|
 |
Archief vanaf 2001 - Columns - geschreven door Otto van Helden | Fotografie: Kati van Helden
Deze artikelen/columns zijn in 2005 in diverse uitgaves van het Latinmagazine
Latin a Life gepubliceerd.
Buena
Vista vulkaan weer actief
Na een periode van relatieve
rust is de Buena Vista-vulkaan weer tot leven gekomen. |
|
| |
 |
|
Na de eerste uitbarsting
in 1996, met het uitbrengen van het album 'Buena Vista Social Club' en de gelijknamige
film een jaar later, leek het even of het bij wat naschokken zou blijven. Na de eerste uitbarsting
in 1996, met het uitbrengen van het album 'Buena Vista Social Club' en de gelijknamige
film een jaar later, leek het even of het bij wat naschokken zou blijven. Individuele
leden van het illustere gezelschap toerden weliswaar lustig door Europa, maar
ook de te verwachten overlijdensberichten bereikten ons regelmatig. Afgelopen
zomer gebeurde het opeens: een opvallende onverwachte wending.
Op Cuba bleek een
nieuwe grote muziekfilm in de maak te zijn. Opeens spuwde de vulkaan voor het
eerst sinds lange tijd weer rook en lava uit. Tijdens
een tweetal daverende concerten in Docklands, Amsterdam, werden twee hoofdrolspelers
van de nieuwe Cubaanse film aan ons voorgesteld. Twee uitersten die ook de muzikale
boodschap van de film uitdragen: de stramme, hoogbejaarde Pio Leiva en de piepjonge
Chika Chaka Girls. Het is een film die zich niet wil vastpinnen op het muzikale
verleden van Cuba. Op speelse wijze wordt het leven en streven van een jongere
generatie in beelden gevangen. Tegelijkertijd toont hij het brede palet van wat
Cuba op muzikaal gebied te bieden heeft.
Pio staat voor traditie; het
heden kan immers niet bestaan zonder het verleden. Op 20 oktober 2004 beleefden
ruim 300 genodigden de officiële première in het Amsterdamse Tropentheater.
Die avond barst de vulkaan in alle hevigheid uit. Hij spuwt Cubaanse muziek, Cubaanse
muziek en nog meer Cubaanse muziek. Een kolkende stroom golft naar buiten en sleurt iedereen mee. Een week later staat
'Musica Cubana' in bioscopen door heel Nederland boven aan het menu. We zien Pio
Leiva op de televisie, en wie weet wat ons nog meer te wachten staat... Gaat het
succes van de BVSC zich komende maanden in Nederland herhalen?
Impact
Het
succes van het oorspronkelijke project van het Engelse World Circuit Records met
de oude Cubaanse mannetjes was ongekend. Rond het thema Buena Vista Social Club
ontstond een hele economie. Dat gold niet alleen voor de helden van het album
en de film, maar iedereen die er ook maar enigszins op leek, kon een graantje
meepikken. Iedereen die in dit genre speelde, jong en oud, Cubaans of niet, kreeg
ruimte voor albums en tournees. Naast sigaren en rum werd het een exportproduct
van Cuba. Het kweekte politieke goodwill en bracht geld in het laatje.
Maar
er gebeurde meer. De oude Havanese stadswijk Buena Vista transformeerde in een
cultureel centrum en werd een geliefde vakantiebestemming. Cuba werd opnieuw 'ontdekt';
er kwamen nog meer films, shows, boeken, verzin het maar. Ieder exploiteerde op
zijn eigen manier de vervallen koloniale sfeer die zo indringend door cineast
Wim Wenders was neergezet. Hier
zou je best wat kritische kanttekeningen bij kunnen plaatsen, want hoe reëel
is dat portret eigenlijk en zijn het ook werkelijk de grote artiesten van weleer
die zo op de voorgrond worden geplaatst? Maar alle kritiek verstomt bij de positieve
impact op het armlastige Cuba. Het succes breekt door de nog altijd van kracht
zijnde blokkade van de VS en geldt als startpunt voor een ontdekkingsreis naar
het échte Cuba.
Vergane
glorie
Wim Wenders' film over de BVSC toonde in stemmige pastelkleuren
de vergane glorie van het oude Havana. Hij registreerde een wonderlijke wereld
met door ouderdom getekende gezichten die net zo craquelé waren als het
bladerende pleisterwerk van de gebouwen. Hun versleten instrumenten pasten bij
het beeld van uitgewoonde interieurs. Hoe guitig en dubbelzinnig de teksten van
de liedjes ook mochten wezen, in deze ambiance appelleerden zij vooral aan gevoelens
van melancholie. Hoewel anders bedoeld, werd de muziek van deze bejaarde artiesten
tot een soort Cubaanse blues. Daarmee vormde hun muziek een perfecte auditieve
omlijsting van al die indringende visuele impressies. In dit herfsttafereel pasten
domweg geen vrolijke lente- en zomerkleuren. Voor jongere generaties artiesten
en hun muziek was in dit schilderij geen plaats.
Over
beelden
Wim Wenders wist dat hij door een vergrootglas keek naar slechts
één facet van de Cubaanse muziek. De andere facetten waren niet
minder mooi, maar pasten gewoon niet in het concept. Gecharmeerd door Cuba in
al zijn facetten beloofde hij ook het andere Cuba een keer aan bod te laten komen.
Ruim zes jaar later lost hij deze belofte in met 'Musica Cubana'. Maar Wim Wenders
was in zekere zin gevangene van zijn eigen beeld geworden. Dankzij hem was een
beeld van Havana ontstaan dat haaks stond op wat hij nu moest verbeelden: geen
sentiment of verleden, maar een modern, levenslustig heden.
Er ontstaat het
beeld van een fleurige bloem die zich tussen grijze straattegels omhoog moet wringen
om een glimpje zon op te vangen. De stramme maar olijke Pio Leiva naar voren schuiven
als een verbindingsschakel tussen oud en nieuw was een meesterlijke zet. Het
is wel jammer dat juist die essentiële schakelrol wat in het vage blijft.
Daarentegen zal de sprankelende levenslust van Osdalgia iedereen nog lang bijblijven.
Helaas is de koddige taxi van Barbarito wat geforceerd, alsof je iemand op klompen
door Amsterdam ziet wandelen. Alles bij elkaar schetst het wederom een bepaald
beeld, bedoeld voor buitenlanders. Weliswaar een nuance anders dan het eerdere,
maar nog steeds dringt de vraag zich op of dit nu het werkelijke Cuba is. Op de
titelrol van de film staat weliswaar in grote letters te lezen 'Wim Wenders presents
',
maar de regisseur blijkt in werkelijkheid een leerling van hem te zijn geweest.
Deze German Kral is een Argentijn en geen Cubaan. Dat maakt de film tot een beeld
geschetst door een buitenstaander. Volgens één van de hoofdrolspelers
zou een Cubaan hetzelfde verhaal anders hebben verfilmd. Maar naarmate Cubanen
zich er beter in kunnen herkennen, zo redeneert hij, zal de film minder aan ons
westerlingen appelleren. En om dat laatste gaat het. Het nu verkregen resultaat
vindt hij daarom perfect aansluiten bij wat Detlef Engelhard, initiator van de
film en directeur van het Duitse Termidor platenlabel, met het project voor ogen
stond.
Musica Cubana, de
film
Ondertussen is er een nieuwe speelfilm tot stand gekomen onder patronaat
van Wim Wenders. Uitgebreid en indringend wordt een reeks jonge artiesten in beeld
gebracht, elk in zijn eigen milieu. De leeftijd van deze artiesten, en daarmee
de genres die zij vertegenwoordigen, loopt uiteen. Bij de jongsten is het rap
en pop. Iets ouderen leggen zich toe op timba. De nóg ouderen richten zich
op gevoelige bolero's. Ook hun scholing komt in beeld: de traditie, de straat,
het conservatorium. Het allegaartje is ongeveer bijeen gesprokkeld zoals in de
film is verbeeld: hier en daar luisteren en dan de besten meetrekken.
In het
verhaal van de film moet het allemaal onbekend talent verbeelden. Dat laatste
kan je beter met een korrel zout nemen. De meeste namen zijn geen onbekende; veel
zijn te herleiden naar Los Van Van (bijvoorbeeld Mayito, Pupy Pedroso en Samuel
Formell) en het orkest van Adalberto Alvarez (bijvoorbeeld Juan Carlos Marin en
Julio Padron). Artiesten als Osdalgia en El Nene hebben al de nodige soloalbums
uitgebracht en zijn inmiddels ook buiten Cuba bekend. Minder bekend op Cuba, maar
des te meer in Europa is Luis Frank . Hij timmert voor het Duitse Termidor platenlabel
hard aan de weg met zijn 'Soneros de Verdad'. De film zelf is meer muziek dan
verhaal, of, zoals Luis Frank het stelde: 'Natuurlijk is allerlei kritiek denkbaar,
maar niet dat er te weinig muziek in te horen zou zijn.' Daarmee raken wij de
kern van deze nieuwe film. Hij heeft geen ander doel dan het bij een breed publiek
introduceren van een nieuwe lichting Cubaanse artiesten.
Première
De
film zou in Cuba tijdens een festival in première gaan. Afspraken daarover
liepen verkeerd, formulieren ontbraken en al met al ging de gelegenheid voorbij.
De release in Nederland werd aanzienlijk beter georganiseerd en er stond zelfs
een voorpremière op het programma. Op
woensdag 15 september en donderdag 16 september werd de film vertoond in Vlissingen
en Scheveningen in het kader van het Film by the Sea-festival. De toeloop in Scheveningen
was zo groot, dat vlak voor de voorstelling naar een grotere zaal moest worden
uitgeweken. Tijdens de afterparty was er de sensatie dat één van
de hoofdrolspelers, Luis Frank, als het ware uit de film stapte en het napratende
filmpubliek verraste met een liedje.
Het was allemaal erg informeel, in tegenstelling
tot de officiële première in Amsterdam ruim een maand later. Op woensdag
20 oktober werden daar in het Tropentheater alle registers opengetrokken. Mojito's
bij binnenkomst. Coryfeeën uit de Nederlandse showbizz aan de babbel. German
Kral om zijn geesteskindje bij het publiek te introduceren. Maar liefst drie hoofdrolspelers,
Pio Leiva, Mayito en (wederom) Luis Frank, om samen met Saoco nog even goed duidelijk
te maken dat zij allemaal écht zijn en bovendien muzikant. Een
opgetogen publiek dat zich af en toe waagde aan een bescheiden dansje en tenslotte
een Ronald Snijders die zich spontaan in het muzikaal strijdgewoel mengde. Die
avond in het statige Tropentheater werd duidelijk dat Nederland geen problemen
heeft met de verjongingskuur die de BVSC heeft ondergaan.
Concerten
Dat
Nederland er klaar voor was, bleek tijdens twee concerten deze zomer op vrijdag
16 en zaterdag 17 juli. Het succes van de concerten - er werden meer dan 8.000
bezoekers geteld - toonde dat een breed Nederlands publiek op een passend vervolg
zat te wachten. De locatie was goed gekozen. Geen theater, schouwburg of stadion,
maar een trendy aangeklede scheepsloods. Geen introvert achtergrondorkest maar
een extravert dansorkest dat onder aanvoering van Dionisio Glacier en zanger José
Lusson de mensenmassa van begin tot einde wist te boeien.
Publiekstrekker was
Pio Leiva, een artiest met een rijk verleden. Wie kent niet zijn 'Francisco Guayabal'?
Liefhebbers van de muziek van Roberto Torres en zijn SAR-label zijn natuurlijk
bekend met nummers als 'Sin caña y sin platanal', 'Sibanicu', 'El pregón
de la montaña' en 'La alegria del montuno'. Allemaal nummers van Pio's
hand en niet geheel toevallig ook allemaal son-montuno's. Met dit genre wist Pio
zich van zijn concurrenten te onderscheiden en maakte dat hij 'El Montunero de
Cuba' werd genoemd.
Hij
beleefde zijn hoogtepunt in de jaren vijftig. Het was niet het album, maar de
latere gelijknamige film van Wim Wenders waarmee hij op hoge leeftijd opnieuw
in de schijnwerpers kwam te staan. De schijnwerpers doen Pio goed. Stram en broos
als hij is, lijkt hij in de warme gloed van deze lampen de ketens van ouderdom
van zich af te werpen en te gaan voor aandacht van het publiek, het podium, inzoomende
camera's en het schalks kunnen knipogen naar het vrouwelijk geslacht.
Wat er
die avonden op het podium gebeurde, is vastgelegd in de 111 minuten durende documentaire
"Pio Leiva & Band live in Amsterdam". Dit onderhoudende document
is inmiddels overal op DVD verkrijgbaar. Ondertussen wordt een nieuwe reeks concerten
gepland om het succes te bezegelen voor de hoofdrolspelers van de nieuwe film.
Waren de Docklandsconcerten feitelijk optredens van Soneros de Verdad samen met
Pio Leiva en de Chiki Chaka Girls in een gastrol, bij die komende concerten zal
de artiesten uit de film toch echt op het podium staan.
Echt
of nep
Tussen al dit muzikale tumult toerde ook nog eens Ibrahim Ferrer
door het land. Zijn concert in De Oosterpoort in Groningen viel samen met de première
van de film. Gepland? Wilde hij toch even het verschil laten zien tussen echt
en nep? Ibrahim was immers volop te horen op het oorspronkelijke album en Pio
kwam eerst met de film in beeld. Het publiek koos zijn eigen lievelingen. Soloproducties
van de inmiddels overleden Compay Segundo en Ruben Gonzalez volgden, later kwamen
ook producties van Ibrahim Ferrer, Omara Portuondo, Manuel Galbán en recentelijk
nog van Manuel 'El Guajiro' Mirabal. In de zoektocht naar een breed publiek, namen
zeker Ibrahim Ferrer, Omara Portuondo en Manuel Galbán het niet meer zo
nauw met het authentieke Cubaanse wat zij heten te vertegenwoordigen. Marketing
eiste weliswaar zijn tol maar het keurmerk '100% BVSC' fungeerde als een soort
authenticiteitgarantie waar ieder genoegen mee nam. Wellicht is het daarom met
de BVSC en Musica Cubana als met het privatiseren van de telefonie: een monopolie
maakt stoffig, concurrentie prikkelt. Laten wij er als consumenten ons voordeel
mee doen.
|
| |
|
|
| Copyright:
De inhoud van deze site, de daarin opgenomen gegevens, afbeeldingen, geluiden,
teksten en combinaties daarvan en de programmatuur zijn beschermd door auteurs-
en databankrechten. Deze rechten berusten bij Salsa Info. Zonder schriftelijke
voorafgaande toestemming van Salsa Info is het niet toegestaan deze site of enig
onderdeel daarvan te kopiëren. |
| © copyright
- latinartiesten.nl 2003 |
|
|