|
 |
Archief vanaf 2001 - Columns - geschreven door Otto van Helden | Fotografie: Kati van Helden
Deze artikelen/columns zijn in 2005 in diverse uitgaves van het Latinmagazine
Latin a Life gepubliceerd.
Megaster in Ahoy (2005); Juan Luis Guerra terug in Nederland
Voor
weinig latin artiesten is er een plaatsje in onze Top 40 weggelegd, een enkel
zomerhitje daargelaten. Juan Luis Guerra is hierop een uitzondering. |
|
| |
 |
|
In 1991 knalde
zijn 'Burbujas de amor' en zijn 'Como abeja al panal' uit de Nederlandse radio's.
Het album 'Bachata Rosa' waar deze tracks op staan, bracht wereldwijde erkenning
voor de volkse bachatamuziek. Juan Luis Guerra kreeg daarvoor indertijd in de
Nederlandse pers het etiket 'de André Hazes van de Dominicaanse Republiek'
opgeplakt. Maar waar andere artiesten met een zomerhitje niet meer dan een knipoog
krijgen, verwierf hij de status van megaster. Tijdens zijn eenmalig concert in
Nederland in 1993 wist hij dan ook moeiteloos het Rotterdamse Ahoy tot aan de
nok toe te vullen. Deze zomer wil hij laten horen dat zijn muziek niets van de
glans van toen heeft verloren. Opnieuw is het Rotterdamse Ahoy gekozen als podium
voor een eenmalig optreden.
Een
levende legende
Met zijn muziek en poëzie heeft Juan Luis veel los
gemaakt. Het maakte hem tot een artiest met een boodschap. Dit leidde voor een
enkel nummer tot samenwerking met Rubén Blades. Daarnaast liet hij zich
inspireren door muziek van Pablo Milanes, poëzie van Pablo Neruda en literatuur
van Julio Cortazár. Enige tijd deed zelfs het gerucht de ronde dat hij
zich kandidaat had gesteld voor het vice-presidentschap van de Dominicaanse Republiek.
Er bleek van een mug een olifant te zijn gemaakt. Onze geëngageerde
zanger steunde één van de in de race zijnde partijen. Hij wist de
mythevorming rond zijn personage verder in de hand te werken door op het hoogtepunt
van zijn carrière het geploeter in de hitlijsten te laten voor wat het
was. De tweede helft van de jaren negentig deed hij het als levende legende wat
rustiger aan. Niettemin bracht hij in 1998 het album 'Ni es lo mismo, ni es igual'
uit. Het leverde hem in 2000, tijdens de eerste Latin Grammy Awards, maar liefst
vijf nominaties en drie onderscheidingen op.
Rock,
jazz en latin
Juan Luis Guerra's ouderlijke woning stond in de Dominicaanse
Republiek pal naast het Nationale Muziek Theater. Of het hem muzikaal heeft gevormd,
weten we niet zeker. Feit is dat hij in zijn jeugd als elk ander kind van die
generatie werd beïnvloed door muziek van The Beatles en van de Amerikaanse
hippie-beweging. Hij volgde een universitaire opleiding in kunst en filosofie.
Ondertussen leerde hij gitaar spelen en won tijdens een talentenjacht een beurs
voor een opleiding aan het Berklee College of Music in Boston. Naast de bestaande
belangstelling voor Caribische muziek van zijn vaderland leerde hij in de Verenigde
Staten vooral ook rock- en jazzmuziek waarderen. Na zijn terugkeer uit Boston
richtte hij in 1984 zijn formatie 4.40 op. Deze naam verwijst naar de A-toon van
4.40 Hertz. Juan Luis en de overige leden van zijn toen nog naamloze formatie
evalueerden namelijk de resultaten van het oefenen door de afwijking van het beoogde
resultaat uit te drukken als bijvoorbeeld '4.36'.
De
succesformule
Het schuchtere begin van 4.40 (Soplando, 1984) blijkt een
artistiek hoogstandje maar commercieel een flop. De albums die volgden waren veel
commerciëler van opzet. Het album 'Ojalá que llueva café' (1989)
bracht Juan Luis Guerra zijn internationale doorbraak. Zachter, melodieuzer en
harmoniërend met Afrikaanse ritmes was het een nieuwe benadering van merenguemuziek.
Voortbordurend op deze succesformule werd in 1990 het album 'Bachata Rosa' uitgebracht.
Het was dit album dat hem ook op het westelijk halfrond tot megaster verhief.
Juan Luis heeft het lot niet willen tarten door zichzelf te herhalen.
Steeds
weer probeerde hij met volgende albums nieuwe wegen in te slaan. Het album 'Areito'
uit 1992 staat in het teken van de grootse viering van de ontdekking van Amerika
500 jaar daarvoor en wat dat per saldo heeft opgeleverd. Daarmee kreeg het een
politieke en maatschappijkritische lading. Het idee voor 'Fogaraté' (1994)
kwam door een sampler met wereldmuziek die hij cadeau kreeg. Er stond een track
op van Francisco Ulloa die merengue speelt in perico repiao-stijl. Deze ongepolijste
plattelandsstijl is Juan Luis gaan combineren met zijn eigen verfijnde stijl.
Dit gaf een verrassend resultaat maar betekende wel het einde van het zachte en
romantische karakter dat zijn muziek tot dan toe had gekenmerkt.
In
amper 10 jaar tijd wist Juan Luis het te maken. Er is geen artiest die het hem
heeft kunnen nadoen. Het zal hem dan ook vast geen moeite kosten om opnieuw het
Rotterdamse Ahoy met een enthousiast publiek gevuld te krijgen. Hij zal er ongetwijfeld
niet aan ontkomen om een aantal van zijn oude successen te brengen. Maar daar
zal hij niet op willen teren. Zijn naam staat immers niet alleen garant voor kwaliteit
maar ook voor innovatie. Hij zal ons daarom ook zeker de Juan Luis Guerra van
2005 willen tonen.
|
| |
|
|
| Copyright:
De inhoud van deze site, de daarin opgenomen gegevens, afbeeldingen, geluiden,
teksten en combinaties daarvan en de programmatuur zijn beschermd door auteurs-
en databankrechten. Deze rechten berusten bij Salsa Info. Zonder schriftelijke
voorafgaande toestemming van Salsa Info is het niet toegestaan deze site of enig
onderdeel daarvan te kopiëren. |
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|