofd van een eigen orkest. |
| |
Voor de fijnproever |
|
Met
Leonel Limonta spreken wij dus met een speler uit de eredivisie
van de timbacompetitie. Wie in een gewoon Spaans-Nederlands woordenboek
gaat kijken onder "timba" wordt afgescheept met betekenissen
als: 1: speel-, gokhuis, 2: partij(tje), spelletje en 3 als een
regionale Amerikaanse betekenis: buik. Wat de relatie is van deze
betekenissen met muziek wordt eerst duidelijk in het dikke boek
"Cuba and its music" van Ned Sublette. Daar staat te lezen
dat het woord dateert uit de koloniale periode. Er zouden de soldaten
mee worden aangeduid die hun blikken trommels, in het Spaans "timbales",
als tafel gebruikten om een kaartje te leggen en zo hun geld te
vergokken. Onze
zegsman Leonel weet over het woord "timba" te vertellen
dat het op Cuba al heel lang een betekenis heeft in relatie tot
muziek. Het werd volgens hem op straat en in solares gebruikt wanneer
mensen met percussie-instrumenten spontaan een rumba gingen spelen.
Dat wat zij deden werd namelijk ook wel aangeduid met "timbear".
Op Cuba kent men zo ook het woord "timbón".
Pas in de jaren negentig duikt het op in de betekenis van een populaire
Cubaanse muziekstroming. Een stroming met niet alleen invloeden
van een heel palet aan traditionele Cubaanse ritmes, maar ook van
jazz, rock en funk. De arrangementen kenmerken zich door dynamische,
bijna agressieve partijen voor blazers en ritme. Belangrijke smaakmakers
naast David Calzado met zijn Charanga Habanera blijken José
Luis Cortés met zijn N.G. la Banda, Adalberto Alvarez y su
Son, Paulito y su Elite, La Charanga Forever en Klimax. Met name
José Luis Cortes wordt een belangrijke rol toegedicht. Toch
heeft timba als genre volgens Leonel Limonta een veel langere aanloop
gehad. Het is volgens hem een ontwikkeling die voorbij de salsa
gaat. De eerste sporen ervan kunnen eind jaren zeventig al worden
gehoord in de muziek van Irakere. Het is volgens hem Juan Formell
die op een intelligente manier het woord "timba" voor
specifiek dit genre muziek is gaan gebruiken. Hij heeft het woord
niet uitgevonden en wellicht is hij ook niet degene die het voor
het eerst voor deze muziek is gaan gebruiken. Maar volgens Leonel
is Juan Formell wel degene die het 't krachtigst heeft verdedigd
om het zo in deze betekenis te gebruiken.
Zeker midden jaren negentig was timba dé stroming op Cuba.
Talloze groepen traden in de sporen van de zojuist genoemde orkesten.
Het genre maakte een moeizame oversteek naar Europa en heeft uiteindelijk
ook daar voet aan wal gekregen. Maar wanneer wij eindelijk aan dat
nieuwe geluid gewend zijn geraakt, is de muziek op Cuba zelf alweer
een nieuwe richting ingeslagen. Uiteraard met nieuwe helden. Boze
tongen beweren daarom dat timba als populair genre op Cuba alweer
passé is. Volgens deze tongen wordt het genre in wezen alleen
nog beoefend om buitenlandse markten te bedienen.
|
| |
|
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|