|

|
Interviews 2006
met (inter) nationale artiesten
In de reeks van "Interview
met" heeft het
Salsa Info team bestaande uit
Otto & Kati van Helden (Lago Latino),
André Lambeck
& Caroline Bergwerf
(Salsa Info) diverse nationale en
internationale artiesten geinterviewd.
|
|
 |
Tieto Nieves (New York)
Wanneer: 14 maart 2006 | Waar: Le Crush, Amsterdam | Tekst: Otto & Caroline | Fotografie Kati van Helden |
|
| |
|
"
Dromen "
Soms komen jongensdromen
uit. Zelf net zo groot worden als de sterren die je als jongen zo hebt bewonderd.
Maar ook al zijn dromen niet altijd bedrog, na jaar in jaar uit in die droom te
hebben geleefd, raakt de glans er op den duur een beetje van af. Nog verder in
de tijd blijkt de droom zelfs tot "gewoon" werk te zijn verworden. Werk,
waarvan je thuis afstand probeert te nemen. Dat is het punt waarop de droom niet
meer is. Al wat blijft, is een lang verhaal over wat er in die droom allemaal
is gebeurd. Een verhaal over voorspoed en tegenslag. Een verhaal over juiste beslissingen
en het misslaan van de plank. Een verhaal over vreugde en verdriet. Een verhaal
met in wezen geen andere moraal dan dat sterren ook maar gewone stervelingen zijn.
In wezen is dit het verhaal van Tito Nieves, de zanger die in de jaren tachtig
aandacht trok met Conjunto Clásico en solo in de jaren negentig opnieuw
hit na hit wist te scoren. Genoeg om nu riant te kunnen teren op de successen
van toen. Maar ouder en wijzer is de bevlogenheid er wel een beetje af. Het verhaal van de droom begint ergens in de turbulente jaren
zestig en zeventig. Fenomenen als The Beatles en Elvis veroverden de wereld. De
New Yorkse latino-jeugd zocht naar een muzikaal antwoord. Even leek het alsof
de boogaloo dat zou worden. Maar nog voor deze vaste grond onder de voeten kreeg,
was de hype al in de kiem gesmoord. Het definitieve antwoord werd "salsa",
een door het duo Johnny Pacheco en Jerry Masucci eigenhandig samengestelde saus
boordevol Cubaanse ingrediënten.
Deze saus kwam met de merknaam "Fania"
bij zowat elk latino-gezin op tafel te staan. Het genre had zo zijn eigen sterren
en miste zijn uitwerking op de toen opgroeiende jeugd niet. De hoofdpersoon van
het verhaal, Humberto Nieves, kortweg Tito, werd geboren in Puerto Rico (1959),
maar groeide op in New York. Terwijl de andere jongetjes nog met autootjes speelden,
was hij al geobsedeerd door deze artiesten. Hij bewonderde ze en zo verlegen als
hij was, ging hij ze op een gegeven moment stiekempjes imiteren. Hij
liet zijn haar groeien en als niemand hem zag, pakte hij een bezemsteel en blèrde
alle nummers mee. Voor hem ging het toen alleen nog maar om de mimiek. Geen haar
op zijn hoofd die er aan dacht om dit voor een publiek te doen. Wanneer zijn vader
gitaar speelde en hem vroeg iets mee te zingen, klapte hij al dicht.
Maar
uiteindelijk zou zijn hang om net zo te zijn als zijn idolen het gaan winnen van
zijn angst voor publiek. Want inmiddels de pubertijd ingegaan, vroeg een vriend
hem te vergezellen bij een repetitie van een orkest. Tito was nog steeds gek op
muziek en de uitnodiging was dus niet voor dovemansoren. Het bleek om Orquesta
Cimarrón te gaan met Rafael de Jesús achter de microfoon. Tito kwam
steeds vaker mee en op een dag werd hij door deze Rafael de Jesús gevraagd
om in het coro te zingen. Dat hoefden ze niet tweemaal te vragen. Tito deed het
met verve en toen Rafael de Jesús vertrok, kreeg hij de microfoon. Na Cimarrón
kwam onze zanger terecht in het coro van het orkest van Héctor Lavoe. Deze
Héctor Lavoe had indertijd bij organisatoren een slechte reputatie. Door
overvloedig gebruik van drank en drugs was hij onberekenbaar geworden. Maar de
mensen bleven van hem houden en Tito zag het in die tijd niet anders. Voor hem
ging een droom in vervulling. Als jochie had hij al de platenhoezen van deze artiest
bewonderd. Nu opeens, slechts een paar jaar later, stond hij met diezelfde artiest
samen op het podium. Héctor was voor hem nog steeds het voorbeeld. Onze
ster in dop volgde zijn idool in zowel de goede als de slechte dingen. Toch zul
je, al die jaren later, uit de mond van Tito geen slecht woord over deze Héctor
Lavoe horen. Tito ziet hem vooral als mens en als mens was Héctor geweldig.
Niet voor niets werd hij "El Cantante de los Cantantes" genoemd.
Dat was niet alleen vanwege zijn vocale kwaliteiten maar ook vanwege zijn persoonlijkheid.
Hij had meer te bieden dan alleen een bijzondere stem. Al met al bleef Tito ruim
twee jaar aan het orkest van Héctor Lavoe verbonden. Toen volgden er korte
uitstapjes naar Orquesta Taibori van Johnny Ortiz.
Met
dat orkest zou hij voor het beroemde Fanialabel zijn eerste plaat opnemen. Dat
was in 1978. Een jaar later werd hij gebeld met het verzoek of hij een album met
een orkest uit Puerto Rico wou opnemen. Dit bleek Julio Castro's Orquesta la Masacre
te zijn. Door persoonlijke omstandigheden kon Tito op dat moment niet naar Puerto
Rico gaan en dus kwam het orkest naar New York. Het orkest leunde zwaar op de
artistieke inbreng van Ramón Rodríguez. Na de opnamen ging la Masacre
weer terug naar Puerto Rico. Maar het contact was gelegd. Op een dag zat deze
Ramón Rodríguez samen met Ray Castro en Tito Nieves in een kleedkamer
wat te praten. De heren konden het goed met elkaar vinden en vatten het plan om
samen een orkest op te richten. Met de oprichting van "Conjunto Clásico"
werden de plannen werkelijkheid. Gelet op de antecedenten van Ramón Rodríguez
en Ray Castro (beiden hadden hun leerschool in het conjunto van Johnny Pacheco)
werd het geluid geënt op dat van het orkest van Johnny Pacheco. Maar wat
Conjunto Clásico van het voorbeeld deed verschillen, was het gebruik van
twee stemmen in harmonie. De
meeste liedjes werden door Tito samen met Ramón gezongen. Het bleek een
ijzersterke formule, die het vooral goed deed in de jaren '80. In de jaren '90
kwam het orkest maar moeizaam mee. Volgens Tito omdat het concept niet werd aangepast
aan de nieuwe muzikale mode. Zelf
had Tito het orkest in 1986 moeten verlaten. Dit had te maken met de nasleep van
het voorbeeld dat Héctor Lavoe hem had gegeven. In die periode was Tito
door alcohol en drugs niet meer te hanteren. Hij kon zich niet meer handhaven
en moest zichzelf weer in de hand zien te krijgen. Tito stelde zich onder behandeling
en om niet meer in zijn oude patroon terug te vallen, ging hij er een jaar tussenuit.
In de loop van dat sabbatical year kreeg de gewezen zanger een telefoontje van
Ralph Mercado die met hem een plaat wou opnemen. De heren werden het snel met
elkaar eens.
Er werd een contract getekend en daarmee werd Tito samen
met José Alberto en Tony Vega de harde de kern van het kakelverse platenlabel
van Ralph Mercado: RMM. Deze Ralph Mercado was op dat moment op zoek naar een
nieuw geluid dat paste bij de jaren negentig. Met zijn staf vond hij een geluid
dat zich muzikaal zou kenmerken door gladde, eenvormige studioproducties. Na
de geëngageerde teksten uit de jaren zeventig mocht het nu alleen nog maar
gaan over liefde en relaties. De overstap van een stijl á la Conjunto Clásico
naar de New York sound van RMM was voor Tito dan ook een hele ommezwaai. Het was
indertijd een gewaagd experiment en Tito was zenuwachtig als bij een sollicitatiegesprek.
Hoe zou het uitpakken? Dat eerste album "The classic" waar nummers op
te vinden waren als "Sonámbulo", werd een enorme hit. Het recept
sloeg aan en elk volgend album bleek steeds weer opnieuw een schot in de roos.
De overstap werd hem vergeven en uiteindelijk is het grote publiek hem met deze
New York sound gaan identificeren. De ruim 12 jaar contractuele verplichtingen
aan RMM hebben als tastbaar resultaat een tiental albums opgeleverd. Van de vele
hits die hij daarmee scoorde worden tot op de dag van vandaag nog steeds allerlei
compilaties op de markt gebracht. Binnen
die New York-sound van Ralph Mercado is een klein hoekje ingeruimd voor Engelstalige
salsa. Het idee blijkt afkomstig te zijn van Tito Nieves. Hij kwam op het idee
door zijn eerste zoon Ommy. Nadat Tito van zijn moeder was gescheiden is zij hertrouwd
met een Anglo-Amerikaan. Bij hen thuis werd daarom uitsluitend in het Engels geconverseerd
en Ommy groeide op zonder een woord Spaans te leren. Hij was ongeveer elf jaar
oud toen hij Tito vertelde dat hij diens liedjes best wel mooi vond, maar dat
hij van de teksten geen snars begreep. Door de opmerking van zijn zoon besefte
de zanger dat er een markt was voor latin muziek voor niet-Spaanstaligen. Zelf
tweetalig opgevoed, zag hij geen been in het vertolken van een Engelstalig nummer.
Hij legde zijn plan voor aan Ralph Mercado, maar deze zag dat eerst niet zo zitten.
In diens beleving was Engelstalige latinmuziek iets uit de boogaloo-periode en
daarmee een al lang geleden gepasseerd station. Maar Tito wilde iets anders, iets
dat meer van deze tijd was. Na wat heen en weer gepraat, kreeg hij ruimte om "Tender
love" op te nemen. Er werd een single van getrokken en het nummer werd een
enorme hit in Venezuela. Ralph Mercado rook zijn kansen en op het volgende album
verdubbelde hij het aantal Engelstalige nummers. De nummers bleken als genre in
de smaak te vallen. Met dubbele energie werd het concept verder uitgewerkt. Het
meest opvallende product uit de daarop volgende reeks is wel het album "I
like it like that" uit 1997. Het album is geheel Engelstalig. De titelsong
werd een monsterhit, ook buiten het latincircuit. Maar uitgerekend dat nummer
was een cover van een oude boogaloo-hit van Pete Rodríguez. Het kan verkeren. Tegen
deze achtergrond en gelet op Tito's kijk op zaken dat je met de tijd moet meegroeien,
is het niet verwonderlijk dat hij op zijn laatste albums een enkel reggaetonnummer
aan zijn repertoire heeft toegevoegd. Vele artiesten van zijn generatie hebben
voor dit genre geen goed woord over. Tito ziet het echter als een manier om zijn
markt te verbreden en een jonger publiek te bereiken. Zijn meebewegen moet niet
worden opgevat als het loslaten van zijn roots. Hij ziet zichzelf nog steeds als
een salsero. Hij zingt salsa en geen reggaeton. Zelf noemt hij de reggaeton die
hij zingt "salsaton", salsa met een bepaalde slag waardoor het klinkt
als reggaeton. Tito wijst erop dat veel meer salsa-invloeden in reggaeton zijn
verweven dan de naam eigenlijk doet vermoeden. Volgens hem zijn de jongens die
nu met reggaeton bezig zijn, hij denkt daarbij aan artiesten als Daddy Yankee
en Don Omar, opgegroeid in een salsamilieu.
Dat is hun basis. Ze maken er
ook gebruik van. Tito is er daarom van overtuigd dat uiteindelijk, wanneer de
hype over is, al deze artiesten op salsa zullen terugvallen. Ralph
Mercado heeft het fundament gelegd onder de solocarrière van Tito Nieves.
Deze plukt daar nog steeds de vruchten van. Door zijn stem en omvang inmiddels
veelvuldig aangeduid als de "Pavarotti van de Salsa" is Tito een gevierd
artiest geworden. Hij hoeft geen platen meer te produceren om een optreden te
scoren of een plaats op een festival te veroveren. Het is ook niet vreemd dat
de zanger niets moet hebben van de kritiek die indertijd over Ralph Mercado is
gespuid. Als er iemand is die zich in de muziekindustrie heeft weten te onderscheiden,
dan is hij het wel.
Zijn kleine onafhankelijke RMM werd groot en de artiesten
groeiden mee. Volgens Tito zouden artiesten als Marc Anthony en India zonder RMM
volslagen onbekend zijn gebleven. Er is volgens hem de klad in gekomen toen RMM
zijn onafhankelijkheid verloor en opging in grotere labels. De grote jongens bleken
een andere agenda te hebben waarop vanuit de latinscene geen invloed kon worden
uitgeoefend. Ondertussen
is Tito Nieves één van de weinige artiesten die zowel de opkomst
als ondergang van het binnen de scène eens zo invloedrijke RMM-label heeft
meegemaakt. Toen Tito aan Ralph Mercado meldde dat hij wou overstappen naar Warner
Brothers, vertelde Ralph hem dat hij het bedrijf ging verkopen. Ralph omhelsde
Tito, gaf hem zijn zegen en bedankte hem voor de 12 jaar. Ralph Mercado verliet
de platenindustrie op het juiste moment. Kort daarna zakte de markt als een pudding
in elkaar. Dit als gevolg van het internet en de piratería, het illegaal
kopiëren en verhandelen van muziek. Ondertussen
is Tito tot de gevestigde orde gaan behoren. Het tekent hoe hij tegen deze malaise
in de muziekindustrie aankijkt. Hij voelt zich niet bedreigd. Voor hem is het
geen ploeteren om naamsbekendheid te krijgen. Hij kan zijn geld verdienen met
optredens over de hele wereld. Laconiek stelt onze Pavarotti dat in dit geval
niet hij, maar de platenlabels een probleem hebben. Hij zingt zijn tijd wel uit.
Hij krijgt genoeg aanbiedingen. De labels niet, die moeten albums verkopen maar
niemand wil er nog geld in pompen om ze te produceren. Momenteel wordt er nog
juridisch om gevochten, maar zelfs als zij erin zouden slagen om bepaalde zaken
nog te stoppen, is het kwaad al geschied. Internet dwingt de industrie
te veranderen. Meer dan voorheen zullen artiesten zelf hun albums moeten gaan
produceren en de maatschappijen zullen alleen nog maar een netwerk in stand gaan
houden om ze te distribueren. Volgens Tito zal het daarom nooit meer worden zoals
vroeger.
Pratend
over de toekomst, blijkt de zanger zo zijn plannen te hebben. Natuurlijk wil hij
nog blijven optreden. Maar het voortdurend op reis zijn, begint hem op te breken.
Langzaam bekruipt hem het verlangen naar een huisje-boompje-beestje-bestaan. Zijn
eigen muziek ziet hij als werk. Zelf luistert hij er daarom niet graag naar. Om
dezelfde reden is het ook niet direct zijn ideaal om net als de oude garde in
het harnas te sterven. Zodra het tijd is, wil onze zanger het rustiger aan gaan
doen. Wat hem voor ogen staat is in zijn woonplaats (Orlando) een radioprogramma
te gaan presenteren. Niet om salsa of zijn eigen platen te draaien maar om iets
te doen met rustige muziek en daarover met luisteraars in gesprek te raken. Het
podium zweert Tito overigens niet af. Tegen die tijd wil hij zich echter beperken
tot slechts enkele optredens per jaar en dan nog alleen bij een bijzondere gebeurtenis.
Paralel aan dit hele verhaal over Tito's artistieke carrière loopt het
verhaal over zijn privé-leven. Het artiestenmilieu waarin hij is opgegaan,
heeft zijn tol geëist. Het leverde hem een drank- en drugsprobleem op en
het pleegde roofbouw op zijn persoonlijke relaties. Hij
beseft dat hij meer uit is dan thuis, wat hem inmiddels twee echtgenotes heeft
doen verslijten. Duidelijk is dat hij meer tijd zou willen pompen in zijn derde
relatie. Dit niet in de laatste plaats om zijn kind te zien opgroeien. Onze Pavarotti
heeft gekampt met zijn gezondheid. In 1984 moest hij onder het mes om achter zijn
kaak een gezwel te laten weghalen. Het meest ingrijpend nog zijn de gebeurtenissen
rond Ommy, de zoon uit zijn eerste huwelijk. In 2002 werd bij hem een tumor geconstateerd.
Het
bleek om Ewing's sarcoom te gaan. De ziekte was niet te bestrijden en op den duur
werden ook andere organen aangetast. Amper twee jaar later is Ommy overleden.
Tito's album "Fabricando fantasías" is aan hem opgedragen. Voor
Tito was dit zijn manier om mensen te laten weten hoe hij zich voelde. Tito is
inmiddels te oud en te doorleefd om nog jongensdromen na te jagen. De gebeurtenissen
rond dit drama hebben hem aan een nieuwe, meer volwassen droom geholpen. De laatste
vier maanden van zijn leven moest Ommy in het ziekenhuis doorbrengen. Zijn moeder,
Tito's eerste ex, had zich vrijgemaakt om al die tijd bij hem te zijn. Maar haar
financiële verplichtingen liepen gewoon door. De taak die zij wilde volbrengen,
was niet mogelijk geweest als een bepaalde stichting haar geen uitkomst had geboden.
Dit bracht de zanger op het idee van de Ommy Nieves Foundation, een stichting
om mensen met medische problemen financieel te helpen. Zijn zoon krijgt hij er
niet mee terug, maar ooit hoopt Tito iemand te ontmoeten die zijn leven dankt
aan het werk van deze stichting. |
| |
|
| |
|
|
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|