|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Asere (Cuba)
Wanneer: 28 mei 2005 | Waar: Rasa, Utrecht | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"Orkest
in overgang"
Ooit was het iets aparts. De fascinatie van Juan
de Marcos Gonzalez voor de oude meesters en het geluid van de septeto's
uit de jaren twintig bracht hem ertoe zelf zo'n orkest op te richten.
Zijn Sierra Maestra was indertijd een eenling en kreeg slechts sporadisch
navolging. De grote omslag kwam door het opmerkelijke succes van
de Buena Vista Social Club. Hoewel aanvankelijk alle lof naar Ry
Cooder werd toegewuifd, druppelt langzaam door dat het hele idee
voor dit opmerkelijke project eigenlijk afkomstig is van deze Juan
de Marcos Gonzalez. Het geluid van die BVSC vormde een
scherp contrast met de populaire salsa- en timbaklanken uit Havana
van groepen als Bamboleo, David Calzado y la Charanga Habanera en
José Luis Cortes y N.G. la Banda. Hun populariteit is op
Cuba tanende want de populaire muziek is zich inmiddels weer in
nieuwe richtingen aan het ontwikkelen. Sprekend voorbeeld daarvan
is Asere. Het orkest is zeven man sterk. De meeste leden zijn achter
in de twintig en komen deels uit het hippe Havana, deels uit de
Oostelijke provincies waar de traditionele muziek nog steeds erg
populair is. Op zoek naar het ontstaan van Asere komen wij terecht
bij José "Guajiro" Reyes. Hij is met zijn vijfendertig
jaar zo'n beetje het oudste van het gezelschap en stond ruim negen
jaar geleden samen met Adan Pedroso aan de wieg van Asere. Zijn
vader speelde seis, een moeilijk instrument waaraan hij zichzelf
niet graag waagt. Er klinkt dan ook bewondering in zijn stem door
dat zijn vader dit kan. Het eerste snaarinstrument dat hij onder
de knie kreeg, was de bas.
Later is hij zich steeds meer gaan toeleggen op de tres. Hij volgde
een opleiding aan de Esquela de Arte in Yarey. Al spoedig zien wij
hem op het podium staan met het Conjunto Campesino de Guantanamo.
Andere klinkende namen zijn uit Santiago de Cuba: Corazón
de Son, het orkest van Maria Ochoa waar hij stuivertje wisselt met
Rey Cabrera, en het Conjunto Son 14. Uiteindelijk verliet ook hij
zijn geboortestreek om zich in Havana te vestigen. Daar raakt hij verbonden
aan Los Bocucos, een orkest met een magische naam. Ooit was het
de begeleidingsband van Pacho Alonso. Toen deze het orkest verliet,
werd Ibrahim Ferrer de nieuwe trekpleister. José is tot op
de dag van vandaag aan dat orkest verbonden en heeft er sinds enkele
maanden de leiding van overgenomen. Op het podium met Asere is José
duidelijk aanwezig. Springend met zijn tres lijkt het haast alsof
hij zijn energie niet kwijt kan. Maar van het podium, even apart
genomen, heeft hij genoeg rust voor een kort gesprek. Eigenlijk,
zo vertelt José, was "Asere" een doorontwikkeling
van "Samboy", een eerder project van hem en Adan Pedroso.
De groep werd ontdekt door de Engelse producer John Hollis die in
1996 samen met de Colombiaanse zangeres Toto la Momposina in Havana
was. Zij probeerden daar in contact te komen met zangeres Celina
Gonzalez. De bedoeling was haar over te halen naar Londen te gaan
voor het maken van een aantal opnamen samen met Toto la Momposina. Zwervend door Havana ontdekten
zij de groep van José en Adan die door Toto prompt "Asere"
werd gedoopt. Het woord "Asere" is afkomstig uit het Abakua
zoals dat nog door Afro-Peruanen wordt gesproken en betekent zoveel
als "ik groet u". Cuba heeft natuurlijk zijn eigen lijnen
naar West Afrika en kent daardoor allerlei Abakua genootschappen.
Het woord is dan ook niet vreemd op Cuba. In Havana is het dagelijks
spraakgebruik om iemand bij een ontmoeting aan te spreken met "¿Que
vola, asere?" (Hoe gaat het vriend?).
John Hollis werd hun manager en produceerde meteen "Cuban soul",
het eerste album Asere. Enige tijd later volgde "Yo soy el
son". Op het moment dat het orkest weer terug naar Cuba moest,
besloot Adan Pedroso in Engeland te blijven en te gaan werken aan
een solocarrière. Dat was in 2001. Het roer werd daarop overgenomen
door Michel Padrón. Hij was al sinds 1998 als
trompettist aan het orkest verbonden. Eenmaal aan het roer is hij
met eigen composities en arrangementen in hoge mate bepalend geworden
voor de verdere koers van het gezelschap. De samenstelling en enting
op roots bleven weliswaar behouden, niettemin zijn er sindsdien
allerlei vernieuwende elementen in geslopen. Het is juist dit veranderingsproces,
het met een traditioneel concept, in dit geval de septeto bezetting,
nieuwe wegen inslaan, wat aandacht trekt. Ietwat beduusd door het
gewicht dat wij aan zijn rol in dit veranderingsproces toekennen,
geeft Michel aan dat er wat hem betreft geen gericht streven aan
ten grondslag ligt. Eigenlijk leeft hij vanaf zijn geboorte negenentwintig
jaar geleden tussen muziek. Als het even kan heeft hij een walkman
op en luistert naar muziek. Michel is daarin breed georiënteerd.
Van klassiek en jazz tot reggae en funk laat hij aldus op zich inwerken. Als trompettist heeft hij
grote bewondering voor Miles Davis. Er is een tijd geweest dat jazz
op Cuba erg gevoelig lag.Dat is in de loop der tijd veranderd. Het
muziekonderwijs speelt er steeds meer op in en er worden workshops
gegeven. Het kan niet anders als dat al deze stromingen op één
of andere manier gaan doorklinken in de muziek waar hij zelf mee
bezig is. En waar hijzelf mee bezig is, laat zich dan ook niet bepaald
in een hokje plaatsen. Naast zijn werk met Asere speelt hij in het
symfonieorkest van Havana. Ook schrijft hij filmmuziek. Een heel
andere richting moest hij weer inslaan toen hij werd opgetrommeld
voor opnamen van de Kaapverdiaanse diva Cesaria Evora. Op hun album
"Destinos" valt een vrijage tussen son en reggae te beluisteren.
En op zijn volgende album tenslotte komt een uitstapje met de Libaneese
zangeres Randa Ghossoub. Vertrekpunt van alle muziek van Asere is
wat hem betreft de son en moet vooral dansbaar zijn. De teksten
moeten diep zijn, recht uit het hart komen en liefst ook nog eens
sociaal bewogen. Maar vooral dat laatste blijkt op Cuba steeds weer
een lastig onderwerp te zijn. Michel zoekt geen confrontatie met
het gezag. De teksten die hem voor ogen staan, zijn dan ook niet
zozeer kritisch van aard als wel constructief. Muziekstromingen
als bijvoorbeeld R&B vindt hij een veel te negatieve inslag
hebben en zal daar dan ook in zijn muziek weinig mee doen.
Ook aan David Echevarria zijn de veranderingen niet ontgaan. De
in 1974 in Havana geboren David is sinds 2001 als zanger aan Asere
verbonden. Voor David is Asere niet meer de dezelfde band die het
was bij de oprichting midden jaren negentig. Een aantal oude leden
zijn opgestapt en de nieuwe leden die binnenstroomden hebben zo
hun eigen inbreng gehad. Het heeft in de beleving
van David onder meer geleid tot "rijpere" arrangementen
en ruimte voor invloeden van buitenaf zoals vermenging van Son met
Raggae, Fusion en nog andere combinaties. Zoals hij het vertelt,
lijkt de koers van Asere niet meer dan het gevolg van een logische
ontwikkeling. Na een bloeiperiode van de salsa en de timba, begin
jaren negentig, ervaart hij dat de jeugd op Cuba weer nieuwe wegen
is ingeslagen. Naast aandacht voor roots en salsa hebben zij ook
oog en oor voor populaire muziek, jazz en romantische muziek gekregen.
In Asere klinkt dit allemaal door. Het orkest mag dan wel een traditionele
septeto bezetting hebben, inmiddels hebben ook daar de eerste elektrisch
verstrekte instrumenten hun intrede gedaan.
De ritmes zijn traditioneel maar wel verpakt in hedendaagse arrangementen.
Toerend door het buitenland leiden toevallige ontmoetingen tot nieuwe
impulsen. Hoewel ze bij zulke gelegenheden niet altijd elkaars taal
kunnen spreken, spreekt de muziek voor zich. Zo hebben zij tijdens een
tournee in 2002 door Spanje de Panamese percussionist Billy Cobham
ontmoet. Deze gaf daar een workshop en de ontmoeting ontaardde in
een spontane jamsessie. De contacten zijn gebleven en zo ontstond
het idee ooit iets gezamenlijks op te nemen. Het is niet alleen
bij een voornemen gebleven. Op hun derde album "Destino"
uit 2004 prijkt het nummer "Habanera", de concrete uitwerking
van dit idee. Doordat zijn ouders zelf in de showbizz werkzaam waren,
beseft David dat zijn muzikale vorming vooral afkomstig is van de
vele huisvrienden van zijn ouders uit diezelfde showbizz.
Het zijn met name de vertolkers van het gevoelige lied, een stroming
die in die jaren tachtig op Cuba bijzonder sterk was, die bij hem
een fundament moeten hebben gelegd. Mensen zoals actrice/zangeres
Mirtha Medina. Maar ondanks alle muziek in huis zag hij als tiener
meer in sport en legde zich toe op schermen en zwemmen. Geleidelijk aan begon hij
zich ook te verdiepen in Afro-Cubaanse percussie. Het had echter
niet veel om het lijf en het was allemaal vrijblijvend. Lange tijd
had hij zeker niet het idee zijn toekomst in de muziek te zoeken.
Dat idee rijpte in de periode dat hij zijn dienstplicht vervulde.
In het leger had hij bijna geen gelegenheid om te sporten. Daarentegen
had zijn dienstonderdeel wel een eigen orkest. Al spoedig verwierf
hij daar een eigen plaats en is zich van lieverlee steeds meer op
muziek gaan oriënteren. Toen hij afzwaaide lag keuze voor de
hand: het zou muziek worden. Aanvankelijk speelde hij percussie
in "Merlín".
Vandaar stapte hij over naar "Amor y Son", een orkest
onder leiding van zijn oom Angel Heredia. Het was deze Angel Heredia
die zijn zangtalent ontdekte en hem naar de microfoon toehaalde.
Dat talent bleek uiteindelijk goed genoeg voor een plaats in de
frontline van Asere. Asere werd in een recent interview met een
Engels Dagblad aangeduid als een "septeto en transición",
een orkest in overgang. Zijzelf blijken zich nergens van bewust
te zijn. Ze spelen hun muziek en hebben verder geen pretenties.
Ze laten het aan onszelf over om er wat in te horen of te zien. Maar al pratend met de verschillende leden van
het orkest begint Asere wel steeds meer op een toevallige ontmoeting
te lijken van mensen die met allerlei projecten bezig zijn. Toevallig
of niet, duidelijk is wel dat zij in precies deze samenstelling
een bepaalde chemie hebben. |
| |
|
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|