|
Biografie
Met zijn donkere snor en dito krullen heeft Otto iets weg van een echte Latino.
Deze schijn bedriegt, want hij is een geboren en getogen Hagenaar met Hollandse
ouders. In 1980, tijdens een verblijf op de Nederlandse Antillen, aanschouwde
hij tijdens carnaval de roadmarches met hun onweerstaanbare beats. In de collectieve
taxi's hoorde hij steevast weemoedige Colombiaanse vallenato-muziek. Toch riep
dit alles bij hem niet meer op dan een sfeer van "couleur locale". Behalve
leuke herinneringen maakte het op hem geen diepe indruk. Dat lag anders met zijn
eerste kennismaking met de son montuno. Het bleek liefde op het eerste gezicht.
Misschien kwam het door de ambiance waarin dat gebeurde.
Tijdens een
bruiloftsfeest in een sociëteit bij Lago Hights op Aruba zag hij op een avond
jong en oud in volmaakte harmonie deze fascinerende muziek dansen. Het was voor
hem een raadsel hoe de feestgangers met ingetogen passen en gracieuze bewegingen
hun weg vonden in de wirwar van tikkende slaginstrumenten. Doordat de leeftijd
van de feestgangers varieerde van 8 tot 80 en iedereen letterlijk met iedereen
danste, leek het hem alsof met deze muziek het begrip "generatiekloof"
nog moest worden uitgevonden. Die avond kwam hij eerst werkelijk in aanraking
met het wezen van de Zuid-Amerikaanse muziek. Hij ontdekte dimensies die hij op
dat moment niet kon doorgronden maar hem in hoge mate fascineerden.
De
latinocultuur moet hem enorm hebben aangesproken, want eenmaal terug in Nederland
is hij voor Duo Mundi, een vereniging voor Spaans sprekenden in Zoetermeer, vrijwilligerswerk
gaan doen. Het is door dat vrijwilligerswerk dat hij zich is gaan ontpoppen als
kenner van Zuid-Amerikaanse muziek. Het verrichten van bardienst betekende bij
die vereniging namelijk dat je daar ook tijdens feesten de geluidsapparatuur moest
bedienen. En de muziek moest natuurlijk Zuid-Amerikaanse dansmuziek zijn. Niet
alleen salsa en merengue, maar ook andere muziekgenres uit landen zoals Colombia
en Venezuela. Na verloop van tijd gingen de bestaande bandjes vervelen en om feestavonden
echt te laten slagen, ging hij op jacht naar nieuwe passende muziek. Hij deed
dit met zoveel verve, dat de maandelijkse feesten een zekere vermaardheid kregen.
Voor velen in de regio waren deze feesten de eerste kennismaking met de salsa.
Op een goede dag
kwam ook het lokale radiostation op de tropische warmte van deze feesten af. Eenmaal
bevangen door de hitte werd besloten die tropische warmte ook via de speakers
van het station te verspreiden. Sinds mei 1992 wordt daarom met een programma
dat de naam 'Lago Latino' draagt, via Zfm wekelijks een uur lang salsa in de ether
gebracht. Het was niet alleen Zoetermeer dat naar deze klanken hunkerde, ook Nieuwkoop
en Rotterdam toonden belangstelling. Ruim vier jaar lang resulteerde dat in een
salsaprogramma voor de Nieuwkoopse lokale radio (Radio ON) en sinds jaar en dag
kent ook het Rotterdamse radiostation RAPAR-CBS een eigen "lago-latino".
Door deze radioprogramma's voelde hij zich verplicht om het babbeltje waarmee
de plaatjes 'aan elkaar werden gepraat', inhoud te geven. Het moest meer worden
dan alleen het noemen van naam, artiest en genre. Hij leerde Spaans en tijdens
een aantal reizen door Colombia sprak hij met artiesten, bezocht studio's en verzamelde
informatie. Hij is zich door dit alles als geen ander bewust geworden van het
eigene van bijvoorbeeld de New-Yorkse, de Cubaanse, de Colombiaanse en de Puertoricaanse
salsa. Daarbij heeft hij niet alleen oog voor de hedendaagse producten uit deze
landen, maar ook voor oudere die het hedendaagse in perspectief plaatsen.
Naast
zijn activiteiten als radiopresentator was Otto ook DJ bij dansschool Dos Bailadores.
Deze lijst kan met talloze namen worden aangevuld. Uiteraard heeft hij ook het
nodige bijgedragen aan tal van evenementen. Wie hem in het dagelijks leven kent,
kent ook dan zijn liefde voor de muziek die hij als een waardevolle hobby koestert.
Rode draad in zijn handelen is deze liefde op anderen proberen over te brengen.
Dat overigens niet alleen via de radio en op dansvloeren, maar ook via een reeks
artikeltjes in de uitgaansagenda van salsa.nl en op de websites van Salsa Info,
Salsa.nl & Musica Cubana. Daarnaast was hij één van de vaste
interviewers van het latinmagazine "Latin a Life".
De
artikeltjes & interviews
Onmiskenbaar
neemt muziek een prominente plaats in het dagelijks leven van "de" Latino.
Het lijkt zijn leven van wieg tot graf te begeleiden. Het gaat als het ware van
generatie op generatie mee. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist deze muziek
sterke generaties bindende elementen bezit. Maar natuurlijk bezit al die muziek
ook sterke generatiegebonden elementen. Wat die elementen precies zijn, hangt
samen met het antwoord op de veel gestelde vraag naar wat "salsa" nu
precies is. Die vraag zou eenvoudig kunnen worden afgedaan met een verwijzing
naar het muziekgenre waar Jerry Masucci in 1973 in New York patent op vroeg, maar
dat is te simpel. De artiesten die deze gepatenteerde muziek voor Masucci's Fania-label
op vinyl vastlegden, maakten al ruim voor het verlenen van dat patent opnamen
met precies dezelfde muziek. Om die reden zou je salsa niet als een vast omlijnd
muzikaal genre kunnen zien, maar meer als een soort muzikaal proces. Vanuit die
optiek is het patent uit 1973 geen op zichzelf staand feit, maar een fase in een
generaties durende zoektocht naar een eigen identiteit door en voor de Latino.
Soms strikt gescheiden, soms met elkaar strijdend en soms vermengd of samen optrekkend,
zoeken daarin indiaanse, Afrikaanse en Europese cultuurinvloeden hun weg naar
identiteit. Op talloze manieren klinkt deze speurtocht door in de muziek. Niet
alleen in taalgebruik of het gebruik van traditionele instrumenten en ritmen,
maar ook in de poëzie en teksten. Het zijn teksten waarin wordt verwezen
naar een algemeen gevoel van "Latino" zijn, of wordt verwezen naar een
land, streek, stad, wijk of straat waar men voor dat gevoel vandaan zou moeten
komen. In dat verband is de muziek vaak zelf een dankbare metafoor voor het benoemen
van iets ondefinieerbaar eigens, evenals bijvoorbeeld een liedje over het eten
uit moeders pappot. Het thema kan vrolijk als dansmuziek, geëngageerd of
opruiend als protestmuziek, maar ook melancholiek en vol weemoed en verlangen
als luisterlied worden gebracht. Vaak zonder dat de actoren het zelf beseffen,
is hun muziek een weerspiegeling van een bepaalde fase in dat grote proces van
emancipatie en maatschappelijke ontwikkeling en verandering.
Muziek
die dit alles met zich mee torst, zou loodzwaar moeten zijn. Opmerkelijk genoeg
is rond de Latino en zijn muziek een stereotiep beeld ontstaan dat in een tegenovergestelde
richting wijst. Het is een beeld waarbij de Latino er eer in schept zich op alle
momenten van de dag de geneugten des levens te laten smaken en de moeilijke dingen
weet door te schuiven naar "mañana". De muziek bij dit stereotype
beeld is uiteraard zorgeloos en zonder diepgang. Het dient alleen om deze professionele
levensgenieters de mogelijkheid te verschaffen om dames tijdens dansen het hof
te maken. Dit stereotype beeld is natuurlijk klinkklare onzin. Niettemin heeft
het tot aan de jaren veertig moeten duren dat er op het Westelijk halfrond erkenning
voor kwam. Deze erkenning hing samen met de geboorte van latin-jazz als genre.
Door de diepgang van nummers als "Manteca" was Caribische muziek niet
langer meer per definitie primitief, pretentieloos en frivool, maar kon ook artistiek
en serieus zijn.
|