 |
Rita
Montaner su presencia
en Ciego de Avila |
| |
 |
|
De "rhumba" heeft
niets uitstaande met de Cubaanse "rumba", een Europese tango lijkt ook
al niet op de authentieke Argentijnse tango, om over de samba maar niet eens te
spreken. Toch hebben al deze dansen toch echt hun roots in de Zuid-Amerika. En
natuurlijk ligt het beginpunt van de Rhumba toch op Cuba.
. Echter niet bij
de rumba, maar merkwaardigerwijs bij de son.
Het
eerste bedrijf van dit verhaal speelt zich af in een restaurant ergens in
Havana in 1927.
Het geroezemoes van de bezoekers vermengt zich daar
met de geluiden van een levendig straatleven waar straatventers op allerlei manieren
hun waren proberen te verkopen. De één roept, de ander zingt en
weer een ander tikt ritmisch op iets van hout of metaal. Als het maar de aandacht
trekt
. In het restaurant zoekt de zoon van een geëmigreerde Bask zijn
dagelijkse vertier en luistert naar de geluiden om zich heen. Een pindaverkoper
die zijn waren aanprijst, geeft hem de juiste inspiratie. Hij vraagt de serveerster
om een servetje, krabbelt daar wat noten op en het deuntje van wat later "el
manisero" is gaan heten, is geboren.
Hij werkt het uit in de vorm
van een "son-pregón", een genre son-muziek dat heel toepasselijk
is geïnspireerd op de roep van straatventers.
De tekst kwam later, vermoedelijk
verzonnen door Gonzalo G. de Mello. Een ogenschijnlijk simpele tekst. Maar pas
op, er schuilt een diepere betekenis achter. Het is een typisch voorbeeld van
creoolse poëzie en verwoordt een fatalistische levensvisie. De bedenker van
het deuntje, Moises Simons, wou het gebruiken voor zijn revue "Cubanola".
Maar deze Moises Simons is op dat moment ook hofleverancier van het repertoire
voor Rita Montaner. Zij neemt het nummer in haar repertoire op en zal het korte
tijd later ook voor het eerst op de plaat zetten.
Het
volgende bedrijf opent in een hotel in Havana. Daar is op dat moment de zoon
van de Amerikaanse muziekuitgever Marks aan het inchecken. Hij is op huwelijksreis
maar ach, het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet gaan kan.
Hij
wordt aangesproken door de manager van het hotel die hem probeert te interesseren
voor het werk van zijn neef, onze Moises Simons. Het contact werd gelegd en de
partituren van El Manisero kregen een plaats in de koffer terug naar New York.
Eenmaal thuis werd besloten er ook wat mee te doen.
De
tekst kreeg een Engelse vertaling en Don Azpiazu werd met zijn Havana Casino Orchestra
naar New York gehaald om het nummer authentiek Cubaans ten gehore te brengen.
April 1930 was de eerste uitvoering. Het voldeed kennelijk aan de verwachtingen
want de maand daarop werd het nummer in de New Yorkse RCA studio´s opgenomen.
Eenmaal op de plaat kwamen toch twijfels of het publiek wel rijp was voor deze
Cubaanse muziek. De release werd uitgesteld. Eerst in november werd de knoop doorgehakt
en de plaat op de markt gebracht. Het decor van het laatste bedrijf van dit verhaal
is een overzicht van de best verkochte platen in de VS van 1931. Helemaal bovenaan
prijkt "the peanut vendor" oftewel "el manisero".
Binnen
enkele weken na de release stond het nummer op de eerste plaats van de Amerikaanse
hitparade, zou daar enkele weken blijven, en later dat jaar in andere uitvoeringen
nog een aantal keren terugkomen. De muziek met bijbehorende dans werden in korte
tijd razend populair en maakte even succesvol de oversteek naar het Europees continent.
Maar.. Wat was die dans? Hoe heette nu die muziek?
Zoals
gemeld een son-pregón. Om de één of andere reden werd dat
niet Caribisch dan wel exotisch genoeg gevonden. Het klonk eerder Frans. Het woord
"rumba" bezat wel de verlangde eigenschappen en ach, wie hoort het verschil
..
Zonder schroom werden de naambordjes verhangen (waar zouden de Amerikanen toch
hun naam en faam van cultuurbarbaren aan te danken hebben?) en ja
toen was
er de rhumba. Overigens inmiddels wel gestript van "lastige" Cubaanse
elementen om het nog beter voor Westerse oortjes en Houten Klazen toegankelijk
te maken.
Epiloog:
"El Manisero" bleek een belangrijke mijlpaal voor Westerse erkenning
van de Cubaanse muziek. Alle hoofdrol spelers in de drie bedrijven Moises Simons,
Don Azpiazu hebben hun succes met dit nummer niet meer kunnen evenaren. Het nummer
zelf daarentegen is als het ware nooit meer van het toneel geweest. Soms in een
hoofdrol, dan weer in een bijrol is het sindsdien tot het Cubaanse cultuurgoed
gaan behoren en behoort het tot op de dag van vandaag tot het repertoire van elke
muzikant die zich toelegt op Cubaanse muziek. Het is inmiddels honderden keren
op de plaat gezet in alle denkbare variaties en interpretaties. De opnamen waar
momenten van improvisatie zijn vastgelegd waarin enkele karakteristieke akkoorden
van "el Manisero" zijn verwerkt, zijn nog talrijker. En dan de "rhumba".
Flauw aftreksel of niet, ook deze dans is tot het vaste repertoire van het stijldansen
gaan behoren. Het is ieder duidelijk dat wanneer je deze dans wat meer Caribisch
gepeperd wilt horen, je de salsa moet proberen.
De
spelers:
Moises Simons:
Geboren: 24 augustus 1890 te Havana,
Cuba. Overleden: 28 juni 1945 te Madrid, Spanje
Rita
Montaner:
Geboren: 14 mei 1900 te Guanabacoa, Cuba. Overleden: 17 april 1958
te Havana, Cuba
Don Azpiazu:
Geboren: 11 februari
1893 te Cienfuegos, Cuba. Overleden: 20 januari 1943 te Havana, Cuba |