|

|
Interviews 2005
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Ajiaco (Cuba)
Wanneer: 4 september 2005 | Waar: Qué Rico, Ravenstein | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
 |
| |
| NB: Vanaf 2006 heet de band "La Ley del Son" en is de samenstelling van de band ietwat gewijzigd. |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
|
"Cubaanse rattenvangers"
Na een dag verzengende hitte was het eindelijk
zo ver. Met het invallen van de avond was het tijd voor de hekkensluiter,
tevens klapstuk van het 1e Qué Rico Festival in Ravenstein.
Er was namelijk een gecombineerd optreden aangekondigd van Grupo
Ajiaco en Proyecto Comparsa Oriental. Het husseltje instrumenten
dat zij voor hun act nodig hadden, maakte niet bepaald indruk. Er
werd echter geheimzinnig gegniffeld.
Deze instrumenten met alleen nog een paar Cubanen tussen het publiek
zouden ruim voldoende zijn. Dan grijpt Joaquín Salorzano
naar zijn instrument, tuit zijn lippen en betovert het avondrood.
Het nasale jengelende geluid van zijn
"corneta china" krijgt spoedig bijval van een bont allegaartje
slaginstrumenten en de blazerssectie van Grupo Ajiaco. Als vanzelf
wordt het lome publiek in de woeste draaikolk van een comparsa gezogen.
Opgetogen gezichten, nieuwe pasjes, kreten
Iedereen doet mee.
Het is ondertussen een zwoele avond geworden maar niemand die daar
acht op slaat. De stoet zet zich in beweging. Draaiend en tollend
wordt tijd en ruimte vergeten. De Cubaanse rattenvanger laat Ravenstein
ongemerkt in het nachtelijk duister verdwijnen. Was het een kwartier?
Een half uur? Ik weet het niet. Maar de decors werden werkelijkheid
en even was het hele gezelschap in Santiago de Cuba. In sprookjes draait het
gewoonlijk om een oud recept van een wijze tovenaar. Met de comparsa
van Joaquín is het niet anders. Ook hij maakt gebruik van
een beproefd recept. Een recept dat niet staat opgetekend in een
dik beduimeld boekwerk maar dat als een echo is blijven nagalmen
in de barrios van Santiago de Cuba. Daar wordt de traditie van de
comparsa in ere gehouden. Daar wordt het nog steeds van generatie
op generatie overgedragen. De tijden zijn natuurlijk veranderd en
de comparsa verandert mee. Tegenwoordig zit de comparsa in het lespakket
van muziekscholen. Bijgevolg wordt het hier en daar gecultiveerd.
Toch blijft de comparsa een sociaal gebeuren waarbij op gezette
tijden met allerhande instrumenten door de straten wordt getrokken.
Het begint met enkelen, maar alras zwelt zo´n stoet aan en
trekt met een dansende en zingende menigte van honderden mensen
van barrio tot barrio. Van wijk naar wijk, door de hele stad. Er
is zelfs zoiets dat "invasión" heet. Daarbij gaat
de ene comparsa op "visite" bij de ander. Een hele gebeurtenis
waar duizenden mensen op af kunnen komen. Onze tovenaar, Joaquín
Salorzano (1950), is een Santiaguero in hart en nieren. Hij is van
huis uit percussionist en heeft in die rol in tal van orkesten gespeeld.
Als kind al speelde hij met een campanilla en liep mee in comparsas.
Omstreeks zijn vijftiende jaar werd het serieus en maakte hij als
professioneel muzikant zijn entree in de muziekwereld. Hij ontplooide
zich veelzijdig en speelde in allerlei formaties die populaire,
traditionele en folkloristische muziek op het programma hadden staan.
Zo speelde hij in 1970 met het Conjunto Folclórico de Cuba
en met Los Guanches. Midden jaren tachtig speelde hij met Cuarteto
Patria van Eliades Ochoa en later ook nog met het orkest van diens
zuster, Maria Ochoa: Corazon de Son. Het zijn slechts enkele namen
van een lange lijst van groepen met een repertoire dat voornamelijk
uit son cubano bestaat. Ondertussen bleef hij werken met comparsagroepen
en bekwaamde zich op de "corneta china". Op een gegeven
moment werd hij leider van Grupo Obini Irawo. Sinds een paar jaar
prijkt ook het leiderschap van Proyecto Comparsa Oriental op zijn
conduitestaat. In wezen is een comparsa
niet meer dan een groep van pakweg 20 muzikanten die kunnen spelen
op instrumenten zoals de bokú, de campana, de corneta china,
de tambora en nog wat andere geïmproviseerde instrumenten.
Er komt geen partituur of geluidsinstallatie aan te pas. Bij de
eerste roffels en refreinen stoppen de mensen met wat zij doen en
gaan de straat op. Al dan niet met een slokje rum erbij, vormt zich
aldus vrolijk dansende en zingende sliert mensen die achter de muziek
aan door de wijk trekt. Met dit project beoogde Joaquín dit
stuk lokale folklore om te bouwen tot een naar het buitenland exporteerbaar
product.
Hij gaat ervan uit dat in het buitenland het beeld over de Cubaanse
muziek voornamelijk wordt bepaald door een handje vol ritmes zoals
de bolero, de danzón, de guaracha, de mambo, de rumba en
de son. Met zijn Proyecto Comparsa Oriental wilde Joaquín
dit cirkeltje doorbreken en de aandacht vestigen op de comparsa
met zijn eigenaardige instrumenten en specifieke repertoire. Maar Joaquín besefte
dat het financieel niet echt haalbaar zou zijn om met een groep
van 20 muzikanten langs Europese podia te trekken. Hij besloot voor
dit project te gaan werken met een afgeslankte versie. Joaquín
verzamelde daarvoor een keur aan musici die door hun kwaliteiten
zouden compenseren wat hij aan kwantiteit moest laten schieten. In 2003 was het zo ver.
Het project was rond en hij kreeg een aanbieding voor een tournee
door Europa. Nederland maakte tijdens de Apeldoornse Dias Latinas
voor het eerst met het fenomeen kennis. Joaquín is in 2005
teruggekomen en heeft afgelopen maanden wederom de kunsten van zijn
Proyecto Comparsa Oriental op allerlei grotere en kleinere festivals
kunnen vertonen. Dit jaar bood samenwerking met het gelijktijdig
rondtoerende Grupo Ajiaco voor hem in verschillende opzichten een
buitenkansje.
Zo kon hij immers een grotere groep muzikanten bij elkaar krijgen
wat meer aansluit bij wat een echte comparsa nodig heeft. Hoewel
blaasinstrumenten zoals trompet en trombone in de compasa geen onbekenden
zijn, zijn zij toch ook weer niet algemeen. De inbreng van de muzikanten
van Ajiaco biedt daardoor nieuwe mogelijkheden. Naast de typische
carnavalsmuziek komt, als het zo loopt, ook de populaire muziek
binnen bereik. Maar dan wel in een eigenaardige mix van percussie,
trombones en corneta china. Daarmee wordt in strikte
zin de comparsa uit Santiago losgelaten en ontstaat een ware ajiaco,
een stoofpot met van alles door elkaar. Het geluid is niet meer
100% Santiago de Cuba maar is universeler, onbestemder zo je wilt,
maar wel op en top Cubaans. Joaquín is tevreden over het
nieuw gevonden geluid. De anderen vertrouwen blindelings op zijn
expertise. Hij weet wat hij doet en Joaquín wordt door hen
naar voren geschoven als de specialist die onze nieuwsgierigheid
naar het fenomeen "comparsa" moet bevredigen. Maar hij
maakt het ons lastig. Want hoewel in het Spaans-Nederlands woordenboek
staat vermeld dat "comparsa" enkel een "vrolijke
optocht" betekent, gebruikt hij het woord in verschillende
betekenissen. Zo gebruikt hij het (1) voor een groep muzikanten
met een specifieke instrumentatie, dan weer voor (2) de hele optocht
van muzikanten en meelopers. Verder gebruikt hij het voor aanduiding
van (3) een specifiek genre muziek, maar bijvoorbeeld ook weer voor
(4) een vereniging waarvan de leden op gezette tijd een comparsa
in de zin van betekenis (1) moeten vormen. Toch laten wij ons hier
niet door van de wijs brengen. Niet alleen door geografische
omstandigheden, maar ook door haar historie raakte Cuba cultureel
verdeeld in zones, zo legt Joaquín uit. Dit heeft natuurlijk
zo zijn weerslag op de muziek gehad. Comparsa´s vindt je overal,
maar elke zone heeft zijn specifieke kenmerken. De comparsa in Santiago
blijkt een heftige gebeurtenis. Het heeft niets uitstaande met het
kerkelijke carnaval. Dit klinkt al door in de Cubaanse uitdrukking
wanneer iemand om 'carnavales de Oriente en Navidad' (het carnaval
van Oriente tijdens Kerstmis) vraagt.
Deze persoon verlangt namelijk het onmogelijke. " Het carnaval
in deze streek wordt eind juli gevierd en komt voort uit traditionele
oogstfeesten op allerlei heiligendagen in die periode. Uitgerekend
één daarvan is die van de schutspatroon van Santiago
de Cuba." De verschillende comparsas hebben heel in de verte
iets weg van het verzuilde Nederlandse omroepbestel: voor elke overtuiging
een eigen organisatie. Want ooit, lang geleden, waren comparsas
de trotse optochten van verschillende Afrikaanse stammen in hun
traditionele kledij. Dit gebruik is gaandeweg
verwaterd tot de bonte thematische optochten van tegenwoordig. Ook
de muziek veranderde. Tradities werden losgelaten en elementen uit
de directe omgeving geadopteerd. Natuurlijk zijn er allerlei liedjes
uit overlevering bewaard gebleven. Ook worden refreinen gezongen
van liedjes van bijvoorbeeld Miguel Matamoros en Ñico Saquito.
Maar het zijn niet alleen deze overbekende liedjes uit de oude doos.
Populaire deuntjes uit de hitparade worden al dan niet voorzien
van een actuele tekst met smaak gedeclameerd. Dit alles in tegenstelling
tot de teksten van liedjes van conga's die meestal over "cosas
del pueblo" gaan.
Door de anonimiteit van de massa fungeerde
de comparsa in het verleden als uitlaatklep om allerlei misstanden
aan de kaak te stellen. Om die boodschap als het ware te onderstrepen
werd de comparsa afgesloten met een heftig vuurwerk. Daarmee was
de comparsa voor de omwenteling van 1959 een bron van sociale onrust
en openlijke kritiek op de regering. Het genre kent dan ook een
kleurrijke historie met allerlei stadsbestuurders die hebben gepoogd
dit volksvermaak aan banden te leggen. Maar wat zij ook bedachten,
het leven bleek sterker dan de leer. Het gebruik bleek te zeer met
het dagelijks leven verweven om het eenvoudigweg te verbieden. Maar
het is niet alleen protest waarvoor de comparsa werd gebruikt. Bekend
zijn ook de liedjes die kandidaten in verkiezingstijd door gerenommeerde
componisten lieten schrijven om hun leuzen aan de man te brengen.
Ook het Nieuwe Cuba van Fidel Castro heeft de comparsa niet klein
gekregen. Wel is het vuurwerk verdwenen en kreeg de comparsa een
functie die meer aansloot bij de gewijzigde politieke koers. Zoals
Joaquín het beschrijft, is het thans een van overheidswege
in stand gehouden sociale voorziening voor de barrio geworden. Het
heeft veel weg van een soort social club van waaruit tal van activiteiten
worden ontwikkeld. Vóór de revolutie kocht de comparsa
zelf zijn instrumenten. Na de revolutie werden de instrumenten van
regeringswege verstrekt en kreeg de comparsa een eigen verenigingsgebouw.
De comparsas zijn mede daardoor al lang niet meer exclusief voorbehouden
aan de carnavalsperiode. Natuurlijk is dat het hoogtepunt,
maar het hele jaar door wordt naar aanleidingen gezocht om met z'n
allen de straat op te kunnen gaan. Elk excuus wordt aangegrepen:
een feest van een lokale school, een politieke manifestatie of wat
dan ook kan een reden zijn om uit te rukken. Volgens Joaquín
moet de maatschappelijke functie van de comparsa niet worden onderschat.
Het biedt mensen ontspanning en geeft hen de gelegenheid om even
te ontsnappen aan de hectiek van het dagelijks bestaan. Ondertussen
is de comparsa ook een cruciale rol in het culturele leven in de
barrio gaan vervullen.
Maar de cultivatie van de comparsa werpt zijn schaduw vooruit. Voorheen
was het de spontaniteit van de straat. Nu wordt het onderwezen.
En om het te onderwijzen is structuur nodig. Naarmate men slaagt
de muziek te structureren neemt het wezenskenmerk ervan, de spontaniteit,
evenredig af. Joaquín herkent dit wel, maar ziet het niet
als een bedreiging. Volgens hem kan je op school leren wat je wilt,
maar de comparsa gaat over van vader op zoon. Je groeit er in op en de
hoofdmoot van de muzikanten waarmee je speelt, heeft geen enkele
muzikale scholing genoten. Het handjevol geschoolde muzikanten vormt
geen bedreiging voor de spontaniteit van de straat. Zeker niet wanneer
deze muzikanten net als hij in de comparsa zijn opgegroeid. De scholing
zal hooguit perfectioneren wat je van nature al kon of vanuit traditie
hebt meegekregen.
Het "one, two, three, kick" van de conga mag misschien
het imago hebben van een opgepoetste polonaise, maar kijk uit. De
corneta china is als de fluit van de rattenvanger van Hamelen. Voor
je het weet ben je opgeslokt in een heuse comparsa. Joaquín
Solorzano bewijst het. |
| |
Voor de fijnproevers |
|
Tussen
alle stoere trommels is het instrument waarmee Joaquín komt
aanzetten eigenlijk maar een onooglijk gedrocht. Letterlijk vertaald
is het een "Chinese cornet". Dit curieuze blaasinstrument
werd door Chinese loonarbeiders geïntroduceerd die na afschaffing
van de slavernij in grote getale naar Cuba werden gehaald. Het instrument
was rond de vorige eeuwwisseling voor het eerst te horen in carnavalsoptochten
in de Chinese wijk van Havana.
Enkele jaren later dook het ook op in de carnavalsoptochten in Santiago
de Cuba. Voor Joaquín zijn de corneta china samen met de
clave het sleutelelement van de comparsa. Je kan er slechts vijf
noten mee spelen. Maar met die vijf noten "zingt" het
instrument als het ware het refrein dat later door de menigte moet
worden nagezongen. Zodra de menigte dat refrein heeft opgepikt,
kan hij gaan improviseren. De lange taps toelopende trommels zijn
zogenoemde "bokú", ook wel geschreven als "bocú".
Het zijn trommels die met de hand worden bespeeld. Afhankelijk van hun grootte, worden de drie verschillende maten
aangeduid met "fondo", "requinto" en "quinto".
De opmerkelijk platte trommel wordt "galleta" genoemd.
Het instrument is afgeleid van de grote trommels die voor militaire
marsmuziek werden gebruikt.
Tenslotte liggen aan de voet van het stilleven nog wat ijzerwaren:
"campanas", een soort verzamelbegrip voor allerhande kleine
metalen voorwerpen waarop een ritme kan worden geslagen. De koebel
zonder klepel is algemeen bekend. Minder bekend zijn de vrolijk
beschilderde auto-onderdelen die met een metalen staaf worden aangeslagen.
Vanzelfsprekend heeft elk van deze kleine percussie-instrumenten
zijn eigen benaming.
Zoals hiervoor al aangegeven, heeft het Proyecto Comparsa Oriental
een beperkte opzet. Deze instrumenten zijn niet meer dan een beperkte
selectie uit het brede assortiment instrumenten dat in een comparsa
kan meelopen. |
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|
| |
|
|