 |
| |
 |
| Foto
de amigos de mucho tiempo, celebrando el primero día del nuevo Willies
Steak House, Bronx, NY Abril 2000. De izquierda a la derecha esta Johnny
Pacheco, Fernando Ferrer, Bill Crosby, Tito Puente e en el medio Celia Cruz. Foto
cortesía Dra. Maria Díaz. |
| |
 |
| |
 |
| |
| |
| |
|
Door
de jaren heen zijn al heel wat namen voor hem verzonnen en wie de artikeltjes
gaat napluizen, zal er ongetwijfeld nog een aantal tegenkomen. Ze slaan op Ernesto
Antonio Puente jr., bij de meeste beter bekend als Tito Puente. Het is al weer
vijf jaar geleden dat deze artiest op 77-jarige leeftijd overleed. Met de aandacht
tegenwoordig voor mambo en het dansen 'op 2' staat zijn muzikale erfenis meer
dan ooit in de belangstelling.
Zijn oeuvre omvat vrijwel alle genres Zuid-Amerikaanse
muziek: van mambo tot salsa en van Afro-Cubaans tot latin jazz. Zijn rol daarbij
is niet alleen die van orkestleider en percussionist, maar met eigen composities
en arrangementen is hij te horen op piano, altsaxofoon en ook wel eens als vocalist
in het coro. Deze veelzijdigheid was nog het meest bijzondere aan hem. Zo kon
hij in de meest complete zin vorm en inhoud geven aan zijn muzikale ideeën.
Slechts weinig muzikanten konden hem in deze creativiteit evenaren.
Nalatenschap
Zijn
nalatenschap omvat meer. Zeer in het oog springend is de indrukwekkende rij albums
waaraan hij zijn naam heeft verbonden. Voor het gemak laat men zijn discografie
beginnen in 1952 met een reeks 10 inch elpees voor Tico Records om vervolgens
een halve eeuw later de teller ergens rond de 125 te laten stoppen. Ook na zijn
dood stijgt dit aantal nog steeds. Bij tijd en wijlen duiken er namelijk albums
op met niet eerder uitgebracht materiaal. Dan staat zijn naam ook nog eens op
een groot aantal oude 78 toeren singels uit de periode van vóór
1952. Tenslotte zou je nog een lijst kunnen aanleggen met titels van de honderden
albums waaraan hij in de rol van gastartiest een bijdrage heeft geleverd.
Veelzijdig
en productief
De jaren vijftig waren Tito's productiefste jaren. In dat
decennium leverde hij een groot aantal albums af voor met name RCA Victor. Wellicht
om zijn toenmalige concurrenten met steeds weer nieuw materiaal de loef af te
kunnen steken, produceerde hij werkelijk het ene album na het andere. Ondersteund
door goede studiofaciliteiten en professionele begeleiding, toonde Tito zijn veelzijdigheid.
De albums zijn stuk voor stuk juweeltjes, die helaas door de massaproductie toch
een beetje versluierd zijn. De albums brachten in artistiek opzicht niet altijd
iets nieuws en bijgevolg heeft Tito zichzelf vaak herhaald. Wellicht was hij meer
gebaat met een beperkter aantal releases met meer aandacht voor artisticiteit.
Uit deze periode dateert niettemin één van zijn best verkochte albums
'Dancemania' (RCA Victor LSP-1692, 1958). Het heeft menige kenner verbaasd waarom
RCA Victor deze topartiest indertijd heeft laten schieten. Vermoedelijk gokte
het concern op Perez Prado die ook onder contract stond en bij een breed publiek
internationaal begon door te breken.
The Dutch connection
De
doorbraak van Tito Puente in Europa heeft dan ook even op zich laten wachten.
In de jaren zestig maakte het Nederlandse publiek kennis met de inmiddels sterk
verwaterde mambo's van Perez Prado. Tito Puente meldde zich in Nederland nadat
Carlos Santana in 1971 een megahit scoorde met zijn interpretatie van Tito's 'Oye
como va'. Zijn gevonden fusion tussen latin en pop maakte velen nieuwsgierig naar
de echte latin. Tito
streek niet alleen royalties op maar kwam zo zelf in de belangstelling te staan.
Zijn doorbraak bij een breder publiek geschiedde tijdens een tweetal uiterst succesvolle
concertreeksen die in 1979 waren georganiseerd door Alberto de Hond. Nu was 'salsa'
een feit in Nederland. Amper een half jaar later was hij opnieuw in Nederland
voor een eerste optreden met zijn Latin Percussion Jazz Ensemble op het vijfde
North Sea Jazz Festival. Tito had Europa ontdekt en vele optredens volgden. In
de jaren tachtig vooral als begeleidingsorkest van Celia Cruz, in de jaren negentig
vooral als Latin Jazz Ensemble op het North Sea Jazz Festival. Het is in 1979
overigens niet bij concerten alleen gebleven. Samen met zijn orkestleden verzorgde
hij dat jaar ook een aantal gastdocentschappen aan het Rotterdams conservatorium.
Er was nog geen leergang wereldmuziek en de workshops boden studenten een unieke
kans door deze topartiesten te worden geïnstrueerd over latin ritmes.
Tito's
fixatie
Het wordt tijd om in reuzenschreden door het leven van Tito Puente
te wandelen. Hij was de oudste zoon van Ernesto Antonio Puente (sr) die niet lang
daarvoor vanuit Puerto Rico naar New York was geëmigreerd. Tot dan toe was
Harlem een joodse emigrantenwijk maar vanaf de jaren dertig voerden latino's er
de boventoon. De moeder van Tito stimuleerde zijn muzikale talent door hem naar
pianoles te sturen, maar zijn passie ging uit naar dansen en samen met zijn zuster
trainde hij hard voor een act. Zijn plannen gingen in rook op toen hij een blijvende
blessure aan zijn enkel kreeg die elk perspectief in deze richting de grond in
boorde. Tito verlegde zijn pijlen en stortte zich op de muziek. Het lijkt een
onbeduidende passage in zijn leven, maar hierin wordt wel de verklaring gezocht
voor Tito's fixatie op de dansbaarheid die hij zijn muziek wilde meegeven. Muziek
moest je kunnen voelen. Zodra je het voelde, kon je het dansen. Op de twee wel
te verstaan en niet smokkelen naar één driekwart of twee en een
half.
Sociale betrokkenheid
Zijn talent voor percussie werd vroeg
onderkend. In 1939, amper 16 jaar, verliet hij zijn school om professioneel muzikant
te worden. Hij speelde in een aantal orkesten, waaronder dat van Noro Morales
en Machito. Inmiddels was de Verenigde Staten in de tweede wereldoorlog betrokken
geraakt en ook Tito moest zijn plicht vervullen. Op het vliegdekschip USS Santee
heeft hij niet alleen actief aan een aantal zeeslagen deelgenomen, maar hij benutte
die periode ook muzikaal door zich door andere dienstplichtige beroepsmuzikanten
te laten onderrichten in de theoretische kant van muziek. Op dat schip maakte hij zijn eerste composities en arrangementen. Toen hij afzwaaide,
zou Tito volgens de wet zijn oude baantje bij Machito terug moeten krijgen. Machito
moest daarvoor wel de nieuwe drummer ontslaan. Deze had een gezin te onderhouden,
terwijl Tito jong was en alle kanten op kon. Tito kon dit niet over zijn hart
verkrijgen, liet de baan voor wat het was en ging zijn eigen weg. Hier maken wij
kennis met een facet van zijn karakter: grote sociale betrokkenheid bij de mensen
om hem heen. Zo stichtte hij jaren later, in 1980, de Tito Puente Scholarship
Foundation om aankomend talent te kunnen helpen.
Competitief
Eenmaal
uit dienst en van plan het in de muziek te gaan maken, verstevigde Tito zijn theoretische
ondergrond aan de Juilliard School of Music. Die weg die hij vervolgens insloeg,
leidde onder meer langs José Curbelo en Pupi Campo. Al na een paar maanden
stapt Tito Puente bij Pupi op om in 1948 verder te gaan met de 'Picadilly Boys',
een orkest met hoofdzakelijk leden van de band van Pupi Campo. Deze formatie was
geen lang leven beschoren. Nog geen jaar later trad Tito naar buiten met een eigen
orkest: 'the Tito Puente Orchestra'. Mede door de goedgekozen vocalen van Vicentico
Valdés weet hij al snel aandacht te trekken en ingeroosterd te raken voor
het wekelijks matinee in de Palladium Ballroom. Alles draaide in die periode om
de mateloos populaire mambo. Hoewel er een keur aan artiesten optrad, draaide
het bij de Palladium Ballroom om slechts drie namen: Machito, Tito Rodriguez en
Tito Puente. Er heerste een enorme rivaliteit om wie in de polls het populairst
was. Op een gegeven moment ontaardde dit in een strijd om top billing, de volgorde
waarin namen op een affiche werden vermeld.
Wellicht was het Tito's impresario
José Curbelo die hem dit in zijn oor had gefluisterd. Feit is dat deze
agressieve promotie de animositeit vergrootte. Tito kwam met glans uit de strijd
maar hield er wel de nodige builen en schrammen aan over. Met name zijn jeugdvriend
Tito Rodriguez had het moeten ontgelden en het leidde ook tot een breuk met zijn
zanger Vicentico Valdés. Dit brengt ons bij een ander aspect van Tito's
karakter: de enorme gedrevenheid om zich te bewijzen. Dit gegeven blijkt een rode
draad bij sterkere en zwakkere albums waaraan zijn naam is verbonden. Telkens
als hij een tegenhanger had, ontstond er een competitie-element dat hem de adrenaline
gaf om de ander in creativiteit en perfectie te overtreffen. Niet alleen als band
in de polls maar ook wanneer het ging om zijn positie als 'Rey del Timbal'. In
die hoedanigheid ontmoette hij Willie Bobo als tegenhanger. Deze maakte enige
tijd zelfs deel uit van Tito's orkest. Desondanks bleef tussen beiden een rivaliteit
bestaan dat bij elk optreden naar boven kwam en resulteerde in vele unieke percussieduels.
Door deze spanning liep de samenwerking tussen beide heren spoedig spaak.
Over
een andere boeg
Begin jaren zestig, juist toen de mambo met bijbehorende
big bands op hun retour raakten, ontwikkelde zich een nieuw genre, de 'pachanga'.
Deze muziek werd veelal gespeeld door charanga-formaties met een sexteto bezetting.
Anders dan de mambo, werd die pachanga niet door het grote publiek opgepakt. Dat
lag niet zozeer aan de muziek maar aan de stormachtige opkomst van popmuziek.
De interesse van niet-latino's voor latinmuziek viel weg door het ongekende succes
van The Beatles en The Rolling Stones. Daarbij speelde ook de Cuba-crisis een
niet te onderschatten rol. Alles wat naar het revolutionaire Cuba rook, was 'besmet'.
Tito weigerde een ommezwaai te maken van big band naar charanga en hield vast
aan het vertrouwde concept. Het
kostte hem zijn plaats in de bovenste regionen van de charts. Op de pachanga volgde
de boogaloo. Een jonge generatie rammelde aan de poorten en eiste toegang tot
de scene. Om erbij te horen, moest je albums maken die beantwoordden aan de smaak
van het publiek, boogaloo dus. Tito heeft het geprobeerd met een enkel album maar
had er de grootste moeite mee. Ten langen leste besloot hij geen albums meer in
dit genre uit te brengen. Hij besefte dat zijn generatie plaats moest maken voor
een nieuwe. Maar hij nam geen genoegen net een plaats langs de zijlijn. Hij switchte
naar een oude liefde, de meer tijdloze latin-jazz. En Tito zou Tito niet zijn,
of ook in dit genre wilde hij de beste zijn. Of hij dat was, ligt aan een ieder
zijn voorkeur. Feit is wel dat hij het stevig op de kaart heeft gezet. Niet voor
niets is hem een markante plaats toebedeeld in Fernando Trueba's documentaire
Calle 54.
Over salsa en saus
Tenslotte rest nog Tito's moeizame
relatie met het begrip 'salsa'. Zijn muziek mocht die naam niet dragen. Als geen
ander was hij zich ervan bewust dat de term in wezen niet meer is dan oude wijn
in nieuwe vaten. Steeds weer benadrukte Tito dat hij die muziek al speelde lang
voordat de term 'salsa' werd geïntroduceerd. Voor hem was het gebruik van
deze term eigenlijk een teken van onkunde, een gebrek aan kennis over de ware
roots van de muziek. Als het even kon, stak hij er de draak mee en deed uitspraken
als: 'salsa betekent saus en een saus, daar luister je niet naar'.
|