|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Alfredo de La Fé (New York)
Wanneer: 2 september 2005 | Waar: Banks Mansion, Amsterdam | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
 |
| |
 |
Amsterdam 12 sept. 2005:
Alfredo de la Fé & Otto van Helden |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
|
"
Triomfen "
Een gevierde violist die zichzelf een "gefrustreerde
percussionist" noemt en wanneer hij niet speelt, het liefst
bezig is met vissen of in de weer met modelvliegtuigjes. Hoe moet
je zo iemand inschatten? In de persberichten rond zijn optreden
werd hij getypeerd als "excentriek". Zelf zegt hij daarover
dat hij zijn leven zo prettig mogelijk probeert in te richten en
te genieten. Zijn wieg stond in Cuba. Maar ooit is hij als wonderkindje
met zijn viool in New York terechtgekomen. Hij speelde in de jaren
zeventig niet toevallig in precies die bands welke destijds de "salsaboom"
hebben ingeluid. Begin jaren tachtig is hij in Colombia gaan wonen
en later nog enige jaren in Italië.
Na meer dan twintig jaar omzwervingen
is hij in New York teruggekeerd. Terwijl hij in die twintig jaar
alsmaar op zoek is geweest naar nieuwe richtingen voor zijn muziek,
ervaart hij New York als een conservatief bastion waar de tijd is
blijven stilstaan. Daar hoort hij nu nog steeds de echo klinken
van de muziek die hij hoorde toen hij 20 jaar terug de scène
verliet. Hij heeft de salsa en de platenmaatschappijen groot zien
worden. De tijden zijn veranderd en nu ziet hij de salsa samen met
diezelfde maatschappijen langzaam wegkwijnen. Het tij moet keren.
Deze interessante artiest werd samen met Mercadonegro geprogrammeerd
als hekkensluiter van het Seven Bridges Festival op zaterdag 3 september
2005 te Amsterdam. Toen Alfredo de maandag
daarvoor een telefoontje kreeg of hij die zaterdag wou spelen in
Amsterdam hoefde hij niet lang na te denken. Hij bewaart namelijk
goede herinneringen aan deze stad. Een dikke twintig jaar geleden
"overzomerde" hij hier regelmatig. In de periode 1978
- 1982 was hij namelijk de musical director van Tito Puente. Deze
gebruikte Amsterdam als uitvalsbasis voor zijn Europese tournees
en elk jaar opnieuw was Alfredo van de partij. Dit stukje verleden
markeert voor Alfredo een belangrijke periode in zijn leven. Allereerst
natuurlijk de samenwerking met Tito Puente waar hij veel van leerde.
Maar in diezelfde periode werd hij geconfronteerd met de gevolgen
van zijn jarenlange drugsverslaving. Zijn leven nam wendingen waarvan
hij achteraf terugkijkend alleen maar kan zeggen dat hij ervan heeft
geleerd. Slechts een paar jaar geleden is hij met dit verleden in
het reine gekomen. Hij heeft zijn vrijheid herwonnen en weet als
geen ander wat dat betekent. Zowel het kwijtraken als het terugvinden
van dat pad heeft zo zijn weerslag gehad op zijn muziek en zijn
rol in de salsascène. Het begon allemaal toen
hij twaalf jaar oud was en beroepsmuzikant werd. De eerste drie
dagen dat Alfredo met die band speelde, zonderden de andere bandleden
zich bij elke pauze af. Daar zat hij dan moederziel alleen. Het
was voor hem een mysterie wat die andere muzikanten daarachter deden
en waar hij niet bij mocht zijn. Maar na drie dagen werd ook hij
uitgenodigd om mee naar achteren te gaan. Alfredo kreeg zijn eerste
joint. Hij vond het geweldig. Drugs was toen een mode en als je
het niet gebruikte, dan hoorde je er niet bij. Hij wilde er maar
wat graag bij zijn en binnen de kortste keren was hij verslaafd.
Ondertussen maakte hij met zijn viool furore. Alfredo kwam terecht
in het orkest van José Fajardo. Vandaar is hij samen met
een groep deserteurs van de band van Ray Barretto het fameuze "Tipica
'73" gaan vormen. Na nog wat omzwervingen kwam hij terecht
in het orkest van Tito Puente. Alfredo was "hot". Hij
had het voor het kiezen en viel dan ook op talloze albums uit die
periode met zijn viool te beluisteren. Eind jaren zeventig trad
Alfredo met eigen projecten naar buiten. Op zijn eerste album onder
eigen naam: "Para Africa con amor" (Sacodis, 1979), afficheerde
hij zich als Alfredo de la Fe y su Charanga Afro-Cuba. Zijn contract
met Martin Cohens "LP Music Group" leverde nog datzelfde
jaar het album "Alfredo" op. Daarnaast vervulde hij een
hoofdrol in de productie van het album "La Charanga 1980: Orchestra
Rytmo Africa - Cubana Vol. 1" (TKIOS Musique, 1979). Hij staat
op dat album alleen als één van de muzikanten vermeld
omdat hij nog onder contract stond bij LP. Ondertussen was Alfredo
zwaar verslaafd geraakt. Het bracht hem problemen met justitie en
hij werd gedetineerd. In afwachting van het proces werd Alfredo
op borgtocht vrijgelaten. Na zijn vrijlating dook hij meteen de
studio van Roberto Torres in en bracht korte tijd later voor diens
SAR label het album "Triunfo" (links) uit.
Deze titel was niet meer en ook niet minder dan een vreugdekreet
over zijn vrijlating. De muziek, met onder andere het mooie "Somos
los reyes del mundo", is een weerspiegeling van deze turbulente
periode. Maar spoedig daarop besefte Alfredo dat zijn vrijlating
niet meer was dan een Pyrrusoverwinning. Er stond hem toch echt
een proces te wachten met uitzicht op een lange celstraf. Alfredo
wachtte de gebeurtenissen niet af en nam de wijk naar Colombia. Vanaf dat moment stond
hij er alleen voor. Hij tekende een contract met Philips. Over de
eerste albums voor dat label: "Made in Colombia" (1985)
en "Vallenato" (1986) is hij best tevreden. Maar het derde
album "Dancing in the Tropics" (1987) vindt hij een verschrikkelijk
product. Hij zat toen helemaal onder de drugs en het kon hem op
dat moment werkelijk niets meer schelen. Maar kennelijk meer dan
zijn problemen met justitie, was dit voor Alfredo een teken aan
de wand. Hij probeerde zichzelf weer in de hand te krijgen. Het
leek allemaal te lukken. Hij werd uitgekozen om voor Paus Johannes
Paulus II te spelen die in 1986 een bezoek aan Colombia bracht.
Dat moest gevierd worden.
Toen hij dagen later uit zijn roes
ontwaakte, was de Paus al lang en breed vertrokken en onze violist
had het nakijken. Dit voorval en het ondermaatse "Dancing in
the Tropics" deden hem beseffen dat hij niet alleen zijn reputatie,
maar ook zichzelf aan het verliezen was. Alfredo
ging aan zichzelf werken en kickte definitief af. In de tussentijd
was veel beschadigd en niet iedereen wilde meer met hem in zee gaan.
Het was Discos Fuentes die hem in 1989 toch nog een tweede
kans wilde geven. Alfredo greep deze kans met beide handen aan.
Eerst toen besefte hij ten volle wat Tito Puente bedoelde toen hij
zei dat hij alleen zijn naam zou verbinden aan een project, als
dat ergens voor stond. Sindsdien is zijn viool op tal van opnamen
te horen van, onder anderen, The Latin Brothers en Fruko y sus Tesos.
Ook kreeg hij de kans een reeks solo-albums uit te brengen.
Albums waarmee hij zijn reputatie wist te herwinnen. En hoewel hij
al lang niet meer aan dit label is verbonden, maakt hij nog steeds
opnamen met deze artiesten die hem toen geholpen hebben. Twee maanden
geleden werkte hij bijvoorbeeld nog aan een album van Fruko dat
"La llave de oro" gaat heten. Maar aan zijn Colombiaans
avontuur kwam na veertien jaar een eind. Alfredo vestigde zich in
Italië. Daar, aan de voet van de Apennijnen, lag de sleutel
van het opwindende optreden samen met Mercadonegro voor het Seven
Bridges Festival. Want om Italië te kunnen optreden, had Alfredo
een orkest nodig. Zorgvuldig selecterend, stelde hij muzikant voor
muzikant een orkest samen dat aan zijn standaard voldeed. Alfredo schoolde ze en
het resultaat is te horen op het alom geprezen album "Latitudes" (2000). Een album dat hij samen met zijn manager in Europa had gemaakt
en vervolgens in licentie aan RykoLatino heeft verkocht. Zijn begeleidingsorkest
en Mercadonegro blijken één en hetzelfde orkest te
zijn. Ze hebben jaren samen gespeeld en kennen elkaar van haver
tot gort. In 2002 kreeg Afredo de la Fe een kans om naar New York
terug te keren. Hij wou gaan maar voor de mensen van zijn orkest
lag dat natuurlijk anders. Die wilden juist in Europa blijven. Na
Alfredo's vertrek werd het orkest omgedoopt in "Mercadonegro".
Het Seven Bridges Festival was voor de heren een geanimeerd weerzien
en zij speelden dat de vonken er van afvlogen. Hoewel hij het zelf
zeker zo niet brengt, is Alfredo's terugkeer in wezen zijn enige
echte triomf. Hij heeft verantwoordelijkheid genomen voor een stuk
verleden waar hij niet bepaald trots op is. Hij heeft zich daarvoor
alsnog voor een rechter moeten verantwoorden. Vervolgens heeft hij
een boete moeten betalen en een taakstraf moeten uitvoeren. Maar
uiteindelijk, na twintig jaar, kon Alfredo doen waar hij al die
tijd zo naar verlangde: terugkeren naar New York, naar huis. Met
deze overwinning op zijn verleden zou je denken dat hij dat verleden
kon afsluiten. Maar al speelde het achttien jaar daarvoor, Alfredo
telt nog steeds de maanden dat hij "clean" is en een nieuw
leven is begonnen. Het klinkt haast als iets
spiritueels. Daar heeft het echter niets mee te maken. Als zoveel
Cubanen is hij katholiek en santero. Het lijkt meer te maken te
hebben met het feit dat het zo'n lange weg is geweest om met dat
verleden in het reine te komen. Zolang dat niet was gebeurd, heeft
hij er ook niet over willen spreken. Eerst nu vertelt hij over zijn
omzwervingen om het zowel een waarschuwing als een aanmoediging
te laten zijn. Waarschuwend om er niet aan te beginnen, aanmoedigend
om bij verslaving toch jezelf te overwinnen.
Maar na al die jaren eenmaal terug in New York, ervoer Alfredo dat
hij een andere kijk op dingen had gekregen. De zelfgenoegzaamheid
van de scène past niet echt bij de matige prestaties. Alfredo's
kritiek is niet mals. Deze eens zo bloeiende muziek waarmee een
hele generatie New Yorkse latino's zich kon identificeren, blijkt
amper aan de nu opgroeiende generatie te appelleren. Hij mist de
zeggingskracht van "stemmen". Soneros als een Hector Lavoe,
een Ismael Rivera en een Rubén Blades fungeerden als spreekbuis
voor de New Yorkse latinogemeenschap. Hun liedjes verhaalden
over de alledaagse problemen van de kleine man in El Barrio. De
jeugd van nu heeft ook een spreekbuis nodig. Maar Alfredo ziet niemand
die daarvoor in aanmerking komt. Voor hem is het niet alleen een
kwestie van een gebrek aan "stemmen". Alfredo mist ook
vernieuwing. Er ontbreekt een hedendaags concept dat net zo prikkelend
en experimenteel is als de salsa dat was voor de jeugd in de jaren
zeventig. Al met al vindt hij de
huidige salsascène een duffe bedoening. Toen hij terugkwam
en zijn muziek van "Latitudes" wilde spelen, bleek het
publiek alleen zijn muziek van twintig jaar geleden te willen horen.
"Alsof er in al die jaren niets is gebeurd!" In zijn stem
klinkt ongeloof door. "Het is om treurig van te worden. Kennelijk
zijn die mensen niet ontvankelijk voor iets nieuws
Die mensen
blijven maar naar die oude muziek luisteren en de muzikanten blijven
die muziek maar spelen. Als je een orkest ziet spelen, dan straalt
de verveling er vanaf." Voor hem is het geen wonder dat de
jeugd zich niet meer voor salsa interesseert. Dit is iets dat volgens
Alfredo de muzikanten zichzelf kunnen verwijten. Maar die weigeren
iets nieuws te doen. Die willen alleen spelen wat zij twintig jaar
gelden speelden. Naast deze muzikale misère signaleert Alfredo
een soort inflatie. Deze wordt veroorzaakt doordat er meer bands
zijn dan podia waar zij kunnen optreden. Om aan de bak te komen,
spelen artiesten voor onwaarschijnlijk lage prijzen. En dan is er
het gedoe met studio's. Deze branche heeft te leiden onder het fenomeen
dat de hedendaagse popmuziek niet meer in een studio wordt gemaakt
maar achter de computer op een zolderkamertje. De ene na de andere studio
sluit zijn deuren. Die paar studio's die blijven, worden schreeuwend
duur. Tenslotte heeft Alfredo het te kwaad met de platenmaatschappijen.
Die willen niet meer investeren. Hun productiekosten lopen op en
de verdiensten lopen terug. Grote boosdoener is de handel in illegale
kopieën. Door met name deze "piratería" is
de verkoop zo sterk teruggelopen, dat maatschappijen de investering
niet meer aandurven. De kleine en middelgrote maatschappijen ruimen
het veld. De groten zijn voorzichtig geworden.
De salsa lijkt door dit alles in zwaar weer geraakt te zijn. Maar
hoe gehavend het schip ook raakt, het zal volgens Alfredo nimmer
zinken. Salsa zal in New York altijd blijven bestaan. Na al die
jaren worden nog steeds Fania All Star concerten gegeven die duizenden
bezoekers trekken. Maar met lede ogen ziet hij ook hoe overal de
reggaeton aanslaat. Het is muzikaal veel te simpel voor hem; je
hebt slechts twee instrumenten nodig en wat elektronica. Dit huiskamerproduct
legt de hele platenindustrie op zijn gat. Maar niet valt te ontkennen
dat het wellicht door juist deze eigenschappen appelleert aan de
jongere generatie. Vanuit commercieel oogpunt zal een artiest het
van die jongeren moeten hebben. Maar geen haar op het hoofd van
Alfredo die erover denkt voor een beetje commercie een uitstapje
te maken naar reggaeton. Als hij dat zou doen, zou hij zijn ziel
aan de duivel verkopen. (Horen wij hier een verre echo van Strawinski's
"L'histoire du soldat"?) Van alle experimentele geluiden
om hem heen, kan dat van de groep "Yerba Buena" hem nog
het meest bekoren. Maar wellicht is hij hierin bevooroordeeld; ook
met deze groep heeft hij inmiddels opnamesessies achter de rug die
te horen zijn op hun laatste album "Island life". |
| |
Nu
is het moment om in een vrije vertaling Alfredo zelf even aan het
woord laten: |
|
"Ik wil de muziek maken die ik wil spelen
Maar laat ik duidelijk zijn, ik ben geen charanga-violist. Ik
ben een salsa-violist. Ik speel geen patronen die zich steeds
weer herhalen. Ik speel in een soort timbalerostijl, een soort
conguerostijl op mijn viool. Ik speel dat instrument op een percussieve
manier. Eigenlijk ben ik een soort gefrustreerde percussionist.
Ik speel percussie op een viool''... Ik wil daarmee doorgaan zolang
ik kan. Wij artiesten zijn gezegende mensen. Wanneer je de krant
leest of naar de televisie kijkt, dan krijg je alleen maar ellende
voorgeschoteld. Wij hebben van God de gave gekregen om zodra wij
op een podium staan, mensen liefde te kunnen schenken. Zo lang
als ik kan wil ik dus liefde brengen
" Mooier kunnen
wij het niet besluiten.
Voor de fijnproever:
Alfredo schijnt in 1969
in het Guiness Book of Records te zijn vermeld als de eerste artiest
ter wereld met een elektrische viool. We hebben het niet kunnen
natrekken, maar deze terloopse mededeling zal ongetwijfeld waar
zijn. Feit is dat het experimentele geluid van zijn elektrische
viool zijn handelsmerk is geworden. Maar het is niet alleen de elektronica
die de aandacht trekt. Op een gegeven moment kon Alfredo niet meer
uit de voeten met het viertal snaren dat een viool gewoonlijk heeft.
Twintig jaar geleden stapte hij over op één met vijf
snaren. Niet zo lang geleden heeft hij er één voor
zichzelf laten maken met zes snaren.
En alsof dat niet voldoende is, laat hij er nu één
maken met dubbele snaren. Die met zes snaren moet het hem mogelijk
maken het geluid van een viool, een viola en een violoncel met elkaar
te combineren. De viool met de dubbele snaren moet het mogelijk
maken gelijktijdig in hoge en lage registers te spelen. De violen
komen uit de werkplaats van "Violectra", een in dit soort
instrumenten gespecialiseerd bedrijf in Birmingham (UK). Op de vraag
of je deze curieuze instrumenten nog wel "viool" mag noemen,
antwoordt hij onverschillig: "Natuurlijk mag je het van alles
noemen maar voor mij blijft het een viool."
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|
| |
|
|